Bakhuis

Uit Agriwiki
(Doorverwezen vanaf Stookhok)
Bakhuis in Princenhage, Breda.

In oorsprong 17de eeuwse bakstenen gebouwtje met oven naast een boerderij, bestemd voor het bakken van brood en het bereiden van veevoer. In het bakhuis bevond zich een bakoven. Het bakhuis wordt in Noord-Nederland ook wel een stookhut, stookhok of bakspieker genoemd.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Vakwerk bakhuis in Bommerig
Bakhuisje in Merelbeke, Oost-Vlaanderen.

Hoewel de eerste bakovens al door de eerste landbouwers rond 4000 v.Chr. werden gebruikt, zijn er in Nederland uit de periode tussen 450 en 1250 geen enkele bakovens teruggevonden. Pas vanaf de late middeleeuwen worden er bakhuizen bij boerderijen en in steden gebouwd. Op het Nederlandse platteland bleven de bakhuizen tot in de twintigste eeuw in gebruik.

Eigenschappen[bewerken | brontekst bewerken]

Een bakhuis bestaat doorgaans uit twee delen: de bakoven met daaraan een groter voorgebouw. De bakoven kan zich ook in het grotere gebouw bevinden. Net als bij de boerderijtypen worden de bouwmateralen van het bakhuis bepaald door de streek waarin deze te vinden is. Zo zijn er in Zuid-Limburg bijvoorbeeld vakwerk bakhuizen te vinden.

Vaak beschikt een bakhuis over een schoorsteen om de rook uit de bakoven naar buiten te leiden. Wegens brandgevaar was het bakhuis vaak een losstaand gebouwtje, soms zelfs gemeenschappelijk bezit van meerdere boeren[1].

Gebruik[bewerken | brontekst bewerken]

Hoewel het bakhuis in eerste instantie werd gebruikt voor het bakken van brood, was dat zeker niet de enige functie die het gebouwtje had. Hieronder worden enkele functies uitgelicht:

Brood bakken[bewerken | brontekst bewerken]

De oudste functie van het bakhuis is het bakken van brood. Dit was vaak een bezigheid van de oma's die de oven enkele malen per week opstookten. Met een mengsel van tarwe- en roggemeel werd het brood, ook wel 'stoet', gebakken dat 's ochtends en 's avonds werd gegeten. Ook voor de warme maaltijd werd op veel boerderijen gebruik gemaakt van het stookhok.

Wassen[bewerken | brontekst bewerken]

Een belangrijke functie van het bakhuis was het wassen. Dit was een omvangrijk en tijdrovend karwei dat eens per week of twee weken plaatsvond. Voor het wassen werd een kookpot schoon geschrobd en gevuld met water. Sommige boerinnen hadden een aparte pot voor de was, maar de meesten moesten het doen met een kookpot met een oud laken onderin zodat de was werd beschermd tegen roest. De kookpot werd boven het vuur gezet en het water in de pot kwam gedurende de nacht aan de kook.

Op veel boerderijen werd de witte was op maandagochtend overgedaan in een teil en geboend op een wasbord en plank. Daarna werd deze in de bleek te drogen gelegd. De bonte was werd in de tussentijd in hetzelfde, nog warme water, gedaan. Het oude waswater werd uiteindelijk gebruikt om het bakhuis/stookhok schoon te schrobben, en liep vanuit het huisje door het geutegat (gat in de muur) de moestuin in. In latere perioden werd de was ook wel in een wasketel op het fornuis gekookt.

Varkensvoer[bewerken | brontekst bewerken]

Vooral in Drenthe danken de meeste stookhokken hun bestaan uit de varkenshouderij die rond 1900 door steeds meer boeren beoefend werd. Omdat het koken van het varkensvoer in de openlucht al snel voor gevaarlijke situaties zorgde (de houten schuren en rieten daken waren erg brandgevoelig), kwam er in menig gemeente al snel de verordening dat de kookplaats overdekt en ommuurd moest worden. Hierdoor werden op veel erven in Drenthe zogenoemde stookhokken gebouwd. In sommige streken zie je ze echter minder, hier kreeg de kookpot een plekje in de deel.

Doorgaans werd de kookpot twee of drie keer per week opgestookt om aardappelen voor de varkens te koken. De gekookte aardappelen werden vervolgens in het stookhok bewaard, waar de boerin ze elke dag met stampte, en mengde met roggemeel.

Zomerhuis[bewerken | brontekst bewerken]

Interieru van stookhok in Sleeuwijk

Wanneer een boerderij over een groter stookhok beschikte dan kon deze een deel van het jaar als woning dienen. Zo verhuisde op sommige boerderijen in Drenthe het gezin in mei naar het stookhok als de koeien naar de wei werden gebracht. Hiervoor werd het stookhuis eenvoudig ingericht met tafel, stoelen, en eetgerei. Het achter- en voorhuis kregen in die periode een flinke schoonmaakbeurt. In het najaar trok men dan de boerderij weer in.

Bron[bewerken | brontekst bewerken]

  • Hermsen, Josée, e.a. Rooksignalen van het boerenerf: stookhokken in Drenthe. Publique uitgevers, 2005.
  • Bouwhistorie van boerderijen. Ontstaan en vorm van de boerderijen in Alblasserwaard en Vijfherenlanden, Stichting Boerderij en Erf Alblasserwaard – Vijfherenlanden 2001.
  • 'Bakovens.' Museum voor Oudere Technieken, https://www.mot.be/nl/opzoeken/bakovens/wat-is-wat.
  • Gaillard, Karin. Binnen bij boeren: Wonen en werken in historische boerderijen. Waanders Uitgevers Zwolle en Stichting Manifestatie Historisch Interieur 2001 Amsterdam, 2003.
  1. Gaillard, Karin. Binnen bij boeren: Wonen en werken in historische boerderijen. Waanders Uitgevers Zwolle en Stichting Manifestatie Historisch Interieur 2001 Amsterdam, 2003.