Marke

Uit Agriwiki

De afgelopen eeuwen was het grootste deel van de woeste gronden op de zandgebieden van Oost-Nederland gemeenschappelijk eigendom van boeren of grondeigenaren in een dorp of buurtschap. Deze boeren en eigenaren waren verenigd in een zogenoemde marke of maalschap.

Een marke kon regels opstellen voor het gebruik van de grond en zorgde er zo voor dat de grond die hulpbronnen bood voor de landbouwbedrijven, niet uitgeput werd. Het recht op een aandeel in de woeste gronden die door een marke werden beheerd waren meestal verbonden aan de erven die bestonden op het moment van oprichting in de late Middeleeuwen, de zogenaamde gewaarde erven. Boeren, vaak keuterboeren, die later pas in het gebied van de make kwamen wonen hadden doorgaans geen aandeel of stemrecht, met uitzondering van een aantal marken op de Veluwe.

Kritiek[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf het einde van de 18e eeuw kregen de marken steeds meer kritiek van landbouwhervormers die deze organisaties als obstakels zagen in de verbetering van hun boerenbedrijf. Zij vonden dat de gemeenschappelijke gronden geprivatiseerd moesten worden zodat de gronden niet meer 'woest' zouden zijn, maar cultuur zouden worden. Zo werd in 1809 en 1837 wetgeving gecreëerd waarmee de verdeling van de marken mogelijk werd.

Bron[bewerken | brontekst bewerken]

Cruyningen, Piet van. Bedrijf en Bestaan: Twee eeuwen economische geschiedenis van Gelderland. W Books, Gelders Archief, 2013.