Blauwe pigmenten: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
Regel 21: Regel 21:
  
 
Foto: Bureau Helsdingen]]
 
Foto: Bureau Helsdingen]]
ACC code:
+
ACC code: SO.30.20 maar donkerder
SO.30.20 maar donkerder
 
  
NCS code:  
+
NCS code: S7020-B of S7020-R90B
S7020-B
 
S7020-R90B
 
  
RAL code:
+
RAL code: 5004
5004
 
  
 
====Synthetische ultramarijn (lijnolie)====
 
====Synthetische ultramarijn (lijnolie)====
Regel 37: Regel 33:
  
 
Foto: Bureau Helsdingen]]
 
Foto: Bureau Helsdingen]]
ACC code:
+
ACC code: VO.47.19, UO.30.20 of UO.28.15
VO.47.19
 
UO.30.20
 
UO.28.15
 
  
NCS code:  
+
NCS code: S7020-R70B of 4350-R74B
S7020-R70B
 
4350-R74B
 
  
RAL code:
+
RAL code: 5002 of 5013
5002
 
5013
 
  
 
===Verder lezen===
 
===Verder lezen===

Versie van 14 aug 2012 10:08

Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.

Historisch kleurgebruik

Bij een goede restauratie is een op de historie gebaseerde kleurkeuze belangrijk. Om het historisch kleurgebruik te begrijpen, is kennis over de belangrijkste historische pigmenten nodig. Een voorbeeld hiervan zijn de blauwe pigmenten. Blauwe pigmenten zijn een bijzonder verhaal. Tot in de 19de eeuw is blauw de duurste kleur. In de oudheid waren er drie verschillende blauwe pigmenten: Lapis lazuli, azuriet en indigo. Lapis lazuli is een half edelsteen die werd vermalen tot (natuurlijke) ultramarijn, wat een prachtige blauwe kleur geeft. Het is duurder dan goud. Azuriet wordt van een blauw gesteente uit Armenië gemaakt. Ook dit is onbetaalbaar. Indigo wordt gemaakt van bloemen uit onder andere India. Het is een pigment dat beter geschikt is om textiel mee te verven. Voor de huisschilder waren er dus geen betaalbare blauwe pigmenten. Blauw is een primaire kleur en dus niet te mengen uit andere kleuren. Vandaar dat men steeds op zoek was naar nieuwe blauwe pigmenten. Noodgedwongen experimenteerde men wel eens met smalt, kleine splintertjes blauw glas. Het is een moeilijk verwerkbaar pigment. Hoe fijner men het maalt, hoe bleker de kleur wordt. In olieverf wordt het grauw en op den duur verliest het alle kleur. Het is een stuk goedkoper dan de hiervoor genoemde pigmenten maar nog steeds erg duur. De kleur blauw had echter zoveel status dat smalt ondanks haar slechte eigenschappen in de 17de en 18de eeuw door de rijken toch veel werd gebruikt. Smalt en azuriet werden in de 18de eeuw soms ook in kalkverf gebruikt. In de onderzochte boerderijen komt dit pigment niet voor, wat gezien de prijs, niet verbaast. Uiteindelijk wordt Berlijnsblauw uitgevonden en vanaf 1720 in verf toegepast. Het is betaalbaar, maar niet geschikt voor buiten. En zoals altijd, wanneer iets eerst erg duur is en plotseling betaalbaar wordt, komt het direct in de mode. Dankzij de ontwikkelingen in de chemie wordt in de 19de eeuw de keus aan blauwe pigmenten groter. Kobaltblauw wordt uitgevonden, maar een nadeel van het pigment is dat het een transparante kleur is. Met gele oker gemengd levert het wel een mooie kleur groen op voor buiten. Ceruleumblauw is een koele lichte blauw, maar is weer te duur. Voor boerderijen is de komst van synthetisch ultramarijn blauw belangrijk. Het is in 1828 uitgevonden. In de tweede helft van de 19de eeuw kwam het in grote hoeveelheden op de markt. Het is veel gebruikt in kalkverven in stallen en woonruimtes van boerderijen. Het belangrijkste voordeel is dat het goedkoop is. Daarnaast weert het vliegen, vandaar de term vliegenblauw. Hierdoor was kaasgereedschap blauw. Het is echter wel gevoelig voor zuren. Onder invloed van (zwakke) zuren verkleurt het naar grijs. In olieverf is het niet zo’n makkelijk pigment en het is ook niet geschikt om buiten toe te passen. Pas na 1935 komt Engels blauw op de markt, dat een prima pigment is voor buitenschilderwerk.

Overzicht van de belangrijkste gebruikte blauwe pigmenten en kleuren van 1600-1950

Lapis lazuli en azuriet kwamen voor in de 17de en 18de eeuw. Smalt werd tot ongeveer halverwege de 18de eeuw gebruikt. Vanaf het tweede kwart van de 18de eeuw gaat men Berlijnsblauw gebruikten, tot aan halverwege de 20ste eeuw. Kobaltblauw wordt vanaf de 19de eeuw gebruikt. Synthetisch ultramarijn iets later, vanaf het tweede kwart van de 19de eeuw. Nog iets later, halverwege de 19de eeuw, wordt ook ceruleumblauw gebruikt. Engels blauw gaat men in het tweede kwart van de 20ste eeuw pas gebruiken. Veel gebruikte pigmenten zijn met een volle kleur weergegeven. Minder vaak gebruikte pigmenten zijn gestreept weergegeven in de tabel. Deze tabel wordt later toegevoegd. Voor een compleet overzicht zie pigmenten.

Kleurnummers

Verschillende pigmenten en kleuren hebben allen hun eigen kleurnummer. De uiteindelijke kleur kan variëren afhankelijk van het gebruikte pigment, de mengverhouding, de ondergrond en de lichtinval. Daarnaast zorgen verwering en vervuiling voor het veranderen van de kleuren. De namen die verffabrikanten aan bepaalde kleuren geven komen lang niet altijd overeen met de kleuren die verkregen worden als de genoemde pigmenten in olie worden aangemaakt. Ook het beeldscherm zorgt voor onvermijdelijke kleurafwijkingen. De genoemde kleurnummers zijn daarom slechts een indicatie!

Berlijnsblauw (lijnolie)

Kleurmonster van Berlijns blauw op hout, gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Bureau Helsdingen

ACC code: SO.30.20 maar donkerder

NCS code: S7020-B of S7020-R90B

RAL code: 5004

Synthetische ultramarijn (lijnolie)

Kleurmonster van ultramarijn op hout, gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Bureau Helsdingen

ACC code: VO.47.19, UO.30.20 of UO.28.15

NCS code: S7020-R70B of 4350-R74B

RAL code: 5002 of 5013

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)