Noordelijke huisgroep: verschil tussen versies
(Nieuwe pagina aangemaakt met '=== Hekker's boerderijentypologie === Bestand:Tekeningen van de Friese-Huisgroep door R.C. Hekker. .jpg|miniatuur|Tekeningen van de Friese-Huisgroep door R.C. Hek...') |
k |
||
| (16 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
=== Hekker's boerderijentypologie === | === Hekker's boerderijentypologie === | ||
[[Bestand:Tekeningen van de Friese-Huisgroep door R.C. Hekker. .jpg|miniatuur|Tekeningen van de Friese-Huisgroep door R.C. Hekker]] | [[Bestand:Tekeningen van de Friese-Huisgroep door R.C. Hekker. .jpg|miniatuur|Tekeningen van de Friese-Huisgroep door R.C. Hekker]] | ||
| − | De basis voor het huidige boerderijenonderzoek is gelegd door Robert Cornelis Hekker (1917-1999). Hij publiceerde de bijdrage 'De ontwikkeling van de boerderijvormen in Nederland.' Hiermee combineerde hij de bodemgesteldheid, verschillende soorten landbouwbedrijven en de technische, sociale en economische veranderingen in een bedrijf. Ook werkte hij met literatuuronderzoek en archief- en archeologisch bronnenonderzoek. Hekker onderscheidde vijf huisgroepen met ieder hun eigen basistype waaruit vormvarianten zijn ontstaan: De Friese huisgroep, [[Hallenhuisgroep]], [[Dwarshuisgroep]], [[ | + | De basis voor het huidige boerderijenonderzoek is gelegd door Robert Cornelis Hekker (1917-1999). Hij publiceerde de bijdrage 'De ontwikkeling van de boerderijvormen in Nederland.' Hiermee combineerde hij de bodemgesteldheid, verschillende soorten landbouwbedrijven en de technische, sociale en economische veranderingen in een bedrijf. Ook werkte hij met literatuuronderzoek en archief- en archeologisch bronnenonderzoek. Hekker onderscheidde vijf huisgroepen met ieder hun eigen basistype waaruit vormvarianten zijn ontstaan: [[Friese boerderij|De Friese huisgroep]], [[Hallenhuisboerderij|Hallenhuisgroep]], [[Dwarshuisgroep]], De [[Zeeuwse-schuurgroep]] en de [[Vlaamse-schuurgroep]]. |
| − | + | In de afgelopen jaren is de naamgeving van deze boerderijtypen echter aangepast naar de Noordelijke huisgroep, de [[hallenhuisgroep]] en de [[langgevelboerderij]], de [[Zuidwest-Nederlandse boerderij]], de [[Zuid-Limburgse boerderij]] en de moderne boerderij. [[Bestand:Westwoud, Dr. Nuijensstraat 22.jpg|miniatuur|Stolpboerderij in Westwoud]] | |
| − | [[Bestand:Westwoud, Dr. Nuijensstraat 22.jpg|miniatuur|Stolpboerderij in Westwoud]] | + | === De Noordelijke huisgroep === |
[[Bestand:Stjelp.jpg|miniatuur|Stelp of stjelpboerderij in Friesland]] | [[Bestand:Stjelp.jpg|miniatuur|Stelp of stjelpboerderij in Friesland]] | ||
| − | + | Het basistype van de Noordelijke huisgroep was volgens Hekker bescheiden van omvang. Deze bestond uit een woongedeelte met aangebouwde stal waarin zich een smalle voer- en mestgang bevond. De oogst werd geborgd op de [[grondtas]] in een schuur of op een [[mijt]] op het erf. Door veranderingen in de landbouwmethoden en de groeiende veestapel was er behoefte aan een handigere indeling. Zo werden verschillende onderdelen samengevoegd tot één geheel en ontstond de [[Stolpboerderij|stolp]] of [[Stelp|stelpboerderij]]. Dit waren hoge [[Driebeukig|driebeukige]] schuren onder een piramide-vormig dak (Noord-Holland) of een [[schilddak]] (Friesland en Groningen). | |
| − | Het vee stond in deze schuren tussen houten schotten in de zijbeuk en langs de achtergevel, met de koppen naar de buitenmuur toe. De mestgoot liep achter het vee langs. De andere zijbeuk werd als deel, grondtas en dorsvloer gebruikt. De karakteristieke hoogte van deze boerderijen was te danken aan de ruimte die de tasruimten voor hooi en graan opnam. | + | Het vee stond in deze schuren tussen houten schotten in de [[zijbeuk]] en langs de [[achtergevel]], met de koppen naar de buitenmuur toe. De mestgoot liep achter het vee langs. De andere zijbeuk werd als [[deel]], [[grondtas]] en [[dorsvloer]] gebruikt. De karakteristieke hoogte van deze boerderijen was te danken aan de ruimte die de [[Tasruimte|tasruimten]] voor hooi en graan opnam. |
==== Kop(-hals)-rompboerderij ==== | ==== Kop(-hals)-rompboerderij ==== | ||
| − | In het | + | In het Noordoosten van Nederland vind je in zowel Friesland als Groningen boerderijen waarbij het woongedeelte met een [[Middelhuis|tussenlid]] aan de grote schuur is verbonden. Dit type boerderij heet de [[kop-hals-rompboerderij]]. In sommige gevallen ontbreekt het tussenstuk, hier spreken we over een [[Kopromp|kop-rompboerderij]]. Zie voor meer informatie: [[kop-hals-rompboerderij]]. |
| + | [[Bestand:Midwolda - Huningaweg 11.jpg|miniatuur|Oldambtster boerderij in Midwolda]] | ||
==== Oldambt ==== | ==== Oldambt ==== | ||
