<?xml version="1.0"?>
<feed xmlns="http://www.w3.org/2005/Atom" xml:lang="nl">
	<id>https://www.agriwiki.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Beheerder</id>
	<title>Agriwiki - Gebruikersbijdragen [nl]</title>
	<link rel="self" type="application/atom+xml" href="https://www.agriwiki.nl/api.php?action=feedcontributions&amp;feedformat=atom&amp;user=Beheerder"/>
	<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Speciaal:Bijdragen/Beheerder"/>
	<updated>2026-04-30T17:12:33Z</updated>
	<subtitle>Gebruikersbijdragen</subtitle>
	<generator>MediaWiki 1.35.2</generator>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Ipboptions&amp;diff=8215</id>
		<title>MediaWiki:Ipboptions</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Ipboptions&amp;diff=8215"/>
		<updated>2021-04-15T10:34:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Nieuwe pagina aangemaakt met 'onbepaald:infinite,2 uur:2 hours,1 dag:1 day,3 dagen:3 days,1 week:1 week,2 weken:2 weeks,1 maand:1 month,3 maanden:3 months,6 maanden:6 months,1 jaar:1 year'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;onbepaald:infinite,2 uur:2 hours,1 dag:1 day,3 dagen:3 days,1 week:1 week,2 weken:2 weeks,1 maand:1 month,3 maanden:3 months,6 maanden:6 months,1 jaar:1 year&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Ipbreason-dropdown&amp;diff=8214</id>
		<title>MediaWiki:Ipbreason-dropdown</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Ipbreason-dropdown&amp;diff=8214"/>
		<updated>2021-04-15T09:46:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Nieuwe pagina aangemaakt met '*Veelvoorkomende redenen voor blokkades ** spam ** Foutieve informatie invoeren ** Informatie uit pagina's verwijderen ** Veelvuldig koppelingen naar externe websit...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;*Veelvoorkomende redenen voor blokkades&lt;br /&gt;
** spam&lt;br /&gt;
** Foutieve informatie invoeren&lt;br /&gt;
** Informatie uit pagina's verwijderen&lt;br /&gt;
** Veelvuldig koppelingen naar externe websites plaatsen&lt;br /&gt;
** Nonsens/gebrabbel in pagina's opnemen&lt;br /&gt;
** Intimiderend gedragen/anderen lastigvallen&lt;br /&gt;
** Van meerdere accounts misbruik maken&lt;br /&gt;
** Een onaanvaardbare gebruikersnaam kiezen&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Hoofdpagina&amp;diff=8213</id>
		<title>Hoofdpagina</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Hoofdpagina&amp;diff=8213"/>
		<updated>2021-04-15T09:31:59Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
__notoc__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij Rietveld Woerden.JPG|right|thumb|Topgevel van een boerderij te Woerden (Ut).]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Zeeuwse boerderij BHD2.jpeg|right|thumb|Het stalgedeelte van een Zeeuwse boerderij.]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Welkom op Agriwiki==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welkom op de website  waar u alles over agrarisch erfgoed, historische boerderijen en erven &lt;br /&gt;
kunt vinden. En waar u zelf uw kennis, feiten, verhalen en foto’s kunt toevoegen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki is er voor iedereen die zich interesseert en inzet voor het behoud van historische boerderijen en erven. De website wordt gemaakt door en voor mensen zoals u: bewoners/gebruikers van boerderijen, boerderijdeskundigen en buitenmensen. Het ultieme doel is om zo veel mogelijk informatie over agrarisch erfgoed bijeen te brengen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kortom: voel u vrij om rond te kijken en kennis op te doen. Wilt u ook onderdelen toevoegen of verbeteren, dan kunt u een account aanvragen via: info APENSTAART agriwiki PUNT nl. Hebt u al inloggegevens dan gaat u naar de [[Speciaal:Aanmelden | aanmeldpagina]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki wordt u aangeboden door de [http://www.agrarischerfgoed.nl/de-regios/ Nederlandse boerderijenstichtingen] verzameld in de [http://www.agrarischerfgoed.nl/aen Stichting Agrarisch Erfgoed Nederland]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Oproepen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Agriwiki wil groeien===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niet minder dan gemiddeld 150 bezoeken per dag! Dat is wat Agriwiki trekt aan dagelijks verkeer. Vast mensen die bezig zijn met het opknappen of restaureren van hun boerderij, of die op het punt staan een boerderij te kopen en meer willen weten, of die geïnteresseerd zijn in de bouwkundige aspecten van hun huis, of in de historie, en zo meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki doet het goed als bron van kennis en dan is het logisch dat ze wil groeien. Méér lemma's opnemen, méér onderwerpen beschrijven, méér dwarsverbanden met externe bronnen, beter toegankelijk, méér en beter beeldmateriaal. Het op de wiki-methode gebaseerde systeem leent zich ertoe, niet alleen om ''geraadpleegd'' te worden, maar zeker ook om ''aangevuld'' te worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Help ons groeien! Lever inhoudelijke bijdragen. Becommentarieer wat er nu al is opgenomen en vul het aan waar nodig. Vraag een account aan en doe mee...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Aan de slag==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor praktische tips voor het gebruik van Agriwiki kunt u terecht op het [[Gebruikersportaal]] en op de [[Hulp]]pagina. Daar vindt u de spelregels en een nadere toelichting op de manier waarop Agriwiki is opgebouwd volgens hoofd- en subcategorieën. Wij noemen dat de [[Agriwiki-kapstok]].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Contactpagina&amp;diff=8212</id>
		<title>Contactpagina</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Contactpagina&amp;diff=8212"/>
		<updated>2021-04-15T09:30:42Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Mail ons op: info APENSTAAARTJE agriwiki PUNT nl.&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Sidebar&amp;diff=7966</id>
		<title>MediaWiki:Sidebar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Sidebar&amp;diff=7966"/>
		<updated>2021-04-13T08:37:04Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;* navigation&lt;br /&gt;
** mainpage|mainpage-description&lt;br /&gt;
** portal-url|portal&lt;br /&gt;
** recentchanges-url|recentchanges&lt;br /&gt;
** randompage-url|randompage&lt;br /&gt;
** helppage|help&lt;br /&gt;
* categorieën&lt;br /&gt;
** categorie:boerderijtypologie|Boerderijtypologie&lt;br /&gt;
** categorie:bijgebouwen|Bijgebouwen&lt;br /&gt;
** categorie:bouwhistorie|Bouwhistorie&lt;br /&gt;
** categorie:erven en landschap|Erven en landschap&lt;br /&gt;
** categorie:herbestemmen|Herbestemmen&lt;br /&gt;
** categorie:landleven|Landleven&lt;br /&gt;
** categorie:restauratietechniek|Restauratietechniek&lt;br /&gt;
** categorie:wet- en regelgeving|Wet- en regelgeving&lt;br /&gt;
* SEARCH&lt;br /&gt;
* TOOLBOX&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Sidebar&amp;diff=7965</id>
		<title>MediaWiki:Sidebar</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=MediaWiki:Sidebar&amp;diff=7965"/>
		<updated>2021-04-13T08:34:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;* navigation&lt;br /&gt;
** mainpage|mainpage-description&lt;br /&gt;
** portal-url|portal&lt;br /&gt;
** recentchanges-url|recentchanges&lt;br /&gt;
** randompage-url|randompage&lt;br /&gt;
** Special:Contact|Contact met AgriWiki&lt;br /&gt;
** helppage|help&lt;br /&gt;
* categorieën&lt;br /&gt;
** categorie:boerderijtypologie|Boerderijtypologie&lt;br /&gt;
** categorie:bijgebouwen|Bijgebouwen&lt;br /&gt;
** categorie:bouwhistorie|Bouwhistorie&lt;br /&gt;
** categorie:erven en landschap|Erven en landschap&lt;br /&gt;
** categorie:herbestemmen|Herbestemmen&lt;br /&gt;
** categorie:landleven|Landleven&lt;br /&gt;
** categorie:restauratietechniek|Restauratietechniek&lt;br /&gt;
** categorie:wet- en regelgeving|Wet- en regelgeving&lt;br /&gt;
* SEARCH&lt;br /&gt;
* TOOLBOX&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Contactpagina&amp;diff=7957</id>
		<title>Contactpagina</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Contactpagina&amp;diff=7957"/>
		<updated>2021-04-12T16:03:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Nieuwe pagina aangemaakt met 'Mail ons op [http://mailto:info@agriwiki.nl info(at)agriwiki.nl].'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Mail ons op [http://mailto:info@agriwiki.nl info(at)agriwiki.nl].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Gebruikersportaal&amp;diff=7956</id>
		<title>Gebruikersportaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Gebruikersportaal&amp;diff=7956"/>
		<updated>2021-04-12T15:59:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Het Gebruikersportaal geeft informatie over de manier waarop er inhoudelijk in Agriwiki wordt gewerkt. Welke uitgangspunten gelden bij het opstellen van teksten, rekening houdend het doel en de doelgroep van Agriwiki. Voor meer technische informatie over het werken met teksten en het uploaden van illustraties, kan men terecht op de [[Hulp|Hulppagina]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Agriwiki: doel en doelgroep==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki is in het leven geroepen met als hoofddoel: het bevorderen van de instandhouding van historische boerderijen en erven in Nederland. Agriwiki wil dat doel bereiken door kennis en deskundigheid te verzamelen en toegankelijk te maken voor iedereen die daar belang bij heeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De beschikbaarheid van zoveel wetenswaardigheden kan de gebruiker helpen om bijvoorbeeld een restauratie op een verantwoorde manier uit te (laten) voeren; of om op een aantrekkelijk manier de herbestemming van huis en erf te realiseren; of om te leren hoe het huis bouwkundig in elkaar zit; of om het erf op een passende manier in te richten en te gebruiken. En zo meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki heeft door te kiezen voor de wiki-methode een open karakter en een lage drempel. Boerderijeigenaren, beleidsmakers, adviseurs, architecten, uitvoerders, liefhebbers: allen vormen zij de doelgroep. &lt;br /&gt;
Toch zijn met name de eersten – de [[boerderijeigenaar|boerderijeigenaren]] – de belangrijkste mensen op wie Agriwiki zich richt. Zij vormen de primaire doelgroep. Voor hem/haar is de informatie geschreven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
==Lemma’s==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki is opgebouwd uit zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/Lemma_(naslagwerk) lemma’s]. Dat zijn de teksten, vaak voorzien van illustraties, die het betreffende onderwerp beschrijven. De lemma’s hangen onderling vaak met elkaar samen. Zij vormen een logische structuur en dat is de reden dat ze vaak naar elkaar verwijzen. Bij het opstellen van tekst en bijbehorend beeld moet steeds voor ogen worden gehouden dat de doorsnee gebruiker – als aangegeven: de [[boerderijeigenaar]] – de informatie moet kunnen begrijpen en gebruiken. Dus korte teksten, geen vakjargon en duidelijke illustraties.&lt;br /&gt;
Hierna wordt in het kort beschreven hoe een lemma het beste kan worden ingericht.&lt;br /&gt;
===Uitgangspunt===&lt;br /&gt;
