Boterfabriek: verschil tussen versies

Uit Agriwiki
k
 
(2 tussenliggende versies door 2 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
Boter wordt bereid uit melk. Eerst wordt de melk afgeroomd en aangezuurd en daarna gekarnt (stevig in beweging gebracht). Hierdoor schift de melk en onstaat er boter en karnemelk. Het karnen werd vroeger op de boerderij zelf gedaan. Hiervoor was er in zuivelboerderijen vaak een [[karnton]] en een [[karnmolen]] te vinden. In de negentiende eeuw kwam de mechanisatie op gang en onstonden er zuivelfabrieken.  
+
[[Bestand:Friese boterverkoopster Zo Aaltje bezorg de boter maar aan de Meid, in mijn huis Ah du beure frais eh bien, Annette portez le à ma Servante (titel op object), BI-B-FM-108-11.jpg|miniatuur|Friese boterverkoopster]]
 +
Boter wordt bereid uit melk. Eerst wordt de melk afgeroomd en aangezuurd en daarna gekarnt (stevig in beweging gebracht). Hierdoor schift de melk en ontstaat er boter en karnemelk. Het karnen werd vroeger op de boerderij zelf gedaan. Hiervoor was er in zuivelboerderijen vaak een [[karnton]] en een [[karnmolen]] te vinden. In de negentiende eeuw kwam de mechanisatie op gang en ontstonden er zuivelfabrieken.  
  
 
+
In 1886 werd in het Friese Warga de eerste stoomzuivelfabriek opgericht. Voor de [[zandgronden]], waar de melkopbrengsten klein waren, waren grote zuivelfabrieken met stoommachines echter geen optie. Naar Belgisch voorbeeld werd in 1892 in het Midden-Limburgse Tungelroy het eerste zuivelfabriekje geopend waar met handkracht werd gewerkt. Deze kleinschalige fabriekjes waren te midden van de kleinschalige landbouwbedrijven op de zandgronden wel levensvatbaar. Begin twintigste eeuw waren er meer dan zeshonderd handkrachtfabriekjes in Nederland, maar daarna nam hun aantal snel weer af. Ook op de zandgronden werden steeds grotere hoeveelheden [[melk]] ter verwerking aangeboden en daarna was de kwaliteit van de [[boter]] uit de kleine fabriekjes niet altijd optimaal.
In 1886 werd in het Friese Warga de eerste stoomzuivelfabriek opgericht. Voor de [[zandgronden]], waar de melkopbrengsten klein waren, waren grote zuivelfabrieken met stoommachines echter geen optie. Naar Belgisch voorbeeld werd in 1892 in het Midden-Limburgse Tungelroy het eerste zuivelfabriekje geopend waar met handkracht werd gewerkt. Deze kleinschalige fabriekjes waren temidden van de kleinschalige landbouwbedrijven op de zandgronden wel levensvatbaar. Begin twintigste eeuw waren er meer dan zeshonderd handkrachtfabriekjes in Nederland, maar daarna nam hun aantal snel weer af. Ook op de zandgronden werden steeds grotere hoeveelheden [[melk]] ter verwerking aangeboden en daarna was de kwaliteit van de [[boter]] uit de kleine fabriekjes niet altijd optimaal.
 
  
 
===Bron===
 
===Bron===
De tekst is gebaseerd op:
 
 
* 'Huisjes voor vrome vrouwen', Landleven 14e jaargang, nummer 1: januari/februari 2009  
 
* 'Huisjes voor vrome vrouwen', Landleven 14e jaargang, nummer 1: januari/februari 2009  
  
===Links===
+
===Verder lezen===
* [[zandgronden]]  
+
* [[Kaasproductie]]
* [[melk]]  
+
* [[Friese melkproductie]]
* [[boter]]  
+
* [[Karnhuis]]
* [[karnton]]
+
* [[Melkkelder]]
* [[karnmolen]]
+
* [[Wecken]]
 
 
  
===Verder lezen===
 
 
*  
 
*  
  
[[Categorie: Landleven]]
+
[[Categorie: Landleven]]
[[Categorie: Bouwhistorie]]
 

Huidige versie van 25 apr 2025 om 12:56

Friese boterverkoopster

Boter wordt bereid uit melk. Eerst wordt de melk afgeroomd en aangezuurd en daarna gekarnt (stevig in beweging gebracht). Hierdoor schift de melk en ontstaat er boter en karnemelk. Het karnen werd vroeger op de boerderij zelf gedaan. Hiervoor was er in zuivelboerderijen vaak een karnton en een karnmolen te vinden. In de negentiende eeuw kwam de mechanisatie op gang en ontstonden er zuivelfabrieken.

In 1886 werd in het Friese Warga de eerste stoomzuivelfabriek opgericht. Voor de zandgronden, waar de melkopbrengsten klein waren, waren grote zuivelfabrieken met stoommachines echter geen optie. Naar Belgisch voorbeeld werd in 1892 in het Midden-Limburgse Tungelroy het eerste zuivelfabriekje geopend waar met handkracht werd gewerkt. Deze kleinschalige fabriekjes waren te midden van de kleinschalige landbouwbedrijven op de zandgronden wel levensvatbaar. Begin twintigste eeuw waren er meer dan zeshonderd handkrachtfabriekjes in Nederland, maar daarna nam hun aantal snel weer af. Ook op de zandgronden werden steeds grotere hoeveelheden melk ter verwerking aangeboden en daarna was de kwaliteit van de boter uit de kleine fabriekjes niet altijd optimaal.

Bron

  • 'Huisjes voor vrome vrouwen', Landleven 14e jaargang, nummer 1: januari/februari 2009

Verder lezen