Karnmolen: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
(Nieuwe pagina aangemaakt met 'Op de meeste boerderijen werd in het verleden de geproduceerde melk verwerkt tot zuivelproducten. Nu worden ‘boter en kaas’ vaak in één adem genoem...')
 
Regel 1: Regel 1:
Op de meeste [[boerderij|boerderijen]] werd in het verleden de geproduceerde melk verwerkt tot zuivelproducten. Nu worden ‘boter en kaas’ vaak in één adem genoemd, maar het proces verschilt wezenlijk.
+
Op melkveebedrijven in Noord- en West-Nederland en op de gemengde bedrijven op de zandgronden werd boter gekarnd. Op de grotere bedrijven gebeurde dat met behulp van een karnmolen (ook wel rosmolen genoemd.)
 +
 
 +
===Het karnen ===
 +
Bij het karnen worden de boterdeeltjes uit de gezuurde melk of room afgezonderd. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Bij de schommel- en de tuimelkarn wordt het karnsel in beweging gebracht door een karnton op en neer te bewegen of om de as te laten wentelen.
 +
Boter karnen kan ook in een stilstaande karn. Dat was vroeger de meest toegepaste methode. Het karnsel werd in beweging gebracht door een schijf met gaten (de ‘druif’) aan een stok ( de ‘pols’) in de karnton op en neer te bewegen. Oorspronkelijk gebeurde het karnen met de hand en dat is op kleine boerderijen nog lang zo gebleven.
 +
 
 +
===De paardenkarn ===
 +
Toen in de zeventiende eeuw de veestapels steeds groter werden, werd het noodzakelijk een andere oplossing te zoeken om de alsmaar groeiende melkproductie te verwerken. De paardenkarn bleek de oplossing te zijn. De inzet van een paard maakte het mogelijk een grotere karnton te gebruiken, waardoor meer room in één keer verwerkt kon worden.
 +
 
 +
In kleinere boerderijgebouwen was binnen in de boerderij geen plaats voor een door paarden aangedreven karnmolen. Daarom werd op het erf, direct naast de boerderij en grenzend aan het karnvertrek, een apart gebouwtje neergezet. Daarin stond de karnmolen en kon het paard zijn rondjes lopen. Karnhuizen hadden meestal een ronde of veelhoekige vorm; soms waren ze vierkant. Ze waren opgetrokken uit steen of hout en het dak was vaak van stro. Het karnpad, de vloer waar het paard liep, bestond uit in cirkels gelegde klinkers.
 +
 
 +
====Kleine rondjes====
 +
In paardenkarnmolens liep een paard kleine rondjes over een karnpad. Het had een hoofdkap of oogkleppen op tegen het draaierig worden. Het bracht een verticale boom of spil in beweging. Aan de bovenzijde daarvan was een groot tandwiel van drie à vier meter doorsnede bevestigd. De draaiende beweging werd via een mechanisme met houten tandwielen en assen overgebracht naar het karnvertrek. Vervolgens werd het omgezet in een op en neer gaande beweging, waarmee de stamper in de karnton in beweging werd gebracht. In Brabant werden karnmolens af en toe door een of os of een koe aangedreven.
 +
 
 +
===Hondenkracht===
 +
Waarschijnlijk al vanaf het einde van de achttiende eeuw werden in Brabant en andere streken van ons land hondenkarnen gebruikt. In een hondenkarn loopt een hond in een grote tredmolen om bewegingsenergie op te wekken. Net als bij een paardenkarn wordt de draaiende beweging vervolgens via een mechanisme van tandwielen en bomen omgezet in een op en neer gaande beweging.
 +
 
 +
===Bewaarde karnmolens===
 +
Er zijn vrijwel geen complete en authentieke karnmolens meer aanwezig. Daarvoor moeten we naar het openluchtmuseum in Arnhem.  In de hele Alblasserwaard is een complete en authentieke karnmolen aanwezig. Die staat in de vervallen en met sloop bedreigde boerderij Bruggraaf 6 te Meerkerk. Restanten van dergelijke paardenkarnen worden nog wel vaker aangetroffen. Soms ligt het ronde karnpad er nog, met klinkertjes en plavuizen. Dan zie je vaak in de zoldering nog de sporen van de aanhechting van de molen in de vorm van klossen tegen de [[balklaag]], voor het vasthouden van de spil van de molen. In de loop van de tijd zijn de meeste karnmolens verdwenen. De vermolmde molen is in stukken gezaagd voor kachelhout en het karnpad verdwenen voor een nieuwe betonvloer.
  
