Omgevingsvergunning aanvragen

Uit Agriwiki

Een eigenaar met restauratieplannen moet de aanvraag voor een omgevingsvergunning indienen bij de gemeente. Hier geldt de ‘loketfunctie’: de gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de eigenaar. Het is raadzaam om vooraf te overleggen met de monumentenambtenaar over de plannen. Dit geeft de eigenaar de gelegenheid om kennis te maken met de ambtenaar (die in het vervolgtraject een grote rol speelt) en de denkwijze en de procedures in de monumentenwereld. Ook wordt de haalbaarheid van de voorgenomen plannen duidelijk. Het geeft de ambtenaar bovendien de gelegenheid om het restauratieplan in een vroeg stadium bij te sturen en aan te geven wat wel en wat niet kan. Als er wederzijds begrip ontstaat kan dat in de rest van het traject frustraties aan beide zijden voorkomen. Dit kan ook weer tot snellere besluitvorming leiden.

Aanvraag indienen

De aanvraag verloopt als volgt: De eigenaar stuurt een aanvraagformulier voor een vergunning aan de gemeente. De eigenaar krijgt dit aanvraagformulier van de gemeente of hij download het vanaf [www.rce.nl]. Deze aanvraag moet voorzien zijn van: § een bouwtechnisch rapport waaruit de technische staat van het pand blijkt. Een opname van de monumentenwacht is hiervoor heel geschikt; § tekeningen van zowel de bestaande toestand als van de gewenste situatie; § een bestek. Deze stukken moeten volledig en duidelijk zijn, zodat goed blijkt wat de wensen van de eigenaar zijn en hoe hij die wensen wil realiseren. Het is zeer belangrijk dat de eigenaar werkt met een ervaren en gespecialiseerd bureau. Onduidelijke en onvolledige plannen zorgen voor vertraging en frustratie in het vervolgtraject, en dat is onverantwoord. Als de aanvrager onvoldoende gegevens heeft verstrekt voor het behandelen van de aanvraag krijgt de aanvrager alsnog de gelegenheid om de ontbrekende stukken aan te leveren. Als die termijn verstrijkt zonder dat de eigenaar voldoende gegevens aandraagt kan de gemeente besluiten om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Als de gemeente de aanvraag in behandeling neemt, wordt de aanvraag ter inzage gelegd op de secretarie. Dat wordt dan bekend gemaakt in de gemeenterubriek in een huis-aan-huisblad. Daarin staat ook dat er een termijn van veertien dagen is waarin derden-belanghebbenden hun zienswijze over het plan kunnen geven.

Verwerking

Daarna zijn er twee mogelijkheden: § we hebben te maken met een bevoegde gemeente, d.w.z. er is een monumentenverordening en een monumentencommissie. De gemeente is -in overleg met anderen- nu zelf bevoegd om een vergunning te verlenen. De gemeente stuurt afschriften van het verzoek, met bijlagen ter advies naar: § de RCE; § de eigen monumentencommissie; § GS als het een monument buiten de bebouwde kom betreft. De adviesfase is drie maanden. Nadat de adviezen bekend zijn, heeft de bevoegde instantie (gemeente of RCE) drie maanden de tijd om te beslissen. Dat betekent in totaal dus zes maanden tussen de datum van de aanvraag en het besluit. Deze termijn mag met gegronde reden met maximaal zes maanden worden verlengd. Als dat nodig is, moet de aanvrager daarvan op de hoogte worden gebracht binnen de eerste termijn van zes maanden. Als dat niet gebeurt, en de eerste zes maanden zijn om, dan is de vergunning automatisch (van rechtswege) verleend. Dat wordt de ‘fictieve verlening’ genoemd.

Het besluit

Degene die de vergunning verleent of weigert - gemeente of RCE - deelt dit besluit schriftelijk en beargumenteerd mee aan de aanvrager. Er gaan kopieën van deze beschikking naar de adviserende overheidsinstanties. Het kan ook voorkomen dat een vergunning maar een deel van het ingediende restauratieplan betreft. Of dat de vergunning is verleend onder voorwaarden. In de Monumentenwet staan geen specifieke weigeringsgronden. Bij een verleende vergunning start dan de beroepstermijn, pas als deze is verstreken treedt de verleende vergunning in werking. Als er binnen deze termijn een beroep tegen de afgegeven omgevingsvergunning is ingesteld, is de vergunning dus niet van kracht. Hier is dus - in afwijking op de algemene regel bij bouwvergunningen - sprake van een opschortende werking van het beroep. De vergunninghouder kan aan de rechter vragen om de opschortende werking van het beroep op te heffen. In geval van een weigering of in het geval van gestelde voorwaarden kan de aanvrager binnen zes weken bezwaar aantekenen.

Sloop

Wanneer het gaat om sloop van een beschermd rijksmonument is de situatie vergelijkbaar. De omgevingsvergunningprocedure is hetzelfde. Het spreekt vanzelf dat een vergunning die sloop mogelijk maakt alleen in zeer speciale gevallen wordt afgegeven.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

Links

Verder lezen