Hooiberg: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
k
 
(11 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
Nederland is een koeienland. Maar die koeien grazen niet het hele jaar in de wei. ’s Winters staan ze op [[stal]] en dan eten ze van oudsher vooral [[hooi]]. In de zomer worden de hooilanden gemaaid. Het gras wordt op het land gedroogd en vervolgens opgeslagen op de boerderij. Lange tijd gebeurde dat vooral in hooi- of kapbergen.  
+
[[Bestand:Erf met eenroeder in Udenhout.jpg|miniatuur|Erf met eenroeder in Udenhout]]
 +
[[Bestand:Tweeroedige kapberg. Vervaardiger Gerrit Kramer, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. .jpg|miniatuur|Tweeroedige kapberg. Vervaardiger Gerrit Kramer, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.]]
 +
Nederland is een koeienland. Maar die koeien grazen niet het hele jaar in de wei. ’s Winters staan ze op [[stal]] en dan eten ze van oudsher vooral [[hooi]]. In de zomer worden de hooilanden gemaaid. Het gras wordt op het land gedroogd en vervolgens opgeslagen op de boerderij. Lange tijd gebeurde dat vooral in hooi- of kapbergen. Een hooiberg is een vrijstaande, open hooitas met één tot zes bergroeden, waarlangs een kap op en neer kan bewegen.  
  
 
===Ontstaan===
 
===Ontstaan===
Waarschijnlijk werd hooi heel vroeger opgeslagen in mijten op het [[erf]]. De eerste vermeldingen van hooibergen zoals wij die kennen, zijn te vinden in handgeschreven oorkonden uit de dertiende eeuw. Hooibergen zijn van oudsher in grote delen van ons land een bekend verschijnsel. Bijvoorbeeld in de weidestreken in Zuid-Holland en het westen van Utrecht. Er waren overigens ook zuivelstreken waar ze niet voorkwamen, zoals Friesland en Noord-Holland. Daar werd hooi binnen in de boerderij geborgen, althans nadat zich daar in de zeventiende en achttiende eeuw met respectievelijk de [[kop-hals-rompboerderij]] en de [[stolpboerderij]] nieuwe [[boerderijtypologie|boerderijtypen]] hadden ontwikkeld.
+
Waarschijnlijk werd hooi heel vroeger opgeslagen in [[mijt|mijten]] op het [[erf]]. De eerste vermeldingen van hooibergen zoals wij die kennen, zijn te vinden in handgeschreven oorkonden uit de dertiende eeuw. Hooibergen zijn van oudsher in grote delen van ons land een bekend verschijnsel. Bijvoorbeeld in de weidestreken in Zuid-Holland en het westen van Utrecht. Er waren overigens ook zuivelstreken waar ze niet voorkwamen, zoals Friesland en Noord-Holland. Daar werd hooi binnen in de boerderij geborgen, althans nadat zich daar in de zeventiende en achttiende eeuw met respectievelijk de [[kop-hals-rompboerderij]] en de [[stolpboerderij]] nieuwe [[boerderijtypologie|boerderijtypen]] hadden ontwikkeld.
  
===Eénroeder===
+
===[[Eénroeder]]===
 
(ook: paraplu of pluberg)
 
(ook: paraplu of pluberg)
Dit type is waarschijnlijk pas halverwege de negentiende eeuw ontstaan als graanopslag. Voor dat doel hadden de bergen een verhoogd [[tasvloer]]tje op paaltjes. Later werden ze vrijwel alleen nog gebruikt voor hooiopslag. Ze komen voor rond de IJssel en in Salland, Twente, de Graafschap en Noord-Brabant.
+
De [[eenroeder]] is waarschijnlijk pas halverwege de negentiende eeuw ontstaan als graanopslag. Voor dat doel hadden de bergen een verhoogd [[tasvloer]]tje op paaltjes. Later werden ze vrijwel alleen nog gebruikt voor hooiopslag. Ze komen voor rond de IJssel en in Salland, Twente, de Graafschap en Noord-Brabant.
 +
[[Bestand:Drieroedige koekoekberg, dichtgemaakt met planken.jpg|miniatuur|Drieroedige koekoekberg]]
  
