Bouwhistorische inventarisatie

Uit Agriwiki

Bij een bouwhistorische inventarisatie bepaalt de onderzoeker de vermoedelijke monumentwaarde van verschillende gebouwen binnen een wat groter gebied. Het kan gaan om gevarieerde bebouwing binnen bijvoorbeeld een oude stadskern. Maar ook het landelijk gebied van een gemeente kan onderzocht worden. De samenhangende structuur van bijvoorbeeld de Hollandse Waterlinie kan ook onderwerp zijn van een inventarisatie.

Werkwijze

Bij een inventarisatie worden de gebouwen in principe vanaf de openbare weg beoordeeld. Afhankelijk van de opdracht wordt rekening gehouden met de directe omgeving, zoals de aanwezigheid van storende factoren (ontsierende bebouwing, geluidsoverlast van verkeer) of landschapselementen (dijken, waterwegen).

Het resultaat

De eindwaardering bestaat uit temen van 'mogelijke', 'vermoede', of 'zekere' monumentwaarde per geïnventariseerd object. Dit kan inzichtelijk gemaakt worden met een overzichtskaart met eventueel een fotobijlage. De resultaten zijn bruikbaar voor het opstellen van historische waarden- en verwachtingskaarten voor de ontwikkeling van ruimtelijk beleid of bestemmingsplannen. Een inventarisatie kan ook een eerste stap zijn voor het opstellen/herzien van monumentenlijsten.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • Leo Hendriks, Jan van der Hoeve, Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek (Den Haag 2000 en 2009)

Links

Verder lezen

  • Ronald Stenvert, Inleiding in de bouwhistorie, opmeten en onderzoeken van oude gebouwen (Utrecht 2007)