De lemma’s in Agriwiki zijn (en worden) geschreven om gebruikt te worden. In die zin bieden ze vooral “need to know”-informatie, nuttige en direct toepasbare kennis. ''Agriwiki gaat er daarbij vanuit dat het historisch karakter en de architectonische ontwikkeling van gebouw en erf maximaal worden gerespecteerd. In de lemma’s over bouwkundige oplossingen adviseert Agriwiki dan ook het gebruik van authentieke, streek- en typegebonden materialen. Het zelfde geldt voor de beplanting van het erf. Uitgangspunt bij het uitvoeren van bouw- en inrichtingswerkzaamheden is: behoud gaat voor vernieuwing.''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De lemma’s in de categorie [[:categorie:Landleven|Landleven]] bieden boeiende verhalen over gewoonten en gebruiken in en om de boerderij en over de sociale verhoudingen op het platteland. Het gaat hier dus wat meer om &amp;quot;nice to know&amp;quot;-informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijzonder aan historische boerderijen is dat ze een grote '''regionale''' '''verscheidenheid''' kennen. Voor het goede begrip is het nuttig en nodig om in de lemma's die verschillen steeds goed naar voren te brengen. Wat in de ene regio heel gebruikelijk is, komt in de andere niet of nauwelijks voor. Uitgangspunt is dat de regionale aspecten steeds apart worden benoemd en elkaar aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een ander aspect betreft de benaming van bouwkundige onderdelen, van gebruiksvoorwerpen en van materialen. Elke regio, elk dialect kent zijn eigen woord of uitdrukking. Het is het streven om in de betreffende lemma's zo veel mogelijk verschillende benamingen voor hetzelfde - [http://nl.wikipedia.org/wiki/Synoniem_(taalkunde)'''synoniemen'''] - weer te geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Titel van een lemma===&lt;br /&gt;
Bedenk een korte titel die de landing dekt. Bij voorkeur een zelfstandig naamwoord in enkelvoud (bv. [[Bedstee|bedstee]], [[Hooiberg|hooiberg]]). Soms een samenstelling van meerdere woorden (bijv. [[Friese melkproductie|Friese melkproductie]]). Ook een werkwoord kan worden gebruikt (bv. [[Aanscherven|aanscherven]], [[Inboeten|inboeten]]).&lt;br /&gt;
Let op: zoek eerst goed in de Agriwiki of het betreffende onderwerp niet al eerder is beschreven.&lt;br /&gt;
===Intro===&lt;br /&gt;
De eerste alinea vormt de intro (ook wel &amp;quot;lead&amp;quot; genoemd) en geeft in kort bestek (in twee of drie volzinnen) aan waar het lemma over gaat.&lt;br /&gt;
===Tekst===&lt;br /&gt;
De tekst (ook wel &amp;quot;body&amp;quot; genoemd) beschrijft het onderwerp. De omvang van het gehele lemma is bij voorkeur niet langer dan zo'n 500 woorden. Als het langer wordt, overweeg dan af of het niet mogelijk is om het lemma te splitsen&lt;br /&gt;
Gebruik geen opmaakinstructies. Dus niet inspringen, geen opsommingen. Bij voorkeur ook zo min mogelijk vette of cursieve tekst. Wanneer het toch nodig lijkt, gebruik dan de opmaakmogelijkheden van Mediawiki en niet die van Word.&lt;br /&gt;
Schrijf in korte zinnen. Niet langer dan 20 tot 25 woorden per zin. Word kan zo worden ingestelddat er een signaal wordt gegeven bij te lange zinnen. Gebruik voor de leesbaarheid op ruime schaal tussenkopjes.&lt;br /&gt;
===Bronnen===&lt;br /&gt;
“Deze tekst is gebaseerd op:” en noem dan de gebruikte bronnen. Auteur, titel, jaartal, eventueel met verwijzing naar pagina&lt;br /&gt;
===Links===&lt;br /&gt;
Geef de [http://nl.wikipedia.org/wiki/URL URL] van de relevante website. Denk er aan steeds te beginnen met “http:// etc.”. Agriwiki zorgt er dan automatisch voor dat de link tot stand komt.&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
Noem titels van relevante literatuur op dezelfde wijze als bij Bronnen (auteur, titel, jaartal). Verwijs alleen naar publicaties die nog niet bij de bronnen staan. Beperk de opsomming van titels tot in de boekwinkel of antiquarisch te verkrijgen of in een bibliotheek te raadplegen publicaties. Steeds meer zijn teksten zijn overigens ook in digitale vorm beschikbaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Rubrieken==&lt;br /&gt;
Agriwiki is ingericht aan de hand van acht hoofdcategorieën en vele subcategorieën, ook wel genoemd de [[Agriwiki-kapstok]]:&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Boerderijtypologie|Boerderijtypologie]]====&lt;br /&gt;
Boerderijen zijn te herkennen aan hun functie. Het kan gaan om een landbouw- of veeteeltbedrijf. De functie bepaalt de indeling van de boerderij en het erf rondom de boerderijen. Ook het aantal bijgebouwen en het soort bijgebouwen is herkenbaar. Boerderijen zijn daarnaast ook verschillend per streek.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Alblasserwaard-Vijfheerenlanden|Alblasserwaard-Vijfheerenlanden]] • [[:categorie:Boerderijtypen|Boerderijtypen]] • [[:categorie:Drenthe|Drenthe]] • [[:categorie:Flevoland|Flevoland]] • [[:categorie:Friesland|Friesland]] • [[:categorie:Gelderland|Gelderland]] • [[:categorie:Grondsoorten en bedrijfsvormen|Grondsoort en bedrijfsvormen]] • [[:categorie:Groningen|Groningen]] • [[:categorie:Hoeksche Waard|Hoeksche Waard]] • [[:categorie:IJsselhoeven|IJsselhoeven]] • [[:categorie:Limburg|Limburg]] • [[:categorie:Markelo|Markelo]] • [[:categorie:Noord-Brabant|Noord-Brabant]] • [[:categorie:Noord-Holland|Noord-Holland]] • [[:categorie:Overijssel|Overijssel]] • [[:categorie:Utrecht|Utrecht]] • [[:categorie:Zeeland|Zeeland]] • [[:categorie:Zuid-Holland|Zuid-Holland]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Bijgebouwen|Bijgebouwen]]====&lt;br /&gt;
Op boerenerven zijn veel bijgebouwen te vinden. Afhankelijk van de bedrijfsvoering zijn er bepaalde typen bijgebouw die veel voorkomend zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Kapbergen|Kapbergen]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Bouwhistorie|Bouwhistorie]]====&lt;br /&gt;
Al duizenden jaren zoeken mensen beschutting tegen de elementen en wordt er ook gebouwd om daar bescherming tegen te bieden. Doordat er gebouwde, maar ook geschreven en getekende oude bronnen zijn, weten wij hoe er in de loop van de geschiedenis gebouwd is. Elke periode heeft zijn eigen kenmerken en stijlen. Een bouwhistoricus kan u daarom ook veel vertellen over uw gebouw door onderzoek te doen naar de manier van bouwen, welke materialen er zijn gebruikt en hoe deze zijn toegepast en in welke stijl(len) er is gebouwd.&amp;lt;br /&amp;gt;[[:categorie:Exterieuronderdelen|Exterieuronderdelen]] • [[:categorie:Historische bouwwijze|Historische bouwwijze]] • [[:categorie:Interieuronderdelen|Interieuronderdelen]] • [[:categorie:Kleurhistorie|Kleurhistorie]] • [[:categorie:Materialen en werkwijzen|Materialen en werkwijzen]] • [[:categorie:Onderzoek|Onderzoek]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Erven en landschap|Erven en landschap]]====&lt;br /&gt;
Een boerderij zonder erf is als een boer zonder boerderij. Een erf biedt de boerderij extra ruimte en het erf wordt dan ook praktisch ingericht. Doordat het boerenleven stevig doorpakken is, zijn er op de erven vaak niet veel siertuinen of andere sierelementen te vinden. Een tuin onderhouden kost veel tijd en die tijd kan op een boerenbedrijf beter in de bedrijfsvoering gestopt worden. Planten op een boerenerf zullen dan ook vaak praktisch zijn. Ook is een boerderij vaak ingepast in het landschap doordat de ligging optimaal moet zijn voor de bedrijfsvoering.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Boerenplanten|Boerenplanten]] • [[:categorie:Erven|Erven]] • [[:categorie:Landschap|Landschap]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Herbestemmen|Herbestemmen]]====&lt;br /&gt;
Steeds meer boerenbedrijven stoppen met hun bedrijfsvoering of worden zo groot dat er een andere boerderijvorm nodig is. Oude boerderijen zijn hierdoor op grote schaal hun oorspronkelijke functie kwijt geraakt. Om deze boerderijen, die zo kenmerkend zijn voor het Nederlandse landschap, te behouden is het nodig deze een nieuwe functie te geven. Het herbestemmen van boerderijen naar woningen, kantoren of zorgcomplexen wordt op grote schaal succesvol toegepast. Hierbij valt ook aan bijgebouwen op boerenerven te denken, deze zijn namelijk ook erg belangrijk voor de karakteristieke waarde van het boerenbedrijf.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:herbestemmen bijgebouwen|Bijgebouwen]] • [[:categorie:herbestemmen erven|Erven]] • [[:categorie:herbestemmen stalruimte|Stalruimte]] • [[:categorie:herbestemmen woonruimte|Woonruimte]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Landleven|Landleven]]====&lt;br /&gt;
Bij een boerderij past een boerenleven met allerlei praktische en traditionele gewoonten. Het is een levensstijl. Al eeuwenlang wordt het boerenleven geleid en het is dan ook rijk aan geschiedenis en cultuur.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Gewoonten en gebruiken|Gewoonten en gebruiken]] • [[:categorie:Oral history|Oral history]] • [[:categorie:Sociale verhoudingen|Sociale verhoudingen]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Restauratietechniek|Restauratietechniek]]====&lt;br /&gt;
Het terugbrengen van de oorspronkelijke staat van een object. Dit is heel breed. Een boerderij terugbrengen in de staat zoals het 300 jaar geleden was is niet restaureren maar reconstrueren. Echter het terugbrengen van een verrot buitenluik is wel restaureren. Dit moet dan wel gebeuren op een manier die past bij het object, zo authentiek mogelijk is maar ook duurzaam is, zodat er niet volgend jaar weer een restauratie plaats hoeft te vinden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Daken|Daken]] • [[:Categorie:Duurzame_monumentenzorg_(DuMo)|Duurzame Monumentenzorg (DuMo)]] • [[:categorie:Fundering|Fundering]] • [[:categorie:Gevels|Gevels]] • [[:categorie:Houtconstructies|Houtconstructies]] • [[:categorie:IJzerconstructies|IJzerconstructies]] • [[:categorie:Metselwerk|Metselwerk]] • [[:categorie:Moderne eisen|Moderne eisen]] • [[:categorie:Restauratie-ethiek|Restauratie-ethiek]] • [[:categorie:Vensters|Vensters]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Wet- en regelgeving|Wet- en regelgeving]]====&lt;br /&gt;
Het restaureren van objecten en gebouwen wordt door de overheid gecontroleerd. Het gaat immers in veel gevallen om het behouden van een gedeelte van het cultureel erfgoed van een land of streek. De overheid heeft daarom wetten en regels opgesteld omtrent het restaureren en onderhouden van monumenten. Hier tegenover stelt de overheid dan wel subsidie beschikbaar om te helpen daar waar het nodig is om ons landelijk erfgoed te behouden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Beeldbepalende panden|Beeldbepalende panden]] • [[:categorie:Erfgoed en ruimte|Erfgoed en ruimte]] • [[:categorie:Gemeentelijke monumenten|Gemeentelijke monumenten]] • [[:categorie:Rijksmonumenten|Rijksmonumenten]] • [[:categorie:Ruimtelijke ordening|Ruimtelijke ordening]] • [[:categorie:Subsidie|Subsidie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Discussie en overleg==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heeft u vragen? Stel ze dan gerust op de pagina voor de vragen! Kijkt u ook eens tussen de reeds gestelde [[Vragen|vragen]] op die pagina en bij de [[Frequently Asked Questions|FAQ's]]. Bovendien kunt u ook antwoord geven op gestelde vragen. Zo helpen we elkaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Contact==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u contact wilt leggen met de redactie dan kan dat via [mailto:info@agriwiki.nl info(at)agriwiki.nl].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Gebruikersportaal&amp;diff=7955</id>
		<title>Gebruikersportaal</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Gebruikersportaal&amp;diff=7955"/>
		<updated>2021-04-12T15:58:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Contact */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;Het Gebruikersportaal geeft informatie over de manier waarop er inhoudelijk in Agriwiki wordt gewerkt. Welke uitgangspunten gelden bij het opstellen van teksten, rekening houdend het doel en de doelgroep van Agriwiki. Voor meer technische informatie over het werken met teksten en het uploaden van illustraties, kan men terecht op de [[Hulp|Hulppagina]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Agriwiki: doel en doelgroep==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki is in het leven geroepen met als hoofddoel: het bevorderen van de instandhouding van historische boerderijen en erven in Nederland. Agriwiki wil dat doel bereiken door kennis en deskundigheid te verzamelen en toegankelijk te maken voor iedereen die daar belang bij heeft. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De beschikbaarheid van zoveel wetenswaardigheden kan de gebruiker helpen om bijvoorbeeld een restauratie op een verantwoorde manier uit te (laten) voeren; of om op een aantrekkelijk manier de herbestemming van huis en erf te realiseren; of om te leren hoe het huis bouwkundig in elkaar zit; of om het erf op een passende manier in te richten en te gebruiken. En zo meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki heeft door te kiezen voor de wiki-methode een open karakter en een lage drempel. Boerderijeigenaren, beleidsmakers, adviseurs, architecten, uitvoerders, liefhebbers: allen vormen zij de doelgroep. &lt;br /&gt;
