Omgevingsgeschiedenis: verschil tussen versies
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| − | Omgevingsgeschiedenis is de beschrijving van hoe de omgeving van een gebouw/complex zich heeft ontwikkeld. De omvang van de omgeving is afhankelijk van het te beschrijven onderwerp | + | Omgevingsgeschiedenis is de beschrijving van hoe de omgeving van een gebouw/complex zich heeft ontwikkeld. De omvang van de omgeving is afhankelijk van het te beschrijven onderwerp. |
===Bewuste locaties=== | ===Bewuste locaties=== | ||
| − | De omgeving van een gebouw/complex kan veel informatie geven over de reden waarom het gebouwd is en hoe het vervolgens door de eigenaren is gebruikt. Een pand wordt immers zelden op een willekeurige plaats neergezet. Verdedigingswerken zijn daar een goed voorbeeld van. Deze staan altijd bewust op strategische posities in een landschap | + | De omgeving van een gebouw/complex kan veel informatie geven over de reden waarom het gebouwd is en hoe het vervolgens door de eigenaren is gebruikt. Een pand wordt immers zelden op een willekeurige plaats neergezet. Verdedigingswerken zijn daar een goed voorbeeld van. Deze staan altijd bewust op strategische posities in een landschap. In het centrum van woonplaatsen staat bijna altijd een kerk omdat zowel de kerk als instituut als het dorpscentrum als geografische plaats, van oudsher de plaatsen zijn waar bewoners samenkwamen. Reguliere woonhuizen bevinden zich vaak dicht bij de werkgelegenheid, villa's hebben veelal een groene buffer om zich heen en watermolens staan op plaatsen waar het water omhoog gemalen moet worden. Door goed naar de omgeving te kijken kan men interessante feiten vinden over de oorspronkelijke bestemming van een pand. Zo kan een woonhuis dat naast een kruising van water en landwegen staat oorspronkelijk een tolhuis geweest zijn. |
| + | |||
| + | ===Bouwstenen van de omgeving=== | ||
| + | Bij de omgevingsgeschiedenis zijn een aantal onderdelen van belang. Allereerst de bodem. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de grondsoort maar ook of er zich onder het oppervlak restanten zijn van een ouder landschap. Denk hierbij aan stroomruggen of oeverwallen. In de bodem zijn ook mogelijk archeologische sporen aanwezig. Hoe wanneer het gebied ontgonnen is, is ook een belangrijk onderdeel van de omgevingsgeschiedenis. Hoe de nederzettingen in de omgeving zich hebben ontwikkeld is ook van belang. Is er sprake van lindbebouwing of staan de boerderijen in groepjes bij elkaar (boerderijenzwem) | ||
===Boerderijtypologie=== | ===Boerderijtypologie=== | ||
| + | Om boerderijen te begrijpen is de omgevingsgeschiedenis belangrijk. De gronssoort bepaald namelijk in grote mate de bedrijfsvoering van een boerderij. In een veen-weidegebied vind men melkveebedrijven. Op zware zeeklei vind men akkerbouwbedrijven. Kleine variaties in de grondsoort die miljoenen jaren geleden onstaan zijn kunnen nu nog herkenbaar zijn in het huidige landschap. Zo is in het veen-weidegebied bijvoorbeeld een stroomrug een plaats waar de grond net wat hoger ligt en wat steviger is dan het omringende veenmoeras. (Hoger is in het vlakke nederland een relatief begrip het gaat hier om verhogingen van hooguit enkele meters) Hier vestigde zich de eerste bewoners. Deze hebben weer archeolgische sporen nagelaten. In de middeleeuwen werden deze hogere plaatsen bijvoorkeur een dopr gebouwd of een dijk of een weg aangelegd. Op het hoogste punt werd dan vaak de kerk gebouwd. Maar ook na de ontginning toen de polders gevormd werden op stroomruggen vaak als ontginningsassen gebruikt. | ||
| + | |||
| + | |||
| + | |||
| + | deze plaatsen bij voorkeur de eerste boerderijen gebouwd. zijn deze stroomruggen eeuwen lang de plaatsen waar men bij voorkeur een pand bouwde. | ||
| + | |||
| + | |||
Er bestaat een grote variatie aan boerderijen. Elke streek kent zijn eigen bouwstijl en [[typologie]]; de Limburgse hoeve, de Brabantse [[dwarsdeelboerderij]], de Noord-Hollandse [[Stolpboerderij]], de Friese [[Kop-hals-rompboerderij]]. Het landschap heeft het uiterlijk van deze boerderijtypen vaak sterk beïnvloed. Een streek waar de grond het meest geschikt is voor veeteelt zoals het Groene Hart, vereist een pand waar koeien in gehouden kunnen worden. Daar waar producten van het land gehaald worden, moeten wagens gestald en oogst opgeslagen kunnen worden. Dit is bepalend voor de vorm en indeling van een boerderij en het erf. | Er bestaat een grote variatie aan boerderijen. Elke streek kent zijn eigen bouwstijl en [[typologie]]; de Limburgse hoeve, de Brabantse [[dwarsdeelboerderij]], de Noord-Hollandse [[Stolpboerderij]], de Friese [[Kop-hals-rompboerderij]]. Het landschap heeft het uiterlijk van deze boerderijtypen vaak sterk beïnvloed. Een streek waar de grond het meest geschikt is voor veeteelt zoals het Groene Hart, vereist een pand waar koeien in gehouden kunnen worden. Daar waar producten van het land gehaald worden, moeten wagens gestald en oogst opgeslagen kunnen worden. Dit is bepalend voor de vorm en indeling van een boerderij en het erf. | ||
Versie van 18 jun 2012 13:40
Omgevingsgeschiedenis is de beschrijving van hoe de omgeving van een gebouw/complex zich heeft ontwikkeld. De omvang van de omgeving is afhankelijk van het te beschrijven onderwerp.
