Sporenkap: verschil tussen versies
| Regel 1: | Regel 1: | ||
| − | 'Kapconstructie die bestaat uit [[spoor|sporen]] en [[hanenbalk|hanenbalken/sporenhout]], eventueel ondersteund door [[fliering|flieringen]] op [[kapgebint|kapgebinten]].' (E.J. Haslinghuis en H. Janse ''Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie'' (4de druk, Leiden 2001), p.428) | + | '[[Kapconstructie]] die bestaat uit [[spoor|sporen]] en [[hanenbalk|hanenbalken/sporenhout]], eventueel ondersteund door [[fliering|flieringen]] op [[kapgebint|kapgebinten]].' (E.J. Haslinghuis en H. Janse ''Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie'' (4de druk, Leiden 2001), p.428) |
Een sporenkap kan een nokgording hebben. De sporen hangen dan over de [[nokgording]], die rust op het [[kapspant]]. Ook kan er geen nokgording aanwezig zijn. De sporen zijn dan zelfdragend en rusten op een plaat ([[muurplaat]] of [[gebintplaat]]) en zijn door middel van een [[hanenbalk|sporenhout]] per paar verbonden. Er wordt verschillend gesproken over deze verschillende constructies: 'zelfdragende sporen' worden ook wel 'sporen' genoemd en 'hangende sporen' worden ook wel 'kepers' genoemd. | Een sporenkap kan een nokgording hebben. De sporen hangen dan over de [[nokgording]], die rust op het [[kapspant]]. Ook kan er geen nokgording aanwezig zijn. De sporen zijn dan zelfdragend en rusten op een plaat ([[muurplaat]] of [[gebintplaat]]) en zijn door middel van een [[hanenbalk|sporenhout]] per paar verbonden. Er wordt verschillend gesproken over deze verschillende constructies: 'zelfdragende sporen' worden ook wel 'sporen' genoemd en 'hangende sporen' worden ook wel 'kepers' genoemd. | ||
| Regel 12: | Regel 12: | ||
[[Categorie:daken]] | [[Categorie:daken]] | ||
| − | [[Categorie: | + | [[Categorie:houtconstructie]] |
| − | [[Categorie: | + | [[Categorie:kapconstructie]] |
Versie van 4 jun 2012 19:45
'Kapconstructie die bestaat uit sporen en hanenbalken/sporenhout, eventueel ondersteund door flieringen op kapgebinten.' (E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.428)
Een sporenkap kan een nokgording hebben. De sporen hangen dan over de nokgording, die rust op het kapspant. Ook kan er geen nokgording aanwezig zijn. De sporen zijn dan zelfdragend en rusten op een plaat (muurplaat of gebintplaat) en zijn door middel van een sporenhout per paar verbonden. Er wordt verschillend gesproken over deze verschillende constructies: 'zelfdragende sporen' worden ook wel 'sporen' genoemd en 'hangende sporen' worden ook wel 'kepers' genoemd.
Bron
De tekst is gebaseerd op:
- E.J. Haslinghuis en H. Janse Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p.428
- G. Berends Historische houtconstructies in Nederland (1996 Arnhem), p.35
Verder lezen
- G. Berends Historische houtconstructies in Nederland (1996 Arnhem)