Toch zijn met name de eersten – de [[boerderijeigenaar|boerderijeigenaren]] – de belangrijkste mensen op wie Agriwiki zich richt. Zij vormen de primaire doelgroep. Voor hem/haar is de informatie geschreven. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
==Lemma’s==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki is opgebouwd uit zogenaamde [http://nl.wikipedia.org/wiki/Lemma_(naslagwerk) lemma’s]. Dat zijn de teksten, vaak voorzien van illustraties, die het betreffende onderwerp beschrijven. De lemma’s hangen onderling vaak met elkaar samen. Zij vormen een logische structuur en dat is de reden dat ze vaak naar elkaar verwijzen. Bij het opstellen van tekst en bijbehorend beeld moet steeds voor ogen worden gehouden dat de doorsnee gebruiker – als aangegeven: de [[boerderijeigenaar]] – de informatie moet kunnen begrijpen en gebruiken. Dus korte teksten, geen vakjargon en duidelijke illustraties.&lt;br /&gt;
Hierna wordt in het kort beschreven hoe een lemma het beste kan worden ingericht.&lt;br /&gt;
===Uitgangspunt===&lt;br /&gt;
De lemma’s in Agriwiki zijn (en worden) geschreven om gebruikt te worden. In die zin bieden ze vooral “need to know”-informatie, nuttige en direct toepasbare kennis. ''Agriwiki gaat er daarbij vanuit dat het historisch karakter en de architectonische ontwikkeling van gebouw en erf maximaal worden gerespecteerd. In de lemma’s over bouwkundige oplossingen adviseert Agriwiki dan ook het gebruik van authentieke, streek- en typegebonden materialen. Het zelfde geldt voor de beplanting van het erf. Uitgangspunt bij het uitvoeren van bouw- en inrichtingswerkzaamheden is: behoud gaat voor vernieuwing.''&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
De lemma’s in de categorie [[:categorie:Landleven|Landleven]] bieden boeiende verhalen over gewoonten en gebruiken in en om de boerderij en over de sociale verhoudingen op het platteland. Het gaat hier dus wat meer om &amp;quot;nice to know&amp;quot;-informatie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Bijzonder aan historische boerderijen is dat ze een grote '''regionale''' '''verscheidenheid''' kennen. Voor het goede begrip is het nuttig en nodig om in de lemma's die verschillen steeds goed naar voren te brengen. Wat in de ene regio heel gebruikelijk is, komt in de andere niet of nauwelijks voor. Uitgangspunt is dat de regionale aspecten steeds apart worden benoemd en elkaar aanvullen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een ander aspect betreft de benaming van bouwkundige onderdelen, van gebruiksvoorwerpen en van materialen. Elke regio, elk dialect kent zijn eigen woord of uitdrukking. Het is het streven om in de betreffende lemma's zo veel mogelijk verschillende benamingen voor hetzelfde - [http://nl.wikipedia.org/wiki/Synoniem_(taalkunde)'''synoniemen'''] - weer te geven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Titel van een lemma===&lt;br /&gt;
Bedenk een korte titel die de landing dekt. Bij voorkeur een zelfstandig naamwoord in enkelvoud (bv. [[Bedstee|bedstee]], [[Hooiberg|hooiberg]]). Soms een samenstelling van meerdere woorden (bijv. [[Friese melkproductie|Friese melkproductie]]). Ook een werkwoord kan worden gebruikt (bv. [[Aanscherven|aanscherven]], [[Inboeten|inboeten]]).&lt;br /&gt;
Let op: zoek eerst goed in de Agriwiki of het betreffende onderwerp niet al eerder is beschreven.&lt;br /&gt;
===Intro===&lt;br /&gt;
De eerste alinea vormt de intro (ook wel &amp;quot;lead&amp;quot; genoemd) en geeft in kort bestek (in twee of drie volzinnen) aan waar het lemma over gaat.&lt;br /&gt;
===Tekst===&lt;br /&gt;
De tekst (ook wel &amp;quot;body&amp;quot; genoemd) beschrijft het onderwerp. De omvang van het gehele lemma is bij voorkeur niet langer dan zo'n 500 woorden. Als het langer wordt, overweeg dan af of het niet mogelijk is om het lemma te splitsen&lt;br /&gt;
Gebruik geen opmaakinstructies. Dus niet inspringen, geen opsommingen. Bij voorkeur ook zo min mogelijk vette of cursieve tekst. Wanneer het toch nodig lijkt, gebruik dan de opmaakmogelijkheden van Mediawiki en niet die van Word.&lt;br /&gt;
Schrijf in korte zinnen. Niet langer dan 20 tot 25 woorden per zin. Word kan zo worden ingestelddat er een signaal wordt gegeven bij te lange zinnen. Gebruik voor de leesbaarheid op ruime schaal tussenkopjes.&lt;br /&gt;
===Bronnen===&lt;br /&gt;
“Deze tekst is gebaseerd op:” en noem dan de gebruikte bronnen. Auteur, titel, jaartal, eventueel met verwijzing naar pagina&lt;br /&gt;
===Links===&lt;br /&gt;
Geef de [http://nl.wikipedia.org/wiki/URL URL] van de relevante website. Denk er aan steeds te beginnen met “http:// etc.”. Agriwiki zorgt er dan automatisch voor dat de link tot stand komt.&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
Noem titels van relevante literatuur op dezelfde wijze als bij Bronnen (auteur, titel, jaartal). Verwijs alleen naar publicaties die nog niet bij de bronnen staan. Beperk de opsomming van titels tot in de boekwinkel of antiquarisch te verkrijgen of in een bibliotheek te raadplegen publicaties. Steeds meer zijn teksten zijn overigens ook in digitale vorm beschikbaar.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Rubrieken==&lt;br /&gt;
Agriwiki is ingericht aan de hand van acht hoofdcategorieën en vele subcategorieën, ook wel genoemd de [[Agriwiki-kapstok]]:&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Boerderijtypologie|Boerderijtypologie]]====&lt;br /&gt;
Boerderijen zijn te herkennen aan hun functie. Het kan gaan om een landbouw- of veeteeltbedrijf. De functie bepaalt de indeling van de boerderij en het erf rondom de boerderijen. Ook het aantal bijgebouwen en het soort bijgebouwen is herkenbaar. Boerderijen zijn daarnaast ook verschillend per streek.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Alblasserwaard-Vijfheerenlanden|Alblasserwaard-Vijfheerenlanden]] • [[:categorie:Boerderijtypen|Boerderijtypen]] • [[:categorie:Drenthe|Drenthe]] • [[:categorie:Flevoland|Flevoland]] • [[:categorie:Friesland|Friesland]] • [[:categorie:Gelderland|Gelderland]] • [[:categorie:Grondsoorten en bedrijfsvormen|Grondsoort en bedrijfsvormen]] • [[:categorie:Groningen|Groningen]] • [[:categorie:Hoeksche Waard|Hoeksche Waard]] • [[:categorie:IJsselhoeven|IJsselhoeven]] • [[:categorie:Limburg|Limburg]] • [[:categorie:Markelo|Markelo]] • [[:categorie:Noord-Brabant|Noord-Brabant]] • [[:categorie:Noord-Holland|Noord-Holland]] • [[:categorie:Overijssel|Overijssel]] • [[:categorie:Utrecht|Utrecht]] • [[:categorie:Zeeland|Zeeland]] • [[:categorie:Zuid-Holland|Zuid-Holland]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Bijgebouwen|Bijgebouwen]]====&lt;br /&gt;
Op boerenerven zijn veel bijgebouwen te vinden. Afhankelijk van de bedrijfsvoering zijn er bepaalde typen bijgebouw die veel voorkomend zijn.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Kapbergen|Kapbergen]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Bouwhistorie|Bouwhistorie]]====&lt;br /&gt;
Al duizenden jaren zoeken mensen beschutting tegen de elementen en wordt er ook gebouwd om daar bescherming tegen te bieden. Doordat er gebouwde, maar ook geschreven en getekende oude bronnen zijn, weten wij hoe er in de loop van de geschiedenis gebouwd is. Elke periode heeft zijn eigen kenmerken en stijlen. Een bouwhistoricus kan u daarom ook veel vertellen over uw gebouw door onderzoek te doen naar de manier van bouwen, welke materialen er zijn gebruikt en hoe deze zijn toegepast en in welke stijl(len) er is gebouwd.&amp;lt;br /&amp;gt;[[:categorie:Exterieuronderdelen|Exterieuronderdelen]] • [[:categorie:Historische bouwwijze|Historische bouwwijze]] • [[:categorie:Interieuronderdelen|Interieuronderdelen]] • [[:categorie:Kleurhistorie|Kleurhistorie]] • [[:categorie:Materialen en werkwijzen|Materialen en werkwijzen]] • [[:categorie:Onderzoek|Onderzoek]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Erven en landschap|Erven en landschap]]====&lt;br /&gt;
Een boerderij zonder erf is als een boer zonder boerderij. Een erf biedt de boerderij extra ruimte en het erf wordt dan ook praktisch ingericht. Doordat het boerenleven stevig doorpakken is, zijn er op de erven vaak niet veel siertuinen of andere sierelementen te vinden. Een tuin onderhouden kost veel tijd en die tijd kan op een boerenbedrijf beter in de bedrijfsvoering gestopt worden. Planten op een boerenerf zullen dan ook vaak praktisch zijn. Ook is een boerderij vaak ingepast in het landschap doordat de ligging optimaal moet zijn voor de bedrijfsvoering.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Boerenplanten|Boerenplanten]] • [[:categorie:Erven|Erven]] • [[:categorie:Landschap|Landschap]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Herbestemmen|Herbestemmen]]====&lt;br /&gt;
Steeds meer boerenbedrijven stoppen met hun bedrijfsvoering of worden zo groot dat er een andere boerderijvorm nodig is. Oude boerderijen zijn hierdoor op grote schaal hun oorspronkelijke functie kwijt geraakt. Om deze boerderijen, die zo kenmerkend zijn voor het Nederlandse landschap, te behouden is het nodig deze een nieuwe functie te geven. Het herbestemmen van boerderijen naar woningen, kantoren of zorgcomplexen wordt op grote schaal succesvol toegepast. Hierbij valt ook aan bijgebouwen op boerenerven te denken, deze zijn namelijk ook erg belangrijk voor de karakteristieke waarde van het boerenbedrijf.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:herbestemmen bijgebouwen|Bijgebouwen]] • [[:categorie:herbestemmen erven|Erven]] • [[:categorie:herbestemmen stalruimte|Stalruimte]] • [[:categorie:herbestemmen woonruimte|Woonruimte]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Landleven|Landleven]]====&lt;br /&gt;
Bij een boerderij past een boerenleven met allerlei praktische en traditionele gewoonten. Het is een levensstijl. Al eeuwenlang wordt het boerenleven geleid en het is dan ook rijk aan geschiedenis en cultuur.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Gewoonten en gebruiken|Gewoonten en gebruiken]] • [[:categorie:Oral history|Oral history]] • [[:categorie:Sociale verhoudingen|Sociale verhoudingen]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Restauratietechniek|Restauratietechniek]]====&lt;br /&gt;
Het terugbrengen van de oorspronkelijke staat van een object. Dit is heel breed. Een boerderij terugbrengen in de staat zoals het 300 jaar geleden was is niet restaureren maar reconstrueren. Echter het terugbrengen van een verrot buitenluik is wel restaureren. Dit moet dan wel gebeuren op een manier die past bij het object, zo authentiek mogelijk is maar ook duurzaam is, zodat er niet volgend jaar weer een restauratie plaats hoeft te vinden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Daken|Daken]] • [[:Categorie:Duurzame_monumentenzorg_(DuMo)|Duurzame Monumentenzorg (DuMo)]] • [[:categorie:Fundering|Fundering]] • [[:categorie:Gevels|Gevels]] • [[:categorie:Houtconstructies|Houtconstructies]] • [[:categorie:IJzerconstructies|IJzerconstructies]] • [[:categorie:Metselwerk|Metselwerk]] • [[:categorie:Moderne eisen|Moderne eisen]] • [[:categorie:Restauratie-ethiek|Restauratie-ethiek]] • [[:categorie:Vensters|Vensters]]&lt;br /&gt;
====[[:categorie:Wet- en regelgeving|Wet- en regelgeving]]====&lt;br /&gt;
Het restaureren van objecten en gebouwen wordt door de overheid gecontroleerd. Het gaat immers in veel gevallen om het behouden van een gedeelte van het cultureel erfgoed van een land of streek. De overheid heeft daarom wetten en regels opgesteld omtrent het restaureren en onderhouden van monumenten. Hier tegenover stelt de overheid dan wel subsidie beschikbaar om te helpen daar waar het nodig is om ons landelijk erfgoed te behouden.&amp;lt;br /&amp;gt;&lt;br /&gt;