 
===Tweeroeder===
 
===Tweeroeder===
In Nederland zijn bijna geen oude tweeroeders meer te vinden in oorspronkelijke staat, dus met [[rieten dak]]. De tweeroeder met golfplaatbedekking is nog wel te zien. De [[zadeldak]]berg en de [[schilddak]]berg zijn tweeroeders die vooral in de minder welvarende gebieden te vinden waren. Tweeroeders komen nu nog op de Veluwe, in de Gelderse Vallei en op de Utrechtse Heuvelrug voor.
+
In Nederland zijn bijna geen oude [[Tweeroeder|tweeroeders]] meer te vinden in oorspronkelijke staat, dus met [[rieten dak]]. De [[tweeroeder]] met golfplaatbedekking is nog wel te zien. De [[zadeldak]]berg en de [[schilddak]]berg zijn [[Tweeroeder|tweeroeders]] die vooral in de minder welvarende gebieden te vinden waren. [[Tweeroeder|Tweeroeders]] komen nu nog op de Veluwe, in de Gelderse Vallei en op de Utrechtse Heuvelrug voor.
  
===Koekoekberg===
+
===[[Meerroeder]]===
De koekoekberg komt voor langs de oude zuidelijke en oostelijke Zuiderzeekust. Dit type heeft een soort dakkapel, de ‘koekoek’ of ‘grijperkast’. Aan een balk onder het hooibergdak die uitkomt in de koekkoek is een grijper vastgemaakt. Daarmee kon het hooi omhoog worden gehaald en in de berg gebracht.
+
De meerroeder is een hooiberg met drie tot zes roeden en een beweegbare kap. Houten drieroeders komen maar zelden voor. Nieuwe met ijzeren of betonnen roeden en een oude rieten kap zijn er nog wel. Daarnaast zijn er fabrieksmatig gefabriceerde exemplaren met golfplaten dak. De roeden van de meerroeder staan buiten de beweegbare kap. Dit type kent enkele varianten, zoals de [[steltenberg]] en de [[schuurberg]].
 +
[[Bestand:Schuurberg - Eefde - 20513563 - RCE.jpg|miniatuur|Schuurberg in Eefde]]
 +
[[Bestand:Oldebroek Bovenstraatweg 10A Steltenberg.jpg|miniatuur|Steltenberg te Oldebroek]]
  
===Meerroeder===
+
====[[Koekoekberg]]====
De meerroeder is een hooiberg met drie tot zes roeden en een beweegbare kap. Houten drieroeders komen maar zelden voor. Nieuwe met ijzeren of betonnen roeden en een oude rieten kap zijn er nog wel. Daarnaast zijn er fabrieksmatig gefabriceerde exemplaren met golfplaten dak. De roeden van de meerroeder staan buiten de beweegbare kap. Dit type kent enkele varianten, zoals de steltenberg en de schuurberg.
+
De [[koekoekberg]] komt voor langs de oude zuidelijke en oostelijke Zuiderzeekust. Dit type heeft een soort dakkapel, de ‘koekoek’ of ‘grijperkast’. Aan een balk onder het hooibergdak die uitkomt in de koekoek is een grijper vastgemaakt. Daarmee kon het hooi omhoog worden gehaald en in de berg gebracht.
  
===Schuurberg===
+
====[[Schuurberg]]====
Als de steltenberg aan twee of drie zijden schuuruitbouwen onder een schuin [[dak]] heeft, spreekt men van een schuurberg. De aanbouwen boden ruimte aan [[kippenren|kippen]], [[varken]]s, jongvee, gereedschappen of brandstoffen. Rond Deventer (Diepenveen) en in de Graafschap zijn nog wel [[authenticiteit|authentieke]] exemplaren te zien, net als in de Betuwe, met concentraties rond onder meer Lienden, Opijnen, Buurmalsen, Wadenoyen en Est, en in Zuid-Holland.
+
Als de [[steltenberg]] aan twee of drie zijden schuuruitbouwen onder een schuin [[dak]] heeft, spreekt men van een [[schuurberg]]. De aanbouwen boden ruimte aan [[kippenren|kippen]], [[varken]]s, jongvee, gereedschappen of brandstoffen. Rond Deventer (Diepenveen) en in de Graafschap zijn nog wel [[authenticiteit|authentieke]] exemplaren te zien, net als in de Betuwe, met concentraties rond onder meer Lienden, Opijnen, Buurmalsen, Wadenoyen en Est, en in Zuid-Holland.
  
