BRIM

Uit Agriwiki

Tijdig onderhoud kan dure en ingrijpende restauraties voorkomen. Vanaf 2011 stimuleerde de overheid daarom eigenaren van Rijksmonumenten tot planmatig onderhoud in de vorm van het BRIM: Besluit Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten. Eigenaren konden aanspraak maken op deze regeling voor instandhouding (d.w.z. onderhoud of restauratie) van een beschermd Rijksmonument. De regeling had mogelijkheden voor een lening of een subsidie.

Lening[bewerken | brontekst bewerken]

Voor eigenaren van een rijksmonumentaal woonhuis bestond de mogelijkheid tot een laagrentende lening, ofwel de Restauratiefonds-hypotheek. Ook wanneer het pand een gedeeltelijk woonhuis is (minstens voor 50% van het oppervlak) of oorspronkelijk als woonhuis is gebouwd, kwam het in aanmerking voor de lening.

Subsidie[bewerken | brontekst bewerken]

Als uw rijksmonument géén woonhuis is, of een woonhuis is dat als museum geregistreerd staat, kon men in aanmerking komen voor een subsidie. Dit geldt ook voor historische buitenplaatsen en archeologische rijksmonumenten. Voor deze subsidie moest er een 6-jaren onderhoudsplan opgesteld worden. Het P.I.P. Periodiek Instandhouding Plan. Het opstellen van z'n plan is veel en specialistisch werk. Voor een bedrijvenlijst met deskundigen: [1]

Lening of subsidie?[bewerken | brontekst bewerken]

Wanneer de eigenaar recht had op het aanvragen van subsidie, had deze ook de mogelijkheid om te kiezen voor de lening, zoals hierboven beschreven. Het was niet mogelijk om voor hetzelfde pand beide opties aan te vragen. Welke keuze de eigenaar maakt is afhankelijk van zijn/haar persoonlijke situatie. Hiervoor konden de volgende vuistregels gevolgd worden:

  • Het type monument: Als eigenaar van een kerk is subsidie altijd voordeliger.

De eigenaar kon maken op 65% subsidie over maximaal €700.000,- subsidiabele kosten.

  • De verwachte looptijd van de financiering: Als het monument waarschijnlijk binnen 10 jaar verkocht zou worden was subsidie voordeliger.
  • Kosten van de ingreep: Als de fiscaal aftrekbare onderhoudskosten lager waren dan €200.000,- , dan was de subsidie meestal voordeliger.

Waren de kosten hoger dan €200.000,- , dan kon de Restauratiefonds-hypotheek interessant zijn, omdat deze een hoger plafond kende.

Een te groot succes[bewerken | brontekst bewerken]

In 2011 is er een enorme stormloop ontstaan op de BRIM subsidie. De subsidie kon vanaf 15 januari 2011 aangevraagd worden. De eerste dag kwamen er bijna 2000 aanvragen binnen. Dat is veel meer dan het hele jaar daarvoor. Tussen deze aanvragen is geloot. De kans om subsidie te krijgen was ongeveer 1:4. Dit is een gang van zake waar niemand blij van werd. Agrarisch Erfgoed Nederland vond deze gang van zake erg nadelig voor de particuliere monumentenbezitters. Particulieren die hun pand willen restaureren kunnen meestal niet een jaar wachten op een nieuwe kans op subsidie. Particulieren die de BRIM subsidie aanvragen voor onderhoud vinden de kosten voor het laten maken van een 6-jaren plan te hoog, zeker nu de kans op subsidie zo laag is. Gemeenten of instanties met veel monumenten in hun bezit werken meestal al met onderhoudsplannen. Voor hen zijn de extra kosten voor het aanvragen van een BRIM dus lager. Ze hebben immers vaak al een (6-jaren) onderhoudsplan.

Einde BRIM[bewerken | brontekst bewerken]

Vanwege de enorme belangstelling voor instandhoudingsubsidie werd de uitvoering van de regeling voor 2012 op verschillende punten aangepast. In 2013 kwam het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013 (BRIM 2013) te vervallen. Hiervoor kwam de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) in de plaats die rechtstreeks op de Erfgoedwet is gebaseerd.

Bron[bewerken | brontekst bewerken]

Schut, Peter. De Brim/Sim-regeling archeologische rijksmonumenten 2012-2018 revisited. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2020.

Links[bewerken | brontekst bewerken]