[[:categorie:Beeldbepalende panden|Beeldbepalende panden]] • [[:categorie:Erfgoed en ruimte|Erfgoed en ruimte]] • [[:categorie:Gemeentelijke monumenten|Gemeentelijke monumenten]] • [[:categorie:Rijksmonumenten|Rijksmonumenten]] • [[:categorie:Ruimtelijke ordening|Ruimtelijke ordening]] • [[:categorie:Subsidie|Subsidie]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Discussie en overleg==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Heeft u vragen? Stel ze dan gerust op de pagina voor de vragen! Kijkt u ook eens tussen de reeds gestelde [[Vragen|vragen]] op die pagina en bij de [[Frequently Asked Questions|FAQ's]]. Bovendien kunt u ook antwoord geven op gestelde vragen. Zo helpen we elkaar&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Contact==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Als u contact wilt leggen met de redactie dan kan dat via [[Mailto:info@agriwiki.nl|info[at]agriwiki.nl]].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Hoofdpagina&amp;diff=7954</id>
		<title>Hoofdpagina</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Hoofdpagina&amp;diff=7954"/>
		<updated>2021-04-12T15:56:11Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;&lt;br /&gt;
__notoc__&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij Rietveld Woerden.JPG|right|thumb|Topgevel van een boerderij te Woerden (Ut).]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Zeeuwse boerderij BHD2.jpeg|right|thumb|Het stalgedeelte van een Zeeuwse boerderij.]] &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Welkom op Agriwiki==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Welkom op de website  waar u alles over agrarisch erfgoed, historische boerderijen en erven &lt;br /&gt;
kunt vinden. En waar u zelf uw kennis, feiten, verhalen en foto’s kunt toevoegen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki is er voor iedereen die zich interesseert en inzet voor het behoud van historische boerderijen en erven. De website wordt gemaakt door en voor mensen zoals u: bewoners/gebruikers van boerderijen, boerderijdeskundigen en buitenmensen. Het ultieme doel is om zo veel mogelijk informatie over agrarisch erfgoed bijeen te brengen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Kortom: voel u vrij om rond te kijken en kennis op te doen. Wilt u ook onderdelen toevoegen of verbeteren, dan kunt u een account aanvragen via [mailto:info@agriwiki.nl &amp;lt;nowiki&amp;gt;info[at]agriwiki.nl&amp;lt;/nowiki&amp;gt;]. Hebt u al inloggegevens dan gaat u naar de [[Speciaal:Aanmelden | aanmeldpagina]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki wordt u aangeboden door de [http://www.agrarischerfgoed.nl/de-regios/ Nederlandse boerderijenstichtingen] verzameld in de [http://www.agrarischerfgoed.nl/aen Stichting Agrarisch Erfgoed Nederland]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Oproepen==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Agriwiki wil groeien===&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Niet minder dan gemiddeld 150 bezoeken per dag! Dat is wat Agriwiki trekt aan dagelijks verkeer. Vast mensen die bezig zijn met het opknappen of restaureren van hun boerderij, of die op het punt staan een boerderij te kopen en meer willen weten, of die geïnteresseerd zijn in de bouwkundige aspecten van hun huis, of in de historie, en zo meer.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Agriwiki doet het goed als bron van kennis en dan is het logisch dat ze wil groeien. Méér lemma's opnemen, méér onderwerpen beschrijven, méér dwarsverbanden met externe bronnen, beter toegankelijk, méér en beter beeldmateriaal. Het op de wiki-methode gebaseerde systeem leent zich ertoe, niet alleen om ''geraadpleegd'' te worden, maar zeker ook om ''aangevuld'' te worden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Help ons groeien! Lever inhoudelijke bijdragen. Becommentarieer wat er nu al is opgenomen en vul het aan waar nodig. Vraag een account aan en doe mee...&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
==Aan de slag==&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Voor praktische tips voor het gebruik van Agriwiki kunt u terecht op het [[Gebruikersportaal]] en op de [[Hulp]]pagina. Daar vindt u de spelregels en een nadere toelichting op de manier waarop Agriwiki is opgebouwd volgens hoofd- en subcategorieën. Wij noemen dat de [[Agriwiki-kapstok]].&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Gelderse_vallei&amp;diff=7919</id>
		<title>Utrecht, Gelderse vallei</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Gelderse_vallei&amp;diff=7919"/>
		<updated>2016-03-03T13:38:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING[[Utrechts Zandgebied]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Heuvelrug&amp;diff=7918</id>
		<title>Utrecht, Heuvelrug</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Heuvelrug&amp;diff=7918"/>
		<updated>2016-03-03T13:37:37Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING[[Utrechts Zandgebied]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechtse_Heuvelrug&amp;diff=7917</id>
		<title>Utrechtse Heuvelrug</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechtse_Heuvelrug&amp;diff=7917"/>
		<updated>2016-03-03T13:36:46Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING[[Utrechts Zandgebied]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Heuvelrug&amp;diff=7916</id>
		<title>Utrecht, Heuvelrug</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Heuvelrug&amp;diff=7916"/>
		<updated>2016-03-03T13:36:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Verwijst door naar Utrechts Zandgebied&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING[[Utrechts Zandgebied]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Gelderse_vallei&amp;diff=7915</id>
		<title>Utrecht, Gelderse vallei</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Gelderse_vallei&amp;diff=7915"/>
		<updated>2016-03-03T13:34:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Verwijst door naar Utrechts Zandgebied&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING[[Utrechts Zandgebied]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechtse_Heuvelrug&amp;diff=7914</id>
		<title>Utrechtse Heuvelrug</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechtse_Heuvelrug&amp;diff=7914"/>
		<updated>2016-03-03T13:33:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Verwijst door naar Utrechts Zandgebied&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING[[Utrechts Zandgebied]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Kromme_Rijn&amp;diff=7913</id>
		<title>Utrecht, Kromme Rijn</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Kromme_Rijn&amp;diff=7913"/>
		<updated>2016-03-03T13:30:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Verder lezen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Kromme Rijn===&lt;br /&gt;
In het Kromme Rijngebied, als meest oostelijke deel van het Utrechtse rivierengebied, is tot ver in de 19de eeuw het gemengde bedrijf met de nadruk op de akkerbouw overwegend gebleven, een bedrijfsvorm waar- voor het traditionele halletype bij uitstek geschikt is. De boerderijen hebben daardoor in het bedrijfsgedeelte de zuivere hallehuisindeling volkomen intact bewaard. Men vindt hier zowel de driebeukige opzet als de constructie met [[gebint|ankerbalkgebinten]], het principe van oogstberging op de zolder boven de middenbeuk en de brede open deel met stallen aan weerszijden en deeldeuren in het midden van de achtergevel. Sinds het einde van de 19de eeuw heeft hier echter een verschuiving plaatsgevonden van akkerbouw naar fruitteelt in combinatie met veeteelt. Dit heeft bij de oudere boerderijen geleid tot een geleidelijke toename in het aantal bijgebouwen en tot het inbouwen in het hoofdgebouw van fruitopslagplaatsen en zuivelruimten. De hoofdopzet van de gebouwen is bij dit alles echter onaangetast gebleven en men vindt hier ook bij de latere voorbeelden nog steeds het traditionele middenlangsdeeltype.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: De regionale verschillen binnen de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Kromme_Rijn&amp;diff=7912</id>
		<title>Utrecht, Kromme Rijn</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Kromme_Rijn&amp;diff=7912"/>
		<updated>2016-03-03T13:29:33Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Nieuwe pagina aangemaakt met '===Kromme Rijn=== In het Kromme Rijngebied, als meest oostelijke deel van het Utrechtse rivierengebied, is tot ver in de 19de eeuw het gemengde bedrijf met de nadru...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Kromme Rijn===&lt;br /&gt;
In het Kromme Rijngebied, als meest oostelijke deel van het Utrechtse rivierengebied, is tot ver in de 19de eeuw het gemengde bedrijf met de nadruk op de akkerbouw overwegend gebleven, een bedrijfsvorm waar- voor het traditionele halletype bij uitstek geschikt is. De boerderijen hebben daardoor in het bedrijfsgedeelte de zuivere hallehuisindeling volkomen intact bewaard. Men vindt hier zowel de driebeukige opzet als de constructie met [[gebint|ankerbalkgebinten]], het principe van oogstberging op de zolder boven de middenbeuk en de brede open deel met stallen aan weerszijden en deeldeuren in het midden van de achtergevel. Sinds het einde van de 19de eeuw heeft hier echter een verschuiving plaatsgevonden van akkerbouw naar fruitteelt in combinatie met veeteelt. Dit heeft bij de oudere boerderijen geleid tot een geleidelijke toename in het aantal bijgebouwen en tot het inbouwen in het hoofdgebouw van fruitopslagplaatsen en zuivelruimten. De hoofdopzet van de gebouwen is bij dit alles echter onaangetast gebleven en men vindt hier ook bij de latere voorbeelden nog steeds het traditionele middenlangsdeeltype.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: De regionale verschillen binnen de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_rivierengebied&amp;diff=7911</id>
		<title>Utrechts rivierengebied</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_rivierengebied&amp;diff=7911"/>
		<updated>2016-03-03T13:28:20Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Het Kromme Rijngebied */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:OudegeingemeenteNieuwegein (1).jpg|thumb|right|Boerderij te Nieuwegein, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Oudegein5 gemeente Nieuwegein (2) wagenschuur.jpg|thumb|right|Achterzijde van dezelfde boerderij te Nieuwegein met wagenschuur, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM004198.JPG|thumb|right|Boerderij te Rijnouwen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Paardenstal Rijnouwen.jpeg|thumb|right|Interieur van een paardenstal bij boerderij te Rijnouwen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:CIMG0105.JPG|thumb|right|Boerderij te Odijk, gelegen op een stroomrug, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM001697.JPG|thumb|right|Boerderij Achthoven te Montfoort, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Utrechtse rivierengebied omvat, in letterlijke zin, het gehele zuidelijke deel van de provincie met het Kromme Rijngebied, de Lopikerwaard en het kleigebied van IJssel en Oude Rijn. Dit gebied valt echter, zowel landbouwkundig als wat de boerderijen betreft, uiteen in twee delen. Enerzijds is er het oostelijke gedeelte met het Kromme Rijngebied, dat nauw aansluit bij het Gelderse rivierkleigebied en waar vanouds het gemengde bedrijf met de nadruk op akkerbouw overheerste. Anderzijds is er het westelijke gedeelte, waar al in een vroeg stadium (voor het einde van de 16de eeuw) een zekere specialisatie optrad in de richting van het veeteeltbedrijf ten behoeve van de zuivelproductie. Dit westelijke gebied vormt zowel wat het bedrijf als wat de boerderij-vormen betreft de overgang naar de Utrechts-Hollandse veenweidestreek en zal daarom (in navolging van de indeling in landbouwkundigeoverzichten) worden behandeld als onderdeel van het [[Utrechts weidegebied|weidegebied]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Algemene kenmerken===&lt;br /&gt;