===Steltenberg===
+
====[[Steltenberg]]====
De steltenberg is een hooiberg met een verhoogde vloer. De berg staat dus als het ware op stelten. In het rivierengebied was het hooi daardoor beschermd bij overstromingen. De vloer waarop het hooi wordt opgetast, kan bij voldoende hoogte dienen als dak voor een opslagruimte. Bij grotere tasbergen met vijf of meer roeden staat midden onder de tasvloer vaak een gemetselde kolom, de zogenaamde ‘[[poer]]’.  
+
De [[steltenberg]] is een hooiberg met een verhoogde vloer. De berg staat dus als het ware op stelten. In het rivierengebied was het hooi daardoor beschermd bij overstromingen. De vloer waarop het hooi wordt opgetast, kan bij voldoende hoogte dienen als dak voor een opslagruimte. Bij grotere tasbergen met vijf of meer roeden staat midden onder de tasvloer vaak een gemetselde kolom, de zogenaamde ‘[[poer]]’.  
  
 
===Verplaatsbare kapberg===
 
===Verplaatsbare kapberg===
In Salland, Twente en de Graafschap kwamen eenvoudig te verplaatsen bergen voor die ‘pachtersbergen’ werden genoemd. Kenmerkend is dat de constructie met [[schoor|schoren]] is versterkt en dat de roeden op veldkeien zijn geplaatst. Ze werden vooral gebruikt door pachters die de berg op een platte kar meenamen als zij moesten verhuizen naar een ander [[erf]].
+
In Salland, Twente en de Graafschap kwamen eenvoudig te verplaatsen bergen voor die ‘[[Pachtersbergje|pachtersbergen]]’ werden genoemd. Kenmerkend is dat de constructie met [[schoor|schoren]] is versterkt en dat de roeden op veldkeien zijn geplaatst. Ze werden vooral gebruikt door pachters die de berg op een platte kar meenamen als zij moesten verhuizen naar een ander [[erf]].
  
 
===Open of gesloten? ===
 
===Open of gesloten? ===
Vroeger waren kapbergen in grote delen van ons land veel gebruikt, maar er waren ook streken waar ze werden vervangen door gesloten hooischuren. Wat vond de landbouwwetenschap van de keuze tussen open en gesloten hooiberging? Ir. A. Kuijsten heeft er in het begin van de vorige eeuw onderzoek naar gedaan. Voordelen van een kapberg waren lage bouwkosten, minder last van ongedierte, beter nadrogen van de oogst Ine beperking van het [[brandgevaar]]. Nadelen waren er ook. De buitenste laag van het hooi wordt immers door regen en sneeuw aangetast, wat bij hooi ongeveer een half procent verlies oplevert. En kapbergen waren minder geriefelijk, omdat het hooi over het erf naar de stal moest worden gebracht.
+
Vroeger waren kapbergen in grote delen van ons land veel gebruikt, maar er waren ook streken waar ze werden vervangen door gesloten hooischuren. Wat vond de landbouwwetenschap van de keuze tussen open en gesloten hooiberging? Ir. A. Kuijsten heeft er in het begin van de vorige eeuw onderzoek naar gedaan. Voordelen van een kapberg waren lage bouwkosten, minder last van ongedierte, beter nadrogen van de oogst en beperking van het [[brandgevaar]]. Nadelen waren er ook. De buitenste laag van het hooi wordt immers door regen en sneeuw aangetast, wat bij hooi ongeveer een half procent verlies oplevert. En kapbergen waren minder geriefelijk, omdat het hooi over het erf naar de stal moest worden gebracht.
  
