Tasruimte
De tasruimte is de plaats in de boerderij waar de oogst opgeslagen wordt.
Typ hier de eerste eventuele kop
Een boer kon vroeger niet zonder een of meer tasruimtes. Een akkerbouwer moest oogstproducten opslaan, omdat hij ze voor eigen gebruik nodig had, als zaai- of pootgoed voor volgend jaar of omdat de afnemer de boerderij tijdelijk niet kon bereiken. Daarnaast moest op een melkveebedrijf het hooi voor wintervoedering worden opgeslagen.
Regionale verschillen
De opslag van oogstproducten verschilde vroeger sterk van streek tot streek. Zo beschikten Groninger graanboeren over één of meer reusachtige schuren, waarin het graan vanaf de grond werd opgetast. Ook Zeeuwse akkerbouwers hadden grote schuren, maar deze waren vaak uit hout opgetrokken. Deze grote schuren waren multifunctioneel. Ze bevatten niet alleen een dorsvloer en opslagruimte voor de oogst, maar ook stalruimte voor het rundvee en de paarden. In de zandstreken waren de oogsten minder omvangrijk en waren de oogstschuren dus minder groot. In Noord- en Midden-Limburg leidde dit tot de ontwikkeling van een vrijstaande dwarsdeelschuur. In Noord-Brabant kwam de Vlaamse schuur in gebruik, een eenvoudige graanschuur die halverwege de zeventiende eeuw in het westen van Brabant is ontstaan. Het is een driebeukig gebouw, waarvan een van de zijbeuken is verbreed en verhoogd tot een deel of dorsvloer. Aan één uiteinde van de deel bevindt zich een inrijpoort voor de oogstwagens. Om daarvoor voldoende hoogte te creëren, springt de korte gevel ter plaatse in en/of welft het dak op.
Hooiopslag
Voor de wintervoedering van het vee werd hooi opgeslagen. In de Noord-Hollandse stolpboerderijen en de Friese kop-hals-rompboerderijen gebeurde dat inpandig, op de grond in de grote tasvakken tussen de gebintstijlen. De boerderijtypen waren hierop berekend, omdat ze dekbalkgebinten hadden. Daarbij liggen de gebintbalken op de koppen van de metershoge stijlen, waardoor er een zee van ruimt is onder de gebintbalken. Inpandige hooiopslag was niet mogelijk in de weidegebieden van Zuid-Holland en het westelijke deel van Utrecht. De plaatselijke boerderijtypen boden daartoe onvoldoende ruimte, omdat ze geen hoge daken hadden. Het hooi werd in deze streken opgeslagen in hooiberg of kapbergen die direct achter of naast de boerderij lagen.
Bron
De tekst is gebaseerd op:
- 'Tasruimtes in en om de boerderij', Landleven 11e jaargang, nummer 4 – juli/ augustus 2006
Links
- oogst
- melkveebedrijf
- schuur
- hout
- dorsvloer
- zandgronden
- deel
- schuurdeurkapel
- hooi
- stolpboerderij
- kop-hals-rompboerderij
- gebintstijl
- dekbalkgebint
- gebintbalk
- weidegebied
- dak
- hooiberg
- kapberg