===Karnen===
 
Om boter te maken moet de melk eerst worden aangezuurd en na verloop van tijd worden gekarnd. Tijdens dit karnen wordt de vloeistof met kracht dooreen geroerd waardoor de vloeistof zich splitst in de magere karnemelk en de vette boter.
 
Dit kon met de hand worden gedaan in een karnton. Soms werd de wat meer geciviliseerde wipkarn gebruikt. In de Vijfheerenlanden wordt nog wel eens een restant van een wipkarn aangetroffen in de vorm van een gesmede ijzeren staaf aan een [[gebintstijl]]. Restanten van een wipkarn zijn bekend uit Arkel, Weverwijk en uit Vianen. In het rivierengebied werd ook wel een hond in een tredmolen gebruikt voor de aandrijving. De draaiende beweging werd dan met tandwielen omgezet in een op en neergaande beweging van de stamper in de karnton. In Alblasserwaard en Vijfheerenlanden zijn voor zover mij bekend geen restanten van een hondekarn bewaard gebleven.
 
Het meest gemechaniseerd was echter wel de manier die in de Alblasserwaard gebruikelijk was. Daar liep een paard rondjes en dreef de karnmolen aan. Het paard liep dan op een karnpad van klinkersteentjes en een eindje verderop stond dan de karnton. Een dergelijk karnmolen was altijd te vinden in de travee achter de [[brandmuur]] van de boerderij. Daarmee was het karnen een proces wat zich afspeelde in de werkruimte tussen het wonen (voor de brandmuur) en de veestalling achter de brandmuur.
 
Elders in Zuid-Holland, zoals in het westen van de Krimpenerwaard en in Delf- en Schieland waren er aparte karnmolens: ronde of achthoekige gebouwtjes die tegen de boerderij stonden aangebouwd. Daar liep dan het paard zijn rondjes, zodat het beest niet binnen hoefde te komen. De as van de karnmolen ging dan door de muur naar binnen naar de ruimte waar de zuivel werd bereid.
 
Er zijn vrijwel geen complete en authentieke karnmolens meer aanwezig. Daarvoor moeten we naar het openluchtmuseum in Arnhem.  Ook in onze regio is er maar weinig meer over van deze boeiende installaties. In de hele Alblasserwaard is maar een complete en authentieke karnmolen meer aanwezig. Die staat in de vervallen en met sloop bedreigde boerderij Bruggraaf 6 te Meerkerk. Restanten van dergelijke paardenkarnen worden nog wel vaker aangetroffen. Soms ligt het ronde karnpad er nog, met klinkertjes en plavuizen. Dan zie je vaak in de zoldering nog de sporen van de aanhechting van de molen in de vorm van klossen tegen de [[balklaag]], voor het vasthouden van de spil van de molen. In de loop van de tijd zijn de meeste karnmolens verdwenen. De vermolmde molen is in stukken gezaagd voor kachelhout en het karnpad verdwenen voor een nieuwe betonvloer.
 
  
 
===Bron===
 
===Bron===
 +
* Landleven 10e jaargang nummer 6 november/december 2005
 +
* Landleven 14e jaargang nummer 5 juli/augustus 2009
 +
* Heyden, T. van der, Nederland dichterbij boerderijen (1996) 26
 
* Uit nieuwsbrief [http://www.boerderijenerf.nl Boerderij & Erf]
 
* Uit nieuwsbrief [http://www.boerderijenerf.nl Boerderij & Erf]
 
* [http://www.bureauhelsdingen.nl Bureau Helsdingen, Vianen]
 
* [http://www.bureauhelsdingen.nl Bureau Helsdingen, Vianen]

Versie van 8 feb 2012 09:03

Op melkveebedrijven in Noord- en West-Nederland en op de gemengde bedrijven op de zandgronden werd boter gekarnd. Op de grotere bedrijven gebeurde dat met behulp van een karnmolen (ook wel rosmolen genoemd.)

