Berlijns blauw: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
Regel 1: Regel 1:
 +
[[Bestand: Berlijnsblauw.jpg|thumb|right|Kleurmonster van Berlijns blauw op hout, gemengd in lijnolie.
  
 +
Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie.
 +
 +
Foto: Bureau Helsdingen]]
 
Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het [[pigment]] en het [[bindmiddel]]. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.
 
Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het [[pigment]] en het [[bindmiddel]]. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.
  

Versie van 14 aug 2012 10:26

Kleurmonster van Berlijns blauw op hout, gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Bureau Helsdingen

Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.

Historisch kleurgebruik

Bij een goede restauratie is een op de historie gebaseerde kleurkeuze belangrijk. Om het historisch kleurgebruik te begrijpen, is kennis over de belangrijkste historische pigmenten nodig. Een voorbeeld hiervan zijn de blauwe pigmenten. Berlijnsblauw (ook wel Pruisisch blauw) is zo’n blauw pigment en wordt vanaf 1720 in verf toegepast. Het is betaalbaar, maar niet geschikt voor buiten. En zoals altijd, wanneer iets eerst erg duur is en plotseling betaalbaar wordt, komt het direct in de mode. In boerderijen is het nog heel lang een veelgebruikte kleur geweest.

Verkleuren

Kleuren veranderen onder invloed van licht, warmte, vocht en bepaalde bestanddelen in de lucht. Bij boerderijrestauraties is een duur kleuronderzoek door een deskundige vaak een uitzondering en zodoende zal vaak genoegen genomen moeten worden met een doe-het-zelf kleuronderzoek. Daarom is het goed enige kennis te hebben over het verkleuren van verf. Licht, hitte, vocht, zuurstof, zuren, zwavelwaterstof, hydroxiden, en het bindmiddel in de verf zijn vijanden van de kleurvastheid van kleuren. Berlijnsblauw kan onder sommige omstandigheden verkleuren. Berlijnsblauw is bijvoorbeeld niet erg bestand tegen licht. Vanwege de inwerking van het licht op Berlijnsblauw is het goed om altijd goed achter latjes, in sponningen en in donkere hoekjes te kijken. Ook is Berlijnsblauw gevoelig voor kalkhoudende bindmiddelen en voor hitte en kan hierdoor bruin worden. Dit is eenvoudig vast te stellen met een experiment met Berlijnsblauw en [[kalkverf (gebluste kalk)|gebluste kalk. Doordat Berlijnsblauw niet tegen alkaliën bestand is, kleurt het blauw na een dag bruin. Tijdens onderzoek zijn vier verschillende tinten Berlijnsblauw opgezet. Vooral de donkere tinten waren prachtig diepblauw van kleur. De volgende dag echter waren ze alle vier bruin geworden. Na een aantal weken keert de blauwe kleur weer wat terug.

Kleurnummers

Verschillende pigmenten en kleuren hebben allen hun eigen kleurnummer. De uiteindelijke kleur kan variëren afhankelijk van het gebruikte pigment, de mengverhouding, de ondergrond en de lichtinval. Daarnaast zorgen verwering en vervuiling voor het veranderen van de kleuren. De namen die verffabrikanten aan bepaalde kleuren geven komen lang niet altijd overeen met de kleuren die verkregen worden als de genoemde pigmenten in olie worden aangemaakt. Ook het beeldscherm zorgt voor onvermijdelijke kleurafwijkingen. De genoemde kleurnummers zijn daarom slechts een indicatie!

Berlijnsblauw (lijnolie)

ACC code: SO.30.20 maar donkerder

NCS code: S7020-B of S7020-R90B

RAL code: 5004

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)