 
===Bron===
 
===Bron===
 
De tekst is gebaseerd op:
 
De tekst is gebaseerd op:
 
* 'Hooi in de kapberg', Landleven  14e jaargang, nummer 3 – april/mei 2009  
 
* 'Hooi in de kapberg', Landleven  14e jaargang, nummer 3 – april/mei 2009  
 +
* ''Bouwhistorie van boerderijen. Ontstaan en vorm van de boerderijen in Alblasserwaard en Vijfherenlanden'', Stichting Boerderij en Erf Alblasserwaard – Vijfherenlanden 2001.
  
 
===Links===
 
===Links===
Regel 39: Regel 45:
 
* [[kop-hals-rompboerderij]]  
 
* [[kop-hals-rompboerderij]]  
 
* [[stolpboerderij]]  
 
* [[stolpboerderij]]  
* [[boerderijtypen]]  
+
* [[typologie]]  
 
* [[tasvloer]]  
 
* [[tasvloer]]  
 
* [[rieten dak]]  
 
* [[rieten dak]]  
Regel 56: Regel 62:
 
*  
 
*  
  
[[Categorie: Boerderijtypologie]]  
+
<gallery caption="hooibergen" gallery perrow="5" widths="120" heights="120">
[[Categorie: Bouwhistorie]]
+
Deze foto's komen uit het fotoarchief van Bureau Helsdingen, Vianen)
 +
Bestand:Hooiberg (1).JPG|Hooiberg van een type wat kenmerkend is voor het [[rivierengebied]]. Een stenen onderbouw en daarboven de hooiopslag. Hooiberg in de kern van het dorp Heukelum (Gld).
 +
Bestand:Hooiberg (2).JPG|Detailfoto van de constructie van een hooiberg. De [[laan|lanen]] zijn aan elkaar gekoppeld met [[pen-en-gatverbinding|pen-en-gatverbindingen]] en gefixeerd met ijzeren stroppen. Hooiberg te Heukelum (Gld).
 +
</gallery>
 +
 
 +
 
 +
[[Categorie: Bijgebouwen]]
 +
[[Categorie:Kapbergen]]
 +
[[Categorie:Opslagruimten]]

Huidige versie van 17 okt 2024 om 13:27

Erf met eenroeder in Udenhout
Tweeroedige kapberg. Vervaardiger Gerrit Kramer, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Nederland is een koeienland. Maar die koeien grazen niet het hele jaar in de wei. ’s Winters staan ze op stal en dan eten ze van oudsher vooral hooi. In de zomer worden de hooilanden gemaaid. Het gras wordt op het land gedroogd en vervolgens opgeslagen op de boerderij. Lange tijd gebeurde dat vooral in hooi- of kapbergen. Een hooiberg is een vrijstaande, open hooitas met één tot zes bergroeden, waarlangs een kap op en neer kan bewegen.

Ontstaan

Waarschijnlijk werd hooi heel vroeger opgeslagen in mijten op het erf. De eerste vermeldingen van hooibergen zoals wij die kennen, zijn te vinden in handgeschreven oorkonden uit de dertiende eeuw. Hooibergen zijn van oudsher in grote delen van ons land een bekend verschijnsel. Bijvoorbeeld in de weidestreken in Zuid-Holland en het westen van Utrecht. Er waren overigens ook zuivelstreken waar ze niet voorkwamen, zoals Friesland en Noord-Holland. Daar werd hooi binnen in de boerderij geborgen, althans nadat zich daar in de zeventiende en achttiende eeuw met respectievelijk de kop-hals-rompboerderij en de stolpboerderij nieuwe boerderijtypen hadden ontwikkeld.

Eénroeder

(ook: paraplu of pluberg) De eenroeder is waarschijnlijk pas halverwege de negentiende eeuw ontstaan als graanopslag. Voor dat doel hadden de bergen een verhoogd tasvloertje op paaltjes. Later werden ze vrijwel alleen nog gebruikt voor hooiopslag. Ze komen voor rond de IJssel en in Salland, Twente, de Graafschap en Noord-Brabant.