Het karnen

Bij het karnen worden de boterdeeltjes uit de gezuurde melk of room afgezonderd. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Bij de schommel- en de tuimelkarn wordt het karnsel in beweging gebracht door een karnton op en neer te bewegen of om de as te laten wentelen. Boter karnen kan ook in een stilstaande karn. Dat was vroeger de meest toegepaste methode. Het karnsel werd in beweging gebracht door een schijf met gaten (de ‘druif’) aan een stok ( de ‘pols’) in de karnton op en neer te bewegen. Oorspronkelijk gebeurde het karnen met de hand en dat is op kleine boerderijen nog lang zo gebleven.

De paardenkarn

Toen in de zeventiende eeuw de veestapels steeds groter werden, werd het noodzakelijk een andere oplossing te zoeken om de alsmaar groeiende melkproductie te verwerken. De paardenkarn bleek de oplossing te zijn. De inzet van een paard maakte het mogelijk een grotere karnton te gebruiken, waardoor meer room in één keer verwerkt kon worden.

In kleinere boerderijgebouwen was binnen in de boerderij geen plaats voor een door paarden aangedreven karnmolen. Daarom werd op het erf, direct naast de boerderij en grenzend aan het karnvertrek, een apart gebouwtje neergezet. Daarin stond de karnmolen en kon het paard zijn rondjes lopen. Karnhuizen hadden meestal een ronde of veelhoekige vorm; soms waren ze vierkant. Ze waren opgetrokken uit steen of hout en het dak was vaak van stro. Het karnpad, de vloer waar het paard liep, bestond uit in cirkels gelegde klinkers.

Kleine rondjes

In paardenkarnmolens liep een paard kleine rondjes over een karnpad. Het had een hoofdkap of oogkleppen op tegen het draaierig worden. Het bracht een verticale boom of spil in beweging. Aan de bovenzijde daarvan was een groot tandwiel van drie à vier meter doorsnede bevestigd. De draaiende beweging werd via een mechanisme met houten tandwielen en assen overgebracht naar het karnvertrek. Vervolgens werd het omgezet in een op en neer gaande beweging, waarmee de stamper in de karnton in beweging werd gebracht. In Brabant werden karnmolens af en toe door een of os of een koe aangedreven.

Hondenkracht

Waarschijnlijk al vanaf het einde van de achttiende eeuw werden in Brabant en andere streken van ons land hondenkarnen gebruikt. In een hondenkarn loopt een hond in een grote tredmolen om bewegingsenergie op te wekken. Net als bij een paardenkarn wordt de draaiende beweging vervolgens via een mechanisme van tandwielen en bomen omgezet in een op en neer gaande beweging.

Bewaarde karnmolens

Er zijn vrijwel geen complete en authentieke karnmolens meer aanwezig. Daarvoor moeten we naar het openluchtmuseum in Arnhem. In de hele Alblasserwaard is een complete en authentieke karnmolen aanwezig. Die staat in de vervallen en met sloop bedreigde boerderij Bruggraaf 6 te Meerkerk. Restanten van dergelijke paardenkarnen worden nog wel vaker aangetroffen. Soms ligt het ronde karnpad er nog, met klinkertjes en plavuizen. Dan zie je vaak in de zoldering nog de sporen van de aanhechting van de molen in de vorm van klossen tegen de balklaag, voor het vasthouden van de spil van de molen. In de loop van de tijd zijn de meeste karnmolens verdwenen. De vermolmde molen is in stukken gezaagd voor kachelhout en het karnpad verdwenen voor een nieuwe betonvloer.


Bron

  • Landleven 10e jaargang nummer 6 november/december 2005
  • Landleven 14e jaargang nummer 5 juli/augustus 2009
  • Heyden, T. van der, Nederland dichterbij boerderijen (1996) 26
  • Uit nieuwsbrief Boerderij & Erf
  • Bureau Helsdingen, Vianen