Synthetisch ultramarijn blauw

Uit Agriwiki
Versie door Beheerder (overleg | bijdragen) op 14 aug 2012 om 10:25 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmid...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)

Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.

Historisch kleurgebruik

Bij een goede restauratie is een op de historie gebaseerde kleurkeuze belangrijk. Om het historisch kleurgebruik te begrijpen, is kennis over de belangrijkste historische pigmenten nodig. Een voorbeeld hiervan zijn de blauwe pigmenten. Synthetisch ultramarijn blauw (ook wel vliegenblauw) is zo’n blauw pigment.Voor boerderijen is de komst van synthetisch ultramarijn blauw belangrijk. Het is in 1828 uitgevonden. In de tweede helft van de 19de eeuw kwam het in grote hoeveelheden op de markt. Het is veel gebruikt in kalkverven in stallen en woonruimtes van boerderijen. Het belangrijkste voordeel is dat het goedkoop is. Daarnaast weert het vliegen, vandaar de term vliegenblauw. Hierdoor was kaasgereedschap blauw. Het is echter wel gevoelig voor zuren. Onder invloed van (zwakke) zuren verkleurt het naar grijs. In olieverf is het niet zo’n makkelijk pigment en het is ook niet geschikt om buiten toe te passen. Het pigment is ook veel gebruikt om de witte was helder wit te kleuren. Het werd verkocht onder de naam Reckitt blauw.

Verkleuren

Kleuren veranderen onder invloed van licht, warmte, vocht en bepaalde bestanddelen in de lucht. Bij boerderijrestauraties is een duur kleuronderzoek door een deskundige vaak een uitzondering en zodoende zal vaak genoegen genomen moeten worden met een doe-het-zelf kleuronderzoek. Daarom is het goed enige kennis te hebben over het verkleuren van verf. Licht, hitte, vocht, zuurstof, zuren, zwavelwaterstof, hydroxiden, en het bindmiddel in de verf zijn vijanden van de kleurvastheid van kleuren. Synthetisch ultramarijn kan onder sommige omstandigheden verkleuren. Zo is synthetisch ultramarijnblauw in kalkverf zeer gevoelig voor zuren en zure atmosferen. Ultramarijn verliest dan zijn kleur en wordt grijs. Dit probleem komt zo vaak voor dat het zelfs een naam heeft gekregen, ultramarijnziekte. In stallen blijkt dit probleem vaak. De oorzaak hiervan is de ammoniak die uit de mest vrijkomt, waardoor soms grijzige vlekkerige witkalklagen ontstaan.

Als synthetische ultramarijn in olieverf verwerkt wordt, kan de verf ook last hebben van zuren. De verf krijgt hierdoor een bruinige transparante kleur. Nu is synthetisch ultramarijn in olieverf toch al niet zo’n succes. Het droogt erg langzaam, dekt slecht en is niet erg weervast. Daarom werd dit pigment niet vaak gebruikt in olieverf.

Kleurnummers

Verschillende pigmenten en kleuren hebben allen hun eigen kleurnummer. De uiteindelijke kleur kan variëren afhankelijk van het gebruikte pigment, de mengverhouding, de ondergrond en de lichtinval. Daarnaast zorgen verwering en vervuiling voor het veranderen van de kleuren. De namen die verffabrikanten aan bepaalde kleuren geven komen lang niet altijd overeen met de kleuren die verkregen worden als de genoemde pigmenten in olie worden aangemaakt. Ook het beeldscherm zorgt voor onvermijdelijke kleurafwijkingen. De genoemde kleurnummers zijn daarom slechts een indicatie!

Synthetische ultramarijn (lijnolie)

Kleurmonster van ultramarijn op hout, gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Bureau Helsdingen

ACC code: VO.47.19, UO.30.20 of UO.28.15

NCS code: S7020-R70B of 4350-R74B

RAL code: 5002 of 5013

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)