Twee kenmerken komen echter door het hele rivierengebied heen voor. Dit is in de eerste plaats de [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|T-huis-ontwikkeling]]. Net zoals in het aangrenzende [[Gelderse rivierengebied]], vindt men hier veel [[krukhuisboerderij|kruk-]] en [[T-huisboerderij|T-huisboerderijen]], waarvan diverse de sporen dragen van een lange en geleidelijke ontwikkeling. &lt;br /&gt;
	In de tweede plaats kan als karakteristiek voor het rivierengebied als geheel worden genoemd de - vergeleken bij de zandgronden - vroege verstening van de plattelandsgebouwen. De oorzaken daarvoor moeten deels worden gezocht in de overvloedige beschikbaarheid van klei als grondstof voor de baksteenindustrie, deels in de betrekkelijk grote welvaart van deze streek. Daarnaast zijn er ook sociale factoren die op dit proces een gunstige invloed kunnen hebben gehad. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de ruime aanwezigheid in ditzelfde gebied van vroege bakstenen gebouwen in het bezit van de elite, zoals kastelen en ridderhofsteden. Ook van de nabijheid van de bisschopsstad Utrecht en de goede verbindingen met de Hollandse marktsteden kan een stimulerende werking zijn uitgegaan. Een feit is, dat de verstening hier al vóór de tweede helft van de 16de eeuw voor een belangrijk deel zijn beslag moet hebben gehad, al zal voor achterhuizen en bijgebouwen nog lang gebruik zijn gemaakt van natuurlijke materialen. Het ging daarbij om een geleidelijk proces, waarbij aanvankelijk slechts een minderheid van de plattelandsgebouwen - en die dan vaak ook nog slechts gedeeltelijk - uit baksteen zal zijn opgetrokken. &lt;br /&gt;
	Uit bouwsporen blijkt dat het bij deze vroegste stenen bouwdelen in de meeste gevallen moet zijn gegaan om het verdiepte keldergedeelte, eventueel met opkamer. De rest van de boerderij, en dus ook nog een deel van het voorhuis, kan daarnaast nog geruime tijd hebben bestaan uit hout en beleemd [[vitswerk|vlechtwerk]]. Aan deze fase, waarin het grootste deel van het bouwbestand op het platteland nog uit organische materialen was opgetrokken, herinnert de wat mythische benaming 'stenen kamer', die in enkele gevallen als boerderijnaam is overgeleverd. Bij andere, sedert lang volledig uit steen opgetrokken, boerderijen is door bouwhistorisch onderzoek soms een oudere kern aantoonbaar, daterend uit een fase waarin de rest van de boerderij nog van hout was.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===Voorhuis===&lt;br /&gt;
Een belangrijk onderdeel van het voorhuis van de boerderijen in dit gebied vormen de soms grote uitgebouwde kelders met opkamer. De oudste kelders zijn meestal met steen overwelfd en hebben de vorm van een [[tongewelf|ton-]] of [[kruisgewelf]]. Recentere voorbeelden werden wel voorzien van smalle [[troggewelf|troggewelfjes]] tussen houten of later ook gietijzeren balken. Daarnaast komt ook een vlakke houten zoldering voor. De kelders werden in deze streek, waar vanaf de tweede helft van de 19de eeuw veel kaas werd gemaakt, dikwijls als kaaskamer (voor rijping en opslag) gebruikt. In de 19de eeuw werden hier tevens veel vaste gemetselde [[pekelbak|pekelbakken]] aangebracht. Ook de opkamers dienden soms als kaaskamer, maar hadden in dit gebied vaker een woon- of slaapfunctie. Het eigenlijke kaas maken gebeurde ofwel in een vrijstaand [[zomerhuis]] ofwel in het achterhuis van de boerderij, aansluitend aan het woongedeelte. Hier was naast de gebruikelijke spoelruimte meestal een afzonderlijk vertrek ingericht voor de kaasmakerij, het zogenaamde wringhuis. Toen vanaf de jaren veertig van deze eeuw het kaasmaken algemeen werd overgenomen door de zuivelfabriek, werden de spoelruimten en wringkamers verbouwd tot keuken cq. dagelijkse woonruimte. &lt;br /&gt;
	De zolder boven het voorhuis had tot ver in de 19de eeuw primair de functie van zaadzolder voor opslag van het gedorste graan. Later werden de woonhuiszolders algemeen gebruikt als berging en slaapruimte, en ten behoeve van deze laatste functie meestal opgedeeld in kleinere vertrekken. Overigens dateren de meeste boerderijen in het Kromme Rijngebied van na 1672; in dat jaar werd een groot deel van deze streek verwoest door de optrekkende Franse legers. Uit de daaraan voorafgaande periode zijn thans, opeen enkele uitzondering na, nog slechts kelders en muurresten bewaard gebleven. Veel boerderijen werden na het Rampjaar weer op de oude fundamenten opgetrokken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bijgebouwen===&lt;br /&gt;
Aan bijgebouwen vindt men in dit gebied in de eerste plaats allerlei schuren, zoals wagenhuizen, jongvee- en varkensstallen en ruimten voor de berging van landbouwgereedschappen en hooi. Daarnaast kwamen ook [[hooiberg|kapbergen]] voor, die (zoals overal in het rivierengebied) vaak voorzien waren van een verhoogde [[tasvloer]], al dan niet ondersteund door een centraal oplegpunt in de vorm van een houten of stenen [[poer|por]]. De ruimte onder de tasvloer werd afgetimmerd om dienst te kunnen doen als extra stal- of opslagruimte. In veel gevallen werd deze ruimte tevens aan één of meer zijden uitgebouwd; de resulterende combinatie van schuur en kapberg wordt schuurberg genoemd. Verder vindt men hier naast de boerderij vaak een vrijstaand zomerhuis of [[bakhuis]], waarin de kaasbereiding plaatsvond en waar men een groot deel van het jaar woonde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Bijgebouwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Lopikerwaard&amp;diff=7910</id>
		<title>Utrecht, Lopikerwaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Lopikerwaard&amp;diff=7910"/>
		<updated>2016-03-03T13:25:29Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Verder lezen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Lopikerwaard===&lt;br /&gt;
In de Lopikerwaard komen naast enkelvoudige langgerekte huisvormen ook veel boerderijen voor waarvan het voorhuis voorzien is van een grote kelder-opkamer aanbouw. Hoewel hier enkele interessante voorbeelden van de T-huisontwikkeling bewaard zijn gebleven, komen er toch meer krukhuizen voor dan boerderijen met volledig dwars voorhuis. Een bijzonder aspect van de boerderijbouw in deze zeer laag gelegen waard vormen de verschillende soorten [[vloedvoorzieningen]]. In veel gevallen ligt het gebouw zelf op een kunstmatige of natuurlijke verhoging. Bij andere boerderijen is het voorhuis geheel of gedeeltelijk voorzien van een extra hoog vloerniveau, herkenbaar aan de opvallend hoge plaatsing van voordeur en vensters. Ook vindt men hier zware vloedzolders in het achterhuis, waarop vee en hooi in geval van overstroming in veiligheid konden worden gebracht.&lt;br /&gt;
	In zowel de Lopikerwaard als in de omgeving van Woerden vormde tenslotte de [[hennepteelt]] lange tijd een belangrijk onderdeel van het bedrijf. Deze teelt, die al in de loop van de 18de en 19de eeuw verdween, heeft echter geen sporen nagelaten in de boerderijbouw, omdat de verwerking en opslag van dit product niet plaats vond in het hoofdgebouw maar in afzonderlijke schuren. Van deze hennepschuren zijn, voor zover bekend, in het Utrechtse weidegebied thans geen voorbeelden meer overgebleven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: De regionale verschillen binnen de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Lopikerwaard&amp;diff=7909</id>
		<title>Utrecht, Lopikerwaard</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Lopikerwaard&amp;diff=7909"/>
		<updated>2016-03-03T13:24:53Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Nieuwe pagina aangemaakt met '===Lopikerwaard=== In de Lopikerwaard komen naast enkelvoudige langgerekte huisvormen ook veel boerderijen voor waarvan het voorhuis voorzien is van een grote kelde...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Lopikerwaard===&lt;br /&gt;
In de Lopikerwaard komen naast enkelvoudige langgerekte huisvormen ook veel boerderijen voor waarvan het voorhuis voorzien is van een grote kelder-opkamer aanbouw. Hoewel hier enkele interessante voorbeelden van de T-huisontwikkeling bewaard zijn gebleven, komen er toch meer krukhuizen voor dan boerderijen met volledig dwars voorhuis. Een bijzonder aspect van de boerderijbouw in deze zeer laag gelegen waard vormen de verschillende soorten [[vloedvoorzieningen]]. In veel gevallen ligt het gebouw zelf op een kunstmatige of natuurlijke verhoging. Bij andere boerderijen is het voorhuis geheel of gedeeltelijk voorzien van een extra hoog vloerniveau, herkenbaar aan de opvallend hoge plaatsing van voordeur en vensters. Ook vindt men hier zware vloedzolders in het achterhuis, waarop vee en hooi in geval van overstroming in veiligheid konden worden gebracht.&lt;br /&gt;
	In zowel de Lopikerwaard als in de omgeving van Woerden vormde tenslotte de [[hennepteelt]] lange tijd een belangrijk onderdeel van het bedrijf. Deze teelt, die al in de loop van de 18de en 19de eeuw verdween, heeft echter geen sporen nagelaten in de boerderijbouw, omdat de verwerking en opslag van dit product niet plaats vond in het hoofdgebouw maar in afzonderlijke schuren. Van deze hennepschuren zijn, voor zover bekend, in het Utrechtse weidegebied thans geen voorbeelden meer overgebleven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: De regionale verschillen binnen de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_weidegebied&amp;diff=7908</id>
		<title>Utrechts weidegebied</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_weidegebied&amp;diff=7908"/>
		<updated>2016-03-03T13:23:05Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Lopikerwaard */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Rietveldvoorbreed Woerden.JPG|thumb|right|Boerderij Voorbreed te Woerden: krukhuisboerderij met bijgebouwen. In de haakse aanbouw zitten de vensters hoger in de gevel in verband met de melkkelder, waarvan de vensters op maaiveldhoogte zitten, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:TeilingenwegKamerik.JPG|thumb|right|Boerderij te Kamerik met boenstoep en hooiberg direct erachter, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Hoofdweg Zegveld.JPG|thumb|right|Boerderij te Zegveld met hooiberg direct erachter en een opvallende negentiende-eeuwse daklijst, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Willige Hoven BvhJ 1998 2.jpg|thumb|right|Boerderij Willige Hoven te Willige Langerak met hooiberg direct erachter, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Woerden 8ismeerdan1000 (2).JPG|thumb|right|Boerderij 8 is meer dan 1000 te Woerden met boenhuis, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Pekelbakken.JPG|thumb|right|Zicht vanuit de keuken op de pekelbakken in de melkkelder in boerderij Het Gagelgat te Soest, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het westelijke deel van de provincie Utrecht bestaat thans, net zoals het aangrenzende deel van Zuid-Holland, vrijwel geheel uit weidegebied. Dit gebied kent zowel rivierklei- als veengronden en omvat de Lopikerwaard, het gebied van IJssel en Oude Rijn, het veengebied ten noorden van Woerden en de Geinstreek onder de rook van Amsterdam. Tot het einde van de Middeleeuwen vond men in dit hele gebied overwegend het gemengde bedrijf met de nadruk op de [[graanteelt]]; men verbouwde vooral gerst en haver. Voor het bedrijven van [[akkerbouw]] was een goede ontwatering van het veengebied noodzakelijk, waartoe een uitgebreid stelsel van sloten werd aangelegd. Het maaiveld lag in die periode vermoedelijk zo'n twee a drie meter hoger dan tegenwoordig het geval is. Sterke inklinking van de veengrond ten gevolge van de ontwatering en het daaropvolgende proces van oxidatie van het veen deed het bodemoppervlak echter in hoog tempo zakken. Dit leidde op den duur tot een verandering in de bedrijfsvorm ten gunste van de veehouderij, omdat de lager gelegen gronden niet langer meer geschikt bleken voor de akkerbouw. &lt;br /&gt;
