Dakramen: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
(Nieuwe pagina aangemaakt met '====Vermeerderen van vensters==== Intensiever gebruik van woonhuismonumenten leidt er toe dat men meer licht en lucht wil op meer plaatsen. Ook een gewijzigde functie ...')
 
k
 
(15 tussenliggende versies door 3 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
====Vermeerderen van vensters====
+
Intensiever gebruik van boerderijen voor bewoning leidt er toe dat men meer licht en lucht wil op meer plaatsen. Ook een gewijzigde functie van het pand – bewonen van een [[achterhuis]] – of het opsplitsen van een boerderij in bijvoorbeeld wooneenheden kan tot de wens van meer of minder deuren en ramen leiden. De meest voorkomende wijzigingen hebben betrekking op het aanbrengen van extra dakramen en dakkapellen.
Intensiever gebruik van woonhuismonumenten leidt er toe dat men meer licht en lucht wil op meer plaatsen. Ook een gewijzigde functie van het pand – bewonen van een [[achterhuis]] – of het opsplitsen van monumenten in bijvoorbeeld wooneenheden kan tot de wens van meer of minder deuren en ramen leiden. De meest voorkomende wijzigingen hebben betrekking op het aanbrengen van liggende dakvensters en dakkapellen, het maken van grotere lichtopeningen in bijvoorbeeld achterhuizen en het veranderen van deel- en in ramen of glasdeuren.
 
  
=====Dakvensters en dakkapellen=====
+
=====De visie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed=====
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed prefereert dakdoorbrekingen die de minste schade toebrengen, zowel esthetisch als technisch. De [[dakvenster|dakvensters]] en [[dakkapel|dakkapellen]] mogen niet te groot zijn en moeten worden aangebracht tussen de [[kapspant|spanten]], [[spoor|sporen]] en [[gording|gordingen]]. Zij moeten zo beperkt mogelijk in aantal zijn, zodat de gevolgen voor de constructie beperkt blijven en het dakvlak zijn historische geslotenheid zo veel mogelijk behoudt. Tevens moet men de vensters bij voorkeur beperken tot die zijde van het [[dak]] waar men vrijwel geen of weinig zicht op heeft. Op deze manier blijft de aantasting van de constructie van het dakvlak beperkt en daarmee de aantasting van de historische waarden van het pand.'
+
De Rijksdienst vindt het belangrijk dat nieuwe dakdoorbrekingen zo min mogelijk schade toebrengen aan het monument, zowel esthetisch als technisch. De [[dakvenster|dakvensters]] en [[dakkapel|dakkapellen]] mogen niet te groot zijn en moeten worden aangebracht tussen de [[kapspant|spanten]], [[spoor|sporen]] en [[gording|gordingen]]. Zij moeten zo beperkt mogelijk in aantal zijn, zodat de gevolgen voor de constructie beperkt blijven en het dakvlak zijn historische geslotenheid zo veel mogelijk behoudt. Tevens moet men de vensters bij voorkeur beperken tot die zijde van het [[dak]] waar men vrijwel geen of weinig zicht op heeft. Op deze manier blijft de aantasting van de constructie van het dakvlak beperkt en daarmee de aantasting van de historische waarden van het pand.'
 +
 
 +
===Bron===
 +
* Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 7, Instandhouding van historische houten vensters (gewijzigde 3<sup>e</sup> druk 2005)
 +
* Ineke de Visser (Bureau Helsdingen) / Gemeente Leidsendam-Voorburg. Monumenten Waarderen en beheren. Praktische leidraad voor eigenaren van Monumenten (maart 2010)
 +
 
 +
===Verder lezen===
 +
* [https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2005/01/01/instandhouding-van-historische-houten-vensters Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 7, Instandhouding van historische houten vensters (gewijzigde 3<sup>e</sup> druk 2005)]
 +
* [[wet- en regelgeving|Wet- en regelgeving]]
 +
* [[Venster aanpassen]]
 +
* [[Dakbeschot]]
 +
 
 +
[[Categorie:Restauratie-ethiek]]
 +
[[Categorie:Restauratietechniek]]
 +
[[Categorie:Wet- en regelgeving]]

Huidige versie van 25 apr 2025 om 15:10

Intensiever gebruik van boerderijen voor bewoning leidt er toe dat men meer licht en lucht wil op meer plaatsen. Ook een gewijzigde functie van het pand – bewonen van een achterhuis – of het opsplitsen van een boerderij in bijvoorbeeld wooneenheden kan tot de wens van meer of minder deuren en ramen leiden. De meest voorkomende wijzigingen hebben betrekking op het aanbrengen van extra dakramen en dakkapellen.

De visie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst vindt het belangrijk dat nieuwe dakdoorbrekingen zo min mogelijk schade toebrengen aan het monument, zowel esthetisch als technisch. De dakvensters en dakkapellen mogen niet te groot zijn en moeten worden aangebracht tussen de spanten, sporen en gordingen. Zij moeten zo beperkt mogelijk in aantal zijn, zodat de gevolgen voor de constructie beperkt blijven en het dakvlak zijn historische geslotenheid zo veel mogelijk behoudt. Tevens moet men de vensters bij voorkeur beperken tot die zijde van het dak waar men vrijwel geen of weinig zicht op heeft. Op deze manier blijft de aantasting van de constructie van het dakvlak beperkt en daarmee de aantasting van de historische waarden van het pand.'

Bron

  • Brochure techniek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 7, Instandhouding van historische houten vensters (gewijzigde 3e druk 2005)
  • Ineke de Visser (Bureau Helsdingen) / Gemeente Leidsendam-Voorburg. Monumenten Waarderen en beheren. Praktische leidraad voor eigenaren van Monumenten (maart 2010)

Verder lezen