Graanopslag

Uit Agriwiki
Versie door Beheerder (overleg | bijdragen) op 7 feb 2012 om 11:47 (Nieuwe pagina aangemaakt met 'Werden de zolders van burgerwoningen vroeger nauwelijks gebruikt, bij boerderijen lag dat anders. Daar vervulden de zolders boven de schuur en woonhuis een functie...')
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Werden de zolders van burgerwoningen vroeger nauwelijks gebruikt, bij boerderijen lag dat anders. Daar vervulden de zolders boven de schuur en woonhuis een functie als opslagruimte voor graan.

Zolders waren met name in gebruik op gemengde bedrijven die waren gevestigd in zogenoemde hallehuizen. Het bedrijfsgedeelte van deze driebeukige boerderijen in het oosten en zuiden van Nederland werd gekenmerkt door een deel in het midden en stallen aan weerszijden. Bovendien hadden de hallehuizen zogenoemde ankerbalkgebinten. Bij dit gebinttype zijn de gebintbalken bewust laag tussen de stijlen geplaatst. Zo werd de opslagruimte op zolder zo groot mogelijk. Over de gebintbalken werden ronde stammetjes gelegd, waarop de oogst werd opgeslagen. Die stammetjes heten slieten. Zo’n zolder wordt dan ook slietenzolder genoemd. De brede middenbeuk onder de slietenzolder bleef vrij. Dit was de deel, de werkruimte waar onder meer graan gedorst kon worden. Vanaf de deel werden ook de koeien gevoerd en gedrenkt, die in de zijbeuken aan weerszijden van de deel stonden opgesteld.

Bewaren

De boeren oogstten hun graan in augustus om het op de zolder boven de schuur op te slaan. In het najaar en de winter werd het graan gedorst op de dorsvloer. Aanvankelijk gebeurde dit handmatig, vanaf de twintigste eeuw met een dorsmachine. Het gedorste graan werd opgeslagen op zolder boven het woonhuis van de boerderij. Daar kon het goed drogen. Het graan lag op een planken vloer, los gestort of in zakken. Los gestort graan had als voordeel dat het af en toe kon worden omgeschept en zo sneller droogde. In de los hoezen in het oosten van het land, waar nog heel lang op een open vuur zonder rookvang werd gekookt, werd het graan extra gedroogd en geconserveerd door de rook die door de vloer naar de zolder doordrong. Natuurlijk was de graanzolder een paradijs voor ratten en muizen. Dat zette boeren aan tot het gebruiken van allerhande ingenieuze muizenvallen.

Verhandelen

Het gedorste graan had meestal drie bestemmingen: een deel werd bewaard als zaaigoed oor het volgende jaar, een ander deel was voor eigen gebruik, de rest werd verkocht op de markt. Het graan moest dus een tijdje opgeslagen bleven liggen, ook het deel voor de markt. Dat kwam deels doordat de wegen op het platteland tot in de twintigste eeuw slecht bleven, waardoor ze in najaar en winter vaak moeilijk of niet begaanbaar waren. En deels doordat de boeren net zo lang wachtten tot ze hun graan voor een goede prijs konden verkopen.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Graanzolders', Landleven 13e jaargang, nummer 1 – winter 2008

Links

Verder lezen