	Specialisatie op de [[veeteelt]] vond niet alleen plaats op de veengronden, maar ook in het meest westelijke deel van het rivierengebied, al bleef hier ook nog lang sprake van enige akkerbouw. Bij deze verschuiving in de richting van het weidebedrijf was vooral de gunstige prijsverhouding voor veehouderijproducten van belang, alsmede de nabijheid van een groot afzetgebied in de vorm van de sterk groeiende Hollandse steden. Al deze factoren tezamen hadden tot gevolg dat in het gehele westelijke deel van de provincie Utrecht al vanaf de Late Middeleeuwen een geleidelijke ontmenging van de bedrijfsvorm optrad. Deze bedrijfskundige ontwikkeling had uiteraard gevolgen voor de boerderijbouw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie===&lt;br /&gt;
De brede deel van het oude halletype, die vooral van belang was voor de verwerking van de akkerbouwproducten (als [[dorsvloer]]), verloor in het weidegebied in de loop der tijd aan betekenis en deed uiteindelijk nog slechts dienst als voederruimte voor het vee. Dit kwam bouwkundig tot uiting in een naar het westen van het land sterk toenemende versmalling van de middenbeuk. In het uiterste westen van het [[hallenhuis|hallehuisgebied]], in de provincie Zuid-Holland, zou de deel uiteindelijk worden vervangen door een smalle voergang. In het Utrechtse, waar overal waar dat nog enigszins mogelijk was nog lange tijd enige akkerbouw werd bedreven, behield de middenbeuk iets meer breedte (vier tot zes meter). De boerderijen behielden daarmee tevens, in tegenstelling tot de Zuidhollandse, de oude driebeukige hallehuisopzet met betrekkelijk lage zijgevels. De brede deeldeuren werden echter in de loop der tijd vrijwel overal vervangen door een enkele staldeur. Soms zijn daarbij nog sporen te vinden in het metselwerk van de achtergevel, die erop wijzen dat de betreffende boerderij in een voorgaand stadium wel degelijk was voorzien van dubbele inrijdeuren. Dergelijke boerderijen met brede deel maar zonder dubbele deeldeuren worden binnen de hallehuisgroep gerekend tot de zogeheten [[voerdeeltypen]]. Met de verdwijning van de akkerbouwcomponent ging hier uiteindelijk ook het principe van de zolderberging boven de middenbeuk verloren. Deze overgang was in het Utrechtse weidegebied echter een zeer geleidelijk proces. &lt;br /&gt;
	In een groot deel van dit gebied bleef nog tot ver in de 19de eeuw enige akkerbouw bestaan en de kapruimte deed hier dan ook nog lang dienst voor oogstopslag, zoals blijkt uit de algemeen voorkomende sporen van een zoldering op de gebintbalken en de aanwezigheid van oogstluiken in de achtergevel. Men borg hier uitsluitend de akkerbouwproducten zoals graan en stro; naast het gebouw stonden, zoals 16de- en 17de-eeuwse landmeterskaarten laten zien, verscheidene hooibergen. In de loop der tijd werd de zolder in het hoofdgebouw echter steeds minder in beslag genomen door de akkerbouwproducten en kwam daarmee in principe vrij voor de hooiopslag. Toch bleef men hier blijkbaar om bedrijfstechnische redenen de voorkeur geven aan hooiopslag buiten, in open [[hooiberg|kapbergen]]. Deze werden nu vlak achter de staldeur geplaatst, soms met slechts enkele meters tussenruimte. De open ruimte tussen staldeur en hooiberg werd in veel gevallen dichtgezet met een gangetje of droogloop. Vanaf het begin van deze eeuw werden de oude kapbergen met hun eiken roeden geleidelijk vervangen door moderne exemplaren van ijzer of beton. De koestallen hebben in het weidegebied thans algemeen een indeling met grup en kruigang. In een voorgaand stadium ontbrak echter de afzonderlijke [[mestgang]] en vond men hier een brede mestgoot tot aan de zijmuur. De mest werd verwijderd via [[mestluik|mestluiken]] of deuren in de zijgevels; deze zijn in veel gevallen nog steeds aanwezig, al werd hun functie later vaak overgenomen door [[kruideur|kruideuren]] in de achtergevel. &lt;br /&gt;
	De geleidelijke toename van de veestapel heeft in dit gebied in de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw veelvuldig geleid tot [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|verlenging van het hoofdgebouw]]. Hiertoe werden meestal enkele gebintvakken aan de oude constructie toegevoegd. Elders werd het oude achterhuis vervangen door een nieuw en groter bedrijfsgebouw of voorzien van een smalle stalaanbouw aan de achtergevel. &lt;br /&gt;
	&lt;br /&gt;
===Kaasmakerij===&lt;br /&gt;
De veehouderij in het Utrechtse weidegebied was vooral sinds de 19de eeuw volledig gericht op de [[zuivelproductie]]; men maakte hier [[zoetemelksekaas]], met als bijproduct weiboter. De zuivelbereiding vond traditioneel plaats in het achterhuis, in het eerste gebintvak achter de [[brandmuur]]. Hier werd in opzet zowel kaas gemaakt als [[karnen|gekarnd]] en ook het dagelijkse wonen vond 's zomers voor een belangrijk deel plaats in open verbinding met de stalruimte. In de loop van de 19de eeuw werden op veel plaatsen de verplaatsbare houten [[pekelbak|pekelbakken]] voor de kaasmakerij vervangen door vaste gemetselde bakken in de kelder van het voorhuis. Achter de brandmuur werd aan dezelfde zijde van het huis een [[wringkamer]] afgescheiden, waarin men een nieuwe keldertoegang aanbracht. Ook de spoel- en karnruimte werd afgescheiden, wat veelal leidde tot het ontstaan van een volledig woon-werktravee achter de brandmuur. &lt;br /&gt;
	De oude gewoonte om 's zomers 'op de deel' te wonen bleef echter bestaan en vaak werd na het afscheiden van de zuivelruimten toch weer een deel van de stal ingericht tot zomerwoning; meestal werd hiervoor het achterste stalvak genomen. Hoewel deze zomerstallen thans meestal zijn verdwenen, herkent men de plaats ervan vaak nog aan de aanwezigheid van een iets groter venster; ook bevond zich daar wel een schoorsteen aan de achtergevel. Bij de grotere boerderijen werd in de tweede helft van de 19de eeuw een afzonderlijk [[zomerhuis]] naast de boerderij gebouwd, waar men 's zomers verbleef. Hier vond men zowel de ruimte voor de kaasmakerij als het [[karnhuis]], vaak gecombineerd met stalruimte voor jongvee of varkens, of een wagenberging. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Boenhuis===&lt;br /&gt;
Een ander bijgebouw dat men door het gehele weidegebied tegenkomt is het boenhuis of de boenstoep: een klein, aan een sloot grenzend gebouwtje dat aan de kant van het water open is en waar de melkemmers en het overige zuivelgerei dagelijks werden gereinigd. Het boenhok is meestal aangebouwd aan hoofdgebouw, zomerhuis of karnhuis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Lokale verschillen===&lt;br /&gt;
Afgezien van al deze gemeenschappelijke kenmerken van het Utrechtse weidebedrijf, vertonen de boerderijen in de verschillende delen van dit gebied ook enkele geheel eigen trekken. Zo heeft het achterhuis in het uiterste noordwesten een beduidend lagere en minder steile kap dan in de rest van de provincie. Van tasruimte boven de middenbeuk is in deze gebouwen dan ook geen sprake. Men vindt hier geen ankerbalkgebinten maar een constructie met opgelegde balk en de voerdeel is in opzet onoverzolderd. Dat dit laatste ook in het verleden al het geval moet zijn geweest, blijkt uit de thans zeldzaam geworden maar vroeger veelvuldig voorkomende aanwezigheid in de nok van een primitieve stalventilatie-inrichting, het zogenaamde [[kistluik]]. Oudere boerderijen zijn meestal voorzien van lage zijgevels met mestluiken. Bij de recentere of gemoderniseerde voorbeelden zijn de zijgevels aanzienlijk hoger, wat men bereikte door de gebintbalk aan beide zijden te laten oversteken. &lt;br /&gt;
	Langs het Gein vindt men veel [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|kruk- en T-huisboerderijen]]. In sommige gevallen is het voorhuis bovendien opvallend royaal van afmetingen en voorzien van een imposante, stedelijke architectuur, wat erop duidt dat het hier om een combinatie van herenhuis en pachtboerderij moet zijn gegaan. Het voorhuis was dan geheel of gedeeltelijk voor de landeigenaar gereserveerd als buitenhuis. Ook ziet men wel boerderijen waarbij de opkamer voorzien was van een stookplaats en grote vensters en diende als herenkamer. In de betrekkelijk recente droogmakerijen rond Mijdrecht heeft men vanaf de tweede helft van de19de eeuw ook verschillende niet-traditionele vormen toegepast. Zo kan men hier diverse 'geïmporteerde' vormen aantreffen, zoals [[stolpboerderij|stolpboerderijen]] en [[Zuidhollandse voergangtypen]], maar ook enkele volledig nieuwe boerderij-ontwerpen van rond de eeuwwisseling. &lt;br /&gt;
	De traditionele boerderijen ten zuiden van deze nieuwe polders zijn weer net zoals die in de rest van de provincie Utrecht voorzien van ankerbalkgebinten. Bij de oudste voorbeelden treft men vaak nog sporen aan van een [[zolderbalklaag]] boven de deel. In de streek rond Woerden hebben de boerderijen overwegend een enkelvoudige, langgerekte vorm met [[wolfdak|afgewolfd]] rieten zadeldak. In het achterhuis is het eerste gebintvak achter de brandmuur meestal door een houten schot tot aan de gebintbalk afgescheiden als woonwerktravee; de zolder erboven staat echter nog in open verbinding met de stalruimte.De hoofdtoegang tot het woonhuis bevindt zich in de zijgevel, achter de brandmuur; de lemen vloer van de deel is in veel gevallen vervangen door een klinkerbestrating.&lt;br /&gt;
	In het kleigebied van IJssel en Oude Rijn treft men naast de langgerekte boerderijvorm ook veel kruk- en T-huizen aan. De boerderijen in het westelijke deel van dit gebied, waar het weidebedrijf overheerst, behoren tot de voerdeeltypen, met een smalle staldeur in het midden van de achtergevel en de hooiberg direct achter de stal. Meer naar het oosten toe, waar de akkerbouw van meer belang bleef, vindt men weer de in de rest van de provincie gebruikelijke dubbele inrijdeuren.&lt;br /&gt;
	&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Bijgebouwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7907</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7907"/>
		<updated>2016-03-03T13:22:12Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Verder lezen */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Eemland is een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]]. Het ligt in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: De regionale verschillen binnen de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7906</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7906"/>
		<updated>2016-03-03T13:20:09Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Eemland is een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]]. Het ligt in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7905</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7905"/>
		<updated>2016-03-03T13:18:55Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Eemland */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Eemland is een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]]. Het ligt in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7904</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7904"/>
		<updated>2016-03-03T13:17:47Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Eemland */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Eemland is een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]]. Het ligt in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]] &lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Utrechts weidegebied]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Hallenhuisboerderij]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7903</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7903"/>
		<updated>2016-03-03T13:16:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Eemland */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Eemland is een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]]. Het ligt in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]] &lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Utrechts weidegebied]]&lt;br /&gt;
[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Hallenhuisboerderij]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7902</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7902"/>