Drieroedige koekoekberg

Tweeroeder

In Nederland zijn bijna geen oude tweeroeders meer te vinden in oorspronkelijke staat, dus met rieten dak. De tweeroeder met golfplaatbedekking is nog wel te zien. De zadeldakberg en de schilddakberg zijn tweeroeders die vooral in de minder welvarende gebieden te vinden waren. Tweeroeders komen nu nog op de Veluwe, in de Gelderse Vallei en op de Utrechtse Heuvelrug voor.

Meerroeder

De meerroeder is een hooiberg met drie tot zes roeden en een beweegbare kap. Houten drieroeders komen maar zelden voor. Nieuwe met ijzeren of betonnen roeden en een oude rieten kap zijn er nog wel. Daarnaast zijn er fabrieksmatig gefabriceerde exemplaren met golfplaten dak. De roeden van de meerroeder staan buiten de beweegbare kap. Dit type kent enkele varianten, zoals de steltenberg en de schuurberg.

Schuurberg in Eefde
Steltenberg te Oldebroek

Koekoekberg

De koekoekberg komt voor langs de oude zuidelijke en oostelijke Zuiderzeekust. Dit type heeft een soort dakkapel, de ‘koekoek’ of ‘grijperkast’. Aan een balk onder het hooibergdak die uitkomt in de koekoek is een grijper vastgemaakt. Daarmee kon het hooi omhoog worden gehaald en in de berg gebracht.

Schuurberg

Als de steltenberg aan twee of drie zijden schuuruitbouwen onder een schuin dak heeft, spreekt men van een schuurberg. De aanbouwen boden ruimte aan kippen, varkens, jongvee, gereedschappen of brandstoffen. Rond Deventer (Diepenveen) en in de Graafschap zijn nog wel authentieke exemplaren te zien, net als in de Betuwe, met concentraties rond onder meer Lienden, Opijnen, Buurmalsen, Wadenoyen en Est, en in Zuid-Holland.

Steltenberg

De steltenberg is een hooiberg met een verhoogde vloer. De berg staat dus als het ware op stelten. In het rivierengebied was het hooi daardoor beschermd bij overstromingen. De vloer waarop het hooi wordt opgetast, kan bij voldoende hoogte dienen als dak voor een opslagruimte. Bij grotere tasbergen met vijf of meer roeden staat midden onder de tasvloer vaak een gemetselde kolom, de zogenaamde ‘poer’.

Verplaatsbare kapberg

In Salland, Twente en de Graafschap kwamen eenvoudig te verplaatsen bergen voor die ‘pachtersbergen’ werden genoemd. Kenmerkend is dat de constructie met schoren is versterkt en dat de roeden op veldkeien zijn geplaatst. Ze werden vooral gebruikt door pachters die de berg op een platte kar meenamen als zij moesten verhuizen naar een ander erf.

Open of gesloten?

Vroeger waren kapbergen in grote delen van ons land veel gebruikt, maar er waren ook streken waar ze werden vervangen door gesloten hooischuren. Wat vond de landbouwwetenschap van de keuze tussen open en gesloten hooiberging? Ir. A. Kuijsten heeft er in het begin van de vorige eeuw onderzoek naar gedaan. Voordelen van een kapberg waren lage bouwkosten, minder last van ongedierte, beter nadrogen van de oogst en beperking van het brandgevaar. Nadelen waren er ook. De buitenste laag van het hooi wordt immers door regen en sneeuw aangetast, wat bij hooi ongeveer een half procent verlies oplevert. En kapbergen waren minder geriefelijk, omdat het hooi over het erf naar de stal moest worden gebracht.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Hooi in de kapberg', Landleven 14e jaargang, nummer 3 – april/mei 2009
  • Bouwhistorie van boerderijen. Ontstaan en vorm van de boerderijen in Alblasserwaard en Vijfherenlanden, Stichting Boerderij en Erf Alblasserwaard – Vijfherenlanden 2001.

Links

Verder lezen