| − | Een afgeleide van deze boerderijen is het [[ | + | Een afgeleide van deze boerderijen is het [[Oldambtstertype]] waarbij het woongedeelte en de hoge schuur onder één doorlopend dak getrokken werden. De zolders die boven het woongedeelte lagen werden voor de opslag van veldproducten gebruikt. Zie voor meer informatie: [[Oldambtstertype]]. |
=== Bron === | === Bron === | ||
* ''Boerenbedrijvigheid, voortgang en behoud.'' Redactie door E.F. Koldeweij e.a. Waanders, Zwolle, 2003. | * ''Boerenbedrijvigheid, voortgang en behoud.'' Redactie door E.F. Koldeweij e.a. Waanders, Zwolle, 2003. | ||
| − | * Hekker, R.C. ''Historische Boerderijtypen'', Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Arnhem 1991. | + | * Hekker, R.C. ''Historische Boerderijtypen'', Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Arnhem 1991. |
| + | |||
| + | === Verder lezen === | ||
| + | |||
| + | * [[Friese stal]] | ||
| + | * [[Kop-hals-rompboerderij]] | ||
| + | * [[Kop-rompboerderij]] | ||
| + | * [[Stelp]] | ||
| + | * [[Oldambtstertype]] | ||
| + | * [[Stolpboerderij]] | ||
[[Categorie:Boerderijtypologie]] | [[Categorie:Boerderijtypologie]] | ||
| Regel 25: | Regel 35: | ||
[[Categorie:Groningen]] | [[Categorie:Groningen]] | ||
[[Categorie:Noord-Holland]] | [[Categorie:Noord-Holland]] | ||
| + | [[Categorie:Oldambt]] | ||
| + | [[Categorie:Westerwolde]] | ||
| + | [[Categorie:Veenkoloniën]] | ||
| + | [[Categorie:Westerkwartier]] | ||
| + | [[Categorie:Het Hogeland]] | ||
| + | [[Categorie:De Greidhoeke]] | ||
| + | [[Categorie:Friese Wouden - Fryske Wâlden]] | ||
| + | [[Categorie:Het Bildt - It Bilt]] | ||
| + | [[Categorie:Kleistreek]] | ||
| + | [[Categorie:Zuidwesthoek - Súdwesthoeke]] | ||
| + | [[Categorie:Zuidoosthoek - Súdeast-Fryslân]] | ||
| + | [[Categorie:Historische Boerderijtypen]] | ||
| + | [[Categorie:Noordelijke huisgroep]] | ||
Huidige versie van 25 okt 2024 om 15:19
Hekker's boerderijentypologie
De basis voor het huidige boerderijenonderzoek is gelegd door Robert Cornelis Hekker (1917-1999). Hij publiceerde de bijdrage 'De ontwikkeling van de boerderijvormen in Nederland.' Hiermee combineerde hij de bodemgesteldheid, verschillende soorten landbouwbedrijven en de technische, sociale en economische veranderingen in een bedrijf. Ook werkte hij met literatuuronderzoek en archief- en archeologisch bronnenonderzoek. Hekker onderscheidde vijf huisgroepen met ieder hun eigen basistype waaruit vormvarianten zijn ontstaan: De Friese huisgroep, Hallenhuisgroep, Dwarshuisgroep, De Zeeuwse-schuurgroep en de Vlaamse-schuurgroep.
In de afgelopen jaren is de naamgeving van deze boerderijtypen echter aangepast naar de Noordelijke huisgroep, de hallenhuisgroep en de langgevelboerderij, de Zuidwest-Nederlandse boerderij, de Zuid-Limburgse boerderij en de moderne boerderij.
De Noordelijke huisgroep
Het basistype van de Noordelijke huisgroep was volgens Hekker bescheiden van omvang. Deze bestond uit een woongedeelte met aangebouwde stal waarin zich een smalle voer- en mestgang bevond. De oogst werd geborgd op de grondtas in een schuur of op een mijt op het erf. Door veranderingen in de landbouwmethoden en de groeiende veestapel was er behoefte aan een handigere indeling. Zo werden verschillende onderdelen samengevoegd tot één geheel en ontstond de stolp of stelpboerderij. Dit waren hoge driebeukige schuren onder een piramide-vormig dak (Noord-Holland) of een schilddak (Friesland en Groningen).
Het vee stond in deze schuren tussen houten schotten in de zijbeuk en langs de achtergevel, met de koppen naar de buitenmuur toe. De mestgoot liep achter het vee langs. De andere zijbeuk werd als deel, grondtas en dorsvloer gebruikt. De karakteristieke hoogte van deze boerderijen was te danken aan de ruimte die de tasruimten voor hooi en graan opnam.
Kop(-hals)-rompboerderij
In het Noordoosten van Nederland vind je in zowel Friesland als Groningen boerderijen waarbij het woongedeelte met een tussenlid aan de grote schuur is verbonden. Dit type boerderij heet de kop-hals-rompboerderij. In sommige gevallen ontbreekt het tussenstuk, hier spreken we over een kop-rompboerderij. Zie voor meer informatie: kop-hals-rompboerderij.
Oldambt
Een afgeleide van deze boerderijen is het Oldambtstertype waarbij het woongedeelte en de hoge schuur onder één doorlopend dak getrokken werden. De zolders die boven het woongedeelte lagen werden voor de opslag van veldproducten gebruikt. Zie voor meer informatie: Oldambtstertype.
Bron
- Boerenbedrijvigheid, voortgang en behoud. Redactie door E.F. Koldeweij e.a. Waanders, Zwolle, 2003.
- Hekker, R.C. Historische Boerderijtypen, Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Arnhem 1991.