		<updated>2016-03-03T13:12:48Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Eemland is een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]]. Het ligt in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]] &lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Regionale verschillen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7901</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7901"/>
		<updated>2016-03-03T13:11:43Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]] is tenslotte het Eemland, in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]] &lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Regionale verschillen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7900</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7900"/>
		<updated>2016-03-03T13:10:26Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechts weidegebied]] is tenslotte het Eemland, in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]] &lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Regionale verschillen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7899</id>
		<title>Utrecht, Eemland</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht,_Eemland&amp;diff=7899"/>
		<updated>2016-03-03T13:09:16Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Nieuwe pagina aangemaakt met '===Eemland=== Een klein maar bijzonder onderdeel van het Utrechtse weidegebied is tenslotte het Eemland, in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleig...'&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;===Eemland===&lt;br /&gt;
Een klein maar bijzonder onderdeel van het [[Utrechtse weidegebied]] is tenslotte het Eemland, in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]] &lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[Regionale verschillen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_weidegebied&amp;diff=7898</id>
		<title>Utrechts weidegebied</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_weidegebied&amp;diff=7898"/>
		<updated>2016-03-03T13:04:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: /* Eemland */&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Rietveldvoorbreed Woerden.JPG|thumb|right|Boerderij Voorbreed te Woerden: krukhuisboerderij met bijgebouwen. In de haakse aanbouw zitten de vensters hoger in de gevel in verband met de melkkelder, waarvan de vensters op maaiveldhoogte zitten, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:TeilingenwegKamerik.JPG|thumb|right|Boerderij te Kamerik met boenstoep en hooiberg direct erachter, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Hoofdweg Zegveld.JPG|thumb|right|Boerderij te Zegveld met hooiberg direct erachter en een opvallende negentiende-eeuwse daklijst, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Willige Hoven BvhJ 1998 2.jpg|thumb|right|Boerderij Willige Hoven te Willige Langerak met hooiberg direct erachter, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Woerden 8ismeerdan1000 (2).JPG|thumb|right|Boerderij 8 is meer dan 1000 te Woerden met boenhuis, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Pekelbakken.JPG|thumb|right|Zicht vanuit de keuken op de pekelbakken in de melkkelder in boerderij Het Gagelgat te Soest, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het westelijke deel van de provincie Utrecht bestaat thans, net zoals het aangrenzende deel van Zuid-Holland, vrijwel geheel uit weidegebied. Dit gebied kent zowel rivierklei- als veengronden en omvat de Lopikerwaard, het gebied van IJssel en Oude Rijn, het veengebied ten noorden van Woerden en de Geinstreek onder de rook van Amsterdam. Tot het einde van de Middeleeuwen vond men in dit hele gebied overwegend het gemengde bedrijf met de nadruk op de [[graanteelt]]; men verbouwde vooral gerst en haver. Voor het bedrijven van [[akkerbouw]] was een goede ontwatering van het veengebied noodzakelijk, waartoe een uitgebreid stelsel van sloten werd aangelegd. Het maaiveld lag in die periode vermoedelijk zo'n twee a drie meter hoger dan tegenwoordig het geval is. Sterke inklinking van de veengrond ten gevolge van de ontwatering en het daaropvolgende proces van oxidatie van het veen deed het bodemoppervlak echter in hoog tempo zakken. Dit leidde op den duur tot een verandering in de bedrijfsvorm ten gunste van de veehouderij, omdat de lager gelegen gronden niet langer meer geschikt bleken voor de akkerbouw. &lt;br /&gt;
	Specialisatie op de [[veeteelt]] vond niet alleen plaats op de veengronden, maar ook in het meest westelijke deel van het rivierengebied, al bleef hier ook nog lang sprake van enige akkerbouw. Bij deze verschuiving in de richting van het weidebedrijf was vooral de gunstige prijsverhouding voor veehouderijproducten van belang, alsmede de nabijheid van een groot afzetgebied in de vorm van de sterk groeiende Hollandse steden. Al deze factoren tezamen hadden tot gevolg dat in het gehele westelijke deel van de provincie Utrecht al vanaf de Late Middeleeuwen een geleidelijke ontmenging van de bedrijfsvorm optrad. Deze bedrijfskundige ontwikkeling had uiteraard gevolgen voor de boerderijbouw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie===&lt;br /&gt;
De brede deel van het oude halletype, die vooral van belang was voor de verwerking van de akkerbouwproducten (als [[dorsvloer]]), verloor in het weidegebied in de loop der tijd aan betekenis en deed uiteindelijk nog slechts dienst als voederruimte voor het vee. Dit kwam bouwkundig tot uiting in een naar het westen van het land sterk toenemende versmalling van de middenbeuk. In het uiterste westen van het [[hallenhuis|hallehuisgebied]], in de provincie Zuid-Holland, zou de deel uiteindelijk worden vervangen door een smalle voergang. In het Utrechtse, waar overal waar dat nog enigszins mogelijk was nog lange tijd enige akkerbouw werd bedreven, behield de middenbeuk iets meer breedte (vier tot zes meter). De boerderijen behielden daarmee tevens, in tegenstelling tot de Zuidhollandse, de oude driebeukige hallehuisopzet met betrekkelijk lage zijgevels. De brede deeldeuren werden echter in de loop der tijd vrijwel overal vervangen door een enkele staldeur. Soms zijn daarbij nog sporen te vinden in het metselwerk van de achtergevel, die erop wijzen dat de betreffende boerderij in een voorgaand stadium wel degelijk was voorzien van dubbele inrijdeuren. Dergelijke boerderijen met brede deel maar zonder dubbele deeldeuren worden binnen de hallehuisgroep gerekend tot de zogeheten [[voerdeeltypen]]. Met de verdwijning van de akkerbouwcomponent ging hier uiteindelijk ook het principe van de zolderberging boven de middenbeuk verloren. Deze overgang was in het Utrechtse weidegebied echter een zeer geleidelijk proces. &lt;br /&gt;
	In een groot deel van dit gebied bleef nog tot ver in de 19de eeuw enige akkerbouw bestaan en de kapruimte deed hier dan ook nog lang dienst voor oogstopslag, zoals blijkt uit de algemeen voorkomende sporen van een zoldering op de gebintbalken en de aanwezigheid van oogstluiken in de achtergevel. Men borg hier uitsluitend de akkerbouwproducten zoals graan en stro; naast het gebouw stonden, zoals 16de- en 17de-eeuwse landmeterskaarten laten zien, verscheidene hooibergen. In de loop der tijd werd de zolder in het hoofdgebouw echter steeds minder in beslag genomen door de akkerbouwproducten en kwam daarmee in principe vrij voor de hooiopslag. Toch bleef men hier blijkbaar om bedrijfstechnische redenen de voorkeur geven aan hooiopslag buiten, in open [[hooiberg|kapbergen]]. Deze werden nu vlak achter de staldeur geplaatst, soms met slechts enkele meters tussenruimte. De open ruimte tussen staldeur en hooiberg werd in veel gevallen dichtgezet met een gangetje of droogloop. Vanaf het begin van deze eeuw werden de oude kapbergen met hun eiken roeden geleidelijk vervangen door moderne exemplaren van ijzer of beton. De koestallen hebben in het weidegebied thans algemeen een indeling met grup en kruigang. In een voorgaand stadium ontbrak echter de afzonderlijke [[mestgang]] en vond men hier een brede mestgoot tot aan de zijmuur. De mest werd verwijderd via [[mestluik|mestluiken]] of deuren in de zijgevels; deze zijn in veel gevallen nog steeds aanwezig, al werd hun functie later vaak overgenomen door [[kruideur|kruideuren]] in de achtergevel. &lt;br /&gt;
	De geleidelijke toename van de veestapel heeft in dit gebied in de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw veelvuldig geleid tot [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|verlenging van het hoofdgebouw]]. Hiertoe werden meestal enkele gebintvakken aan de oude constructie toegevoegd. Elders werd het oude achterhuis vervangen door een nieuw en groter bedrijfsgebouw of voorzien van een smalle stalaanbouw aan de achtergevel. &lt;br /&gt;
	&lt;br /&gt;
===Kaasmakerij===&lt;br /&gt;
De veehouderij in het Utrechtse weidegebied was vooral sinds de 19de eeuw volledig gericht op de [[zuivelproductie]]; men maakte hier [[zoetemelksekaas]], met als bijproduct weiboter. De zuivelbereiding vond traditioneel plaats in het achterhuis, in het eerste gebintvak achter de [[brandmuur]]. Hier werd in opzet zowel kaas gemaakt als [[karnen|gekarnd]] en ook het dagelijkse wonen vond 's zomers voor een belangrijk deel plaats in open verbinding met de stalruimte. In de loop van de 19de eeuw werden op veel plaatsen de verplaatsbare houten [[pekelbak|pekelbakken]] voor de kaasmakerij vervangen door vaste gemetselde bakken in de kelder van het voorhuis. Achter de brandmuur werd aan dezelfde zijde van het huis een [[wringkamer]] afgescheiden, waarin men een nieuwe keldertoegang aanbracht. Ook de spoel- en karnruimte werd afgescheiden, wat veelal leidde tot het ontstaan van een volledig woon-werktravee achter de brandmuur. &lt;br /&gt;
	De oude gewoonte om 's zomers 'op de deel' te wonen bleef echter bestaan en vaak werd na het afscheiden van de zuivelruimten toch weer een deel van de stal ingericht tot zomerwoning; meestal werd hiervoor het achterste stalvak genomen. Hoewel deze zomerstallen thans meestal zijn verdwenen, herkent men de plaats ervan vaak nog aan de aanwezigheid van een iets groter venster; ook bevond zich daar wel een schoorsteen aan de achtergevel. Bij de grotere boerderijen werd in de tweede helft van de 19de eeuw een afzonderlijk [[zomerhuis]] naast de boerderij gebouwd, waar men 's zomers verbleef. Hier vond men zowel de ruimte voor de kaasmakerij als het [[karnhuis]], vaak gecombineerd met stalruimte voor jongvee of varkens, of een wagenberging. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Boenhuis===&lt;br /&gt;
Een ander bijgebouw dat men door het gehele weidegebied tegenkomt is het boenhuis of de boenstoep: een klein, aan een sloot grenzend gebouwtje dat aan de kant van het water open is en waar de melkemmers en het overige zuivelgerei dagelijks werden gereinigd. Het boenhok is meestal aangebouwd aan hoofdgebouw, zomerhuis of karnhuis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Lokale verschillen===&lt;br /&gt;
Afgezien van al deze gemeenschappelijke kenmerken van het Utrechtse weidebedrijf, vertonen de boerderijen in de verschillende delen van dit gebied ook enkele geheel eigen trekken. Zo heeft het achterhuis in het uiterste noordwesten een beduidend lagere en minder steile kap dan in de rest van de provincie. Van tasruimte boven de middenbeuk is in deze gebouwen dan ook geen sprake. Men vindt hier geen ankerbalkgebinten maar een constructie met opgelegde balk en de voerdeel is in opzet onoverzolderd. Dat dit laatste ook in het verleden al het geval moet zijn geweest, blijkt uit de thans zeldzaam geworden maar vroeger veelvuldig voorkomende aanwezigheid in de nok van een primitieve stalventilatie-inrichting, het zogenaamde [[kistluik]]. Oudere boerderijen zijn meestal voorzien van lage zijgevels met mestluiken. Bij de recentere of gemoderniseerde voorbeelden zijn de zijgevels aanzienlijk hoger, wat men bereikte door de gebintbalk aan beide zijden te laten oversteken. &lt;br /&gt;
