5.0 Teer, teerproducten en teervervangers: verschil tussen versies
| Regel 3: | Regel 3: | ||
verbrandingsgassen zich vastgezet op de koele wand van de schouwboezem. | verbrandingsgassen zich vastgezet op de koele wand van de schouwboezem. | ||
| − | === | + | ===Teersoorten=== |
* [[Houtteer]] | * [[Houtteer]] | ||
* [[Pek]] | * [[Pek]] | ||
Versie van 3 jul 2012 13:16
Geschiedenis
Teer is al uit de oudheid bekend als een degelijk product voor het verduurzamen van hout. Al in de prehistorie en in de Middeleeuwen werd houtteer door kolenbranders gewonnen in meilers. Dat zijn opgestapelde en met plaggen afgedekte houthopen die werden aangestoken. Door de luchttoevoer te regelen, verbrandt het hout bij lage temperaturen. De hars en de teer lopen uit het hout en worden opgevangen en er blijft houtskool over. Iedereen die wel eens een oude schouw in een boerderij aan de binnenkant heeft gezien zal dit herkennen. Ook hier heeft de teer uit de vrijkomende verbrandingsgassen zich vastgezet op de koele wand van de schouwboezem.
Teersoorten
Verwerking en ondergrond
Teerproducten zijn onlosmakelijk verbonden met de houten schuren voorzien van potdekselwerk. De horizontale beplanking van de buitenwand van boerderijen en schuren werd vrijwel altijd geteerd. Voor houtwerk van schuren gebruikte men aanvankelijk houtteer, later carbolineum, al dan niet gemengd met koolteer, of onverdunde koolteer. Voor het behoud van het houtwerk is het van belang dat de houten wand kan ventileren en dat het hout kan ademen. De teerlaag moet daarom dampopen zijn aan de buitenzijde. Houtteer is meer dampopen dan koolteer. De hiervoor genoemde teerproducten worden uitgesmeerd met een bokkepoot. Dit is een kwast met een lange steel met een dikke ronde kop. Het verwerken gaat het best met warm weer. Als zowel het materiaal als de ondergrond warm is, is het beter smeerbaar en trekt het teerproduct beter in het hout. Vroeger werden de potten met teer wel warm gehouden op een oliestel, of in een bak met warm water. Uitvoeren van teerwerk in de volle zon is niet goed. Bestanddelen uit de teer of de creosootolie in de carbolineum verdampen te snel, en slaan neer op de huid. Dat zorgt voor verbrandingsverschijnselen op handen en in het gezicht.
Alternatieven
Sinds 1996 is het, vanwege de milieubezwaren, in Nederland verboden om koolteer, carbolineum of producten waarin dit is verwerkt, zoals black varnish, te verhandelen. De boerengewoonte om zwarte houten schuren in te smeren met de vuile motorolie uit de trekker is ook niet best voor het milieu. Voor het onderhoud van houten wanden van boerderijen moet er daarom gewerkt worden met milieuvriendelijke teervervangers. De houtteer of de Stokholmer teer, is een natuurproduct, en daarom nog steeds volop voorhanden. Bruinoleum wordt gemaakt uit plantaardige en dierlijke vetzuren en maakt het hout vettig en waterafstotend. Bruinoleum is een natuurlijke vervanger voor carbolineum. Bruinoleum kan ook worden gebruikt om houtteer te verdunnen. Het middel geeft het hout een goede bescherming zonder kans op verstikking. Voor plinten zijn producten in omloop, geschikt voor beton,cement of metselwerk. De meeste teervervangers zijn gemaakt van bitumen zoals bielzenzwart en silolak. Er bestaat ook Inertol op basis van bitumen. Bitumen is een aardolieproduct en verschilt daarmee fundamenteel van teer. Teervervangers op basis van bitumen hebben het nadeel dat ze gevoelig zijn voor olie, vet en UV straling. De hechting en de duurzaamheid zijn minder dan bij teer. Belangrijk zijn de eigenschappen. De teervervanger voor plinten moet dampopen zijn, zodat het opgehoopte vocht kan verdampen. De houtteer en de teervervangers zijn over het algemeen te koop bij de grotere speciaalzaken voor het buitenleven (tuincentra, bouwmarkten, leveranciers van diervoeders etc.).
Bronnen
- nieuwsbrief Boerderij & Erf [1]
- Piet den Hertog, Bureau Helsdingen, Vianen