Bewuste locaties
De omgeving van een gebouw/complex kan veel informatie geven over de reden waarom het gebouwd is en hoe het vervolgens door de eigenaren is gebruikt. Een pand wordt immers zelden op een willekeurige plaats neergezet. Verdedigingswerken zijn daar een goed voorbeeld van. Deze staan altijd bewust op strategische posities in een landschap. In het centrum van woonplaatsen staat bijna altijd een kerk omdat zowel de kerk als instituut als het dorpscentrum als geografische plaats, van oudsher de plaatsen zijn waar bewoners samenkwamen. Reguliere woonhuizen bevinden zich vaak dicht bij de werkgelegenheid, villa's hebben veelal een groene buffer om zich heen en watermolens staan op plaatsen waar het water omhoog gemalen moet worden. Door goed naar de omgeving te kijken kan men interessante feiten vinden over de oorspronkelijke bestemming van een pand. Zo kan een woonhuis dat naast een kruising van water en landwegen staat oorspronkelijk een tolhuis geweest zijn.
Bouwstenen van de omgeving
Bij de omgevingsgeschiedenis zijn een aantal onderdelen van belang. Allereerst de bodem. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de grondsoort maar ook of er zich onder het oppervlak restanten zijn van een ouder landschap. Denk hierbij aan stroomruggen of oeverwallen. In de bodem zijn ook mogelijk archeologische sporen aanwezig. Hoe wanneer het gebied ontgonnen is, is ook een belangrijk onderdeel van de omgevingsgeschiedenis. Hoe de nederzettingen in de omgeving zich hebben ontwikkeld is ook van belang. Is er sprake van lindbebouwing of staan de boerderijen in groepjes bij elkaar (boerderijenzwem)
Boerderijtypologie
Om boerderijen te begrijpen is de omgevingsgeschiedenis belangrijk. De gronssoort bepaald namelijk in grote mate de bedrijfsvoering van een boerderij. In een veen-weidegebied vind men melkveebedrijven. Op zware zeeklei vind men akkerbouwbedrijven. Kleine variaties in de grondsoort die miljoenen jaren geleden onstaan zijn kunnen nu nog herkenbaar zijn in het huidige landschap. Zo is in het veen-weidegebied bijvoorbeeld een stroomrug een plaats waar de grond net wat hoger ligt en wat steviger is dan het omringende veenmoeras. (Hoger is in het vlakke nederland een relatief begrip het gaat hier om verhogingen van hooguit enkele meters) Hier vestigde zich de eerste bewoners. Deze hebben weer archeolgische sporen nagelaten. In de middeleeuwen werden deze hogere plaatsen bijvoorkeur een dopr gebouwd of een dijk of een weg aangelegd. Op het hoogste punt werd dan vaak de kerk gebouwd. Maar ook na de ontginning toen de polders gevormd werden op stroomruggen vaak als ontginningsassen gebruikt.
deze plaatsen bij voorkeur de eerste boerderijen gebouwd. zijn deze stroomruggen eeuwen lang de plaatsen waar men bij voorkeur een pand bouwde.
Er bestaat een grote variatie aan boerderijen. Elke streek kent zijn eigen bouwstijl en typologie; de Limburgse hoeve, de Brabantse dwarsdeelboerderij, de Noord-Hollandse Stolpboerderij, de Friese Kop-hals-rompboerderij. Het landschap heeft het uiterlijk van deze boerderijtypen vaak sterk beïnvloed. Een streek waar de grond het meest geschikt is voor veeteelt zoals het Groene Hart, vereist een pand waar koeien in gehouden kunnen worden. Daar waar producten van het land gehaald worden, moeten wagens gestald en oogst opgeslagen kunnen worden. Dit is bepalend voor de vorm en indeling van een boerderij en het erf.
Historische bebouwingsplekken
De preciezere locatie van een boerderij kan informatie geven over de ouderdom. Ook hier geldt, net als bij verdedigingswerken, dat op strategische plekken waarschijnlijk de oudste boerderijen staan. Bijvoorbeeld aan oude (water-)wegen, bij handelskruisingen, aan ontginningsstroken, op woonheuvels. Als een boerderij op een minder strategische plaats staat, is het waarschijnlijk dat de bouwgeschiedenis niet erg ver terug gaat. De omgevingsgeschiedenis van een historisch-ogend pand op een niet-strategische plaats, kan erop wijzen dat een boerderij jonger is dan verwacht.
Restauratie-ethiek
Wanneer een historische boerderij of boeren erf [[restaureren|gerestaureerd][ of herbestemd wordt, en de historische waarde moet bewaard blijven, dan dient er ook rekening te worden gehouden met de omgevingsgeschiedenis. Uiterlijke kenmerken die een relatie hebben met de omgeving zijn medebepalend voor de historische waarde. Wijzigingen in het uiterlijk van het pand worden daarom beter afgestemd hierop.
Bron
De tekst is gebaseerd op:
- Bureau Helsdingen
Links
- typologie
- dwarsdeelboerderij
- Stolpboerderij
- Kop-hals-rompboerderij
- bouwgeschiedenis
- restaureren
- herbestemmen
- Restauratie-ethiek
Verder lezen
- Auteur, titel (jaar van uitgave) p.pagina nr. Het * zorgt voor een opsommingsteken. Gebruik dit altijd, dus ook bij 1 link.
- Extern artikel (link naar andere website) met verduidelijkende tekst over de link. Het * zorgt voor een opsommingsteken. Gebruik dit altijd, dus ook bij 1 link.