	Langs het Gein vindt men veel [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|kruk- en T-huisboerderijen]]. In sommige gevallen is het voorhuis bovendien opvallend royaal van afmetingen en voorzien van een imposante, stedelijke architectuur, wat erop duidt dat het hier om een combinatie van herenhuis en pachtboerderij moet zijn gegaan. Het voorhuis was dan geheel of gedeeltelijk voor de landeigenaar gereserveerd als buitenhuis. Ook ziet men wel boerderijen waarbij de opkamer voorzien was van een stookplaats en grote vensters en diende als herenkamer. In de betrekkelijk recente droogmakerijen rond Mijdrecht heeft men vanaf de tweede helft van de19de eeuw ook verschillende niet-traditionele vormen toegepast. Zo kan men hier diverse 'geïmporteerde' vormen aantreffen, zoals [[stolpboerderij|stolpboerderijen]] en [[Zuidhollandse voergangtypen]], maar ook enkele volledig nieuwe boerderij-ontwerpen van rond de eeuwwisseling. &lt;br /&gt;
	De traditionele boerderijen ten zuiden van deze nieuwe polders zijn weer net zoals die in de rest van de provincie Utrecht voorzien van ankerbalkgebinten. Bij de oudste voorbeelden treft men vaak nog sporen aan van een [[zolderbalklaag]] boven de deel. In de streek rond Woerden hebben de boerderijen overwegend een enkelvoudige, langgerekte vorm met [[wolfdak|afgewolfd]] rieten zadeldak. In het achterhuis is het eerste gebintvak achter de brandmuur meestal door een houten schot tot aan de gebintbalk afgescheiden als woonwerktravee; de zolder erboven staat echter nog in open verbinding met de stalruimte.De hoofdtoegang tot het woonhuis bevindt zich in de zijgevel, achter de brandmuur; de lemen vloer van de deel is in veel gevallen vervangen door een klinkerbestrating.&lt;br /&gt;
	In het kleigebied van IJssel en Oude Rijn treft men naast de langgerekte boerderijvorm ook veel kruk- en T-huizen aan. De boerderijen in het westelijke deel van dit gebied, waar het weidebedrijf overheerst, behoren tot de voerdeeltypen, met een smalle staldeur in het midden van de achtergevel en de hooiberg direct achter de stal. Meer naar het oosten toe, waar de akkerbouw van meer belang bleef, vindt men weer de in de rest van de provincie gebruikelijke dubbele inrijdeuren.&lt;br /&gt;
	&lt;br /&gt;
===Lopikerwaard===&lt;br /&gt;
In de Lopikerwaard komen naast enkelvoudige langgerekte huisvormen ook veel boerderijen voor waarvan het voorhuis voorzien is van een grote kelder-opkamer aanbouw. Hoewel hier enkele interessante voorbeelden van de T-huisontwikkeling bewaard zijn gebleven, komen er toch meer krukhuizen voor dan boerderijen met volledig dwars voorhuis. Een bijzonder aspect van de boerderijbouw in deze zeer laag gelegen waard vormen de verschillende soorten [[vloedvoorzieningen]]. In veel gevallen ligt het gebouw zelf op een kunstmatige of natuurlijke verhoging. Bij andere boerderijen is het voorhuis geheel of gedeeltelijk voorzien van een extra hoog vloerniveau, herkenbaar aan de opvallend hoge plaatsing van voordeur en vensters. Ook vindt men hier zware vloedzolders in het achterhuis, waarop vee en hooi in geval van overstroming in veiligheid konden worden gebracht.&lt;br /&gt;
	In zowel de Lopikerwaard als in de omgeving van Woerden vormde tenslotte de [[hennepteelt]] lange tijd een belangrijk onderdeel van het bedrijf. Deze teelt, die al in de loop van de 18de en 19de eeuw verdween, heeft echter geen sporen nagelaten in de boerderijbouw, omdat de verwerking en opslag van dit product niet plaats vond in het hoofdgebouw maar in afzonderlijke schuren. Van deze hennepschuren zijn, voor zover bekend, in het Utrechtse weidegebied thans geen voorbeelden meer overgebleven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Bijgebouwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht&amp;diff=7897</id>
		<title>Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrecht&amp;diff=7897"/>
		<updated>2016-03-03T12:56:49Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: Verwijst door naar Boerderijen Utrecht&lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;#DOORVERWIJZING[[Boerderijen Utrecht]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_weidegebied&amp;diff=7896</id>
		<title>Utrechts weidegebied</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_weidegebied&amp;diff=7896"/>
		<updated>2016-02-08T15:00:13Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Rietveldvoorbreed Woerden.JPG|thumb|right|Boerderij Voorbreed te Woerden: krukhuisboerderij met bijgebouwen. In de haakse aanbouw zitten de vensters hoger in de gevel in verband met de melkkelder, waarvan de vensters op maaiveldhoogte zitten, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:TeilingenwegKamerik.JPG|thumb|right|Boerderij te Kamerik met boenstoep en hooiberg direct erachter, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Hoofdweg Zegveld.JPG|thumb|right|Boerderij te Zegveld met hooiberg direct erachter en een opvallende negentiende-eeuwse daklijst, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Willige Hoven BvhJ 1998 2.jpg|thumb|right|Boerderij Willige Hoven te Willige Langerak met hooiberg direct erachter, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Woerden 8ismeerdan1000 (2).JPG|thumb|right|Boerderij 8 is meer dan 1000 te Woerden met boenhuis, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Pekelbakken.JPG|thumb|right|Zicht vanuit de keuken op de pekelbakken in de melkkelder in boerderij Het Gagelgat te Soest, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het westelijke deel van de provincie Utrecht bestaat thans, net zoals het aangrenzende deel van Zuid-Holland, vrijwel geheel uit weidegebied. Dit gebied kent zowel rivierklei- als veengronden en omvat de Lopikerwaard, het gebied van IJssel en Oude Rijn, het veengebied ten noorden van Woerden en de Geinstreek onder de rook van Amsterdam. Tot het einde van de Middeleeuwen vond men in dit hele gebied overwegend het gemengde bedrijf met de nadruk op de [[graanteelt]]; men verbouwde vooral gerst en haver. Voor het bedrijven van [[akkerbouw]] was een goede ontwatering van het veengebied noodzakelijk, waartoe een uitgebreid stelsel van sloten werd aangelegd. Het maaiveld lag in die periode vermoedelijk zo'n twee a drie meter hoger dan tegenwoordig het geval is. Sterke inklinking van de veengrond ten gevolge van de ontwatering en het daaropvolgende proces van oxidatie van het veen deed het bodemoppervlak echter in hoog tempo zakken. Dit leidde op den duur tot een verandering in de bedrijfsvorm ten gunste van de veehouderij, omdat de lager gelegen gronden niet langer meer geschikt bleken voor de akkerbouw. &lt;br /&gt;
	Specialisatie op de [[veeteelt]] vond niet alleen plaats op de veengronden, maar ook in het meest westelijke deel van het rivierengebied, al bleef hier ook nog lang sprake van enige akkerbouw. Bij deze verschuiving in de richting van het weidebedrijf was vooral de gunstige prijsverhouding voor veehouderijproducten van belang, alsmede de nabijheid van een groot afzetgebied in de vorm van de sterk groeiende Hollandse steden. Al deze factoren tezamen hadden tot gevolg dat in het gehele westelijke deel van de provincie Utrecht al vanaf de Late Middeleeuwen een geleidelijke ontmenging van de bedrijfsvorm optrad. Deze bedrijfskundige ontwikkeling had uiteraard gevolgen voor de boerderijbouw. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie===&lt;br /&gt;
De brede deel van het oude halletype, die vooral van belang was voor de verwerking van de akkerbouwproducten (als [[dorsvloer]]), verloor in het weidegebied in de loop der tijd aan betekenis en deed uiteindelijk nog slechts dienst als voederruimte voor het vee. Dit kwam bouwkundig tot uiting in een naar het westen van het land sterk toenemende versmalling van de middenbeuk. In het uiterste westen van het [[hallenhuis|hallehuisgebied]], in de provincie Zuid-Holland, zou de deel uiteindelijk worden vervangen door een smalle voergang. In het Utrechtse, waar overal waar dat nog enigszins mogelijk was nog lange tijd enige akkerbouw werd bedreven, behield de middenbeuk iets meer breedte (vier tot zes meter). De boerderijen behielden daarmee tevens, in tegenstelling tot de Zuidhollandse, de oude driebeukige hallehuisopzet met betrekkelijk lage zijgevels. De brede deeldeuren werden echter in de loop der tijd vrijwel overal vervangen door een enkele staldeur. Soms zijn daarbij nog sporen te vinden in het metselwerk van de achtergevel, die erop wijzen dat de betreffende boerderij in een voorgaand stadium wel degelijk was voorzien van dubbele inrijdeuren. Dergelijke boerderijen met brede deel maar zonder dubbele deeldeuren worden binnen de hallehuisgroep gerekend tot de zogeheten [[voerdeeltypen]]. Met de verdwijning van de akkerbouwcomponent ging hier uiteindelijk ook het principe van de zolderberging boven de middenbeuk verloren. Deze overgang was in het Utrechtse weidegebied echter een zeer geleidelijk proces. &lt;br /&gt;
	In een groot deel van dit gebied bleef nog tot ver in de 19de eeuw enige akkerbouw bestaan en de kapruimte deed hier dan ook nog lang dienst voor oogstopslag, zoals blijkt uit de algemeen voorkomende sporen van een zoldering op de gebintbalken en de aanwezigheid van oogstluiken in de achtergevel. Men borg hier uitsluitend de akkerbouwproducten zoals graan en stro; naast het gebouw stonden, zoals 16de- en 17de-eeuwse landmeterskaarten laten zien, verscheidene hooibergen. In de loop der tijd werd de zolder in het hoofdgebouw echter steeds minder in beslag genomen door de akkerbouwproducten en kwam daarmee in principe vrij voor de hooiopslag. Toch bleef men hier blijkbaar om bedrijfstechnische redenen de voorkeur geven aan hooiopslag buiten, in open [[hooiberg|kapbergen]]. Deze werden nu vlak achter de staldeur geplaatst, soms met slechts enkele meters tussenruimte. De open ruimte tussen staldeur en hooiberg werd in veel gevallen dichtgezet met een gangetje of droogloop. Vanaf het begin van deze eeuw werden de oude kapbergen met hun eiken roeden geleidelijk vervangen door moderne exemplaren van ijzer of beton. De koestallen hebben in het weidegebied thans algemeen een indeling met grup en kruigang. In een voorgaand stadium ontbrak echter de afzonderlijke [[mestgang]] en vond men hier een brede mestgoot tot aan de zijmuur. De mest werd verwijderd via [[mestluik|mestluiken]] of deuren in de zijgevels; deze zijn in veel gevallen nog steeds aanwezig, al werd hun functie later vaak overgenomen door [[kruideur|kruideuren]] in de achtergevel. &lt;br /&gt;
	De geleidelijke toename van de veestapel heeft in dit gebied in de tweede helft van de 19de en het begin van de 20ste eeuw veelvuldig geleid tot [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|verlenging van het hoofdgebouw]]. Hiertoe werden meestal enkele gebintvakken aan de oude constructie toegevoegd. Elders werd het oude achterhuis vervangen door een nieuw en groter bedrijfsgebouw of voorzien van een smalle stalaanbouw aan de achtergevel. &lt;br /&gt;
	&lt;br /&gt;
===Kaasmakerij===&lt;br /&gt;
De veehouderij in het Utrechtse weidegebied was vooral sinds de 19de eeuw volledig gericht op de [[zuivelproductie]]; men maakte hier [[zoetemelksekaas]], met als bijproduct weiboter. De zuivelbereiding vond traditioneel plaats in het achterhuis, in het eerste gebintvak achter de [[brandmuur]]. Hier werd in opzet zowel kaas gemaakt als [[karnen|gekarnd]] en ook het dagelijkse wonen vond 's zomers voor een belangrijk deel plaats in open verbinding met de stalruimte. In de loop van de 19de eeuw werden op veel plaatsen de verplaatsbare houten [[pekelbak|pekelbakken]] voor de kaasmakerij vervangen door vaste gemetselde bakken in de kelder van het voorhuis. Achter de brandmuur werd aan dezelfde zijde van het huis een [[wringkamer]] afgescheiden, waarin men een nieuwe keldertoegang aanbracht. Ook de spoel- en karnruimte werd afgescheiden, wat veelal leidde tot het ontstaan van een volledig woon-werktravee achter de brandmuur. &lt;br /&gt;
	De oude gewoonte om 's zomers 'op de deel' te wonen bleef echter bestaan en vaak werd na het afscheiden van de zuivelruimten toch weer een deel van de stal ingericht tot zomerwoning; meestal werd hiervoor het achterste stalvak genomen. Hoewel deze zomerstallen thans meestal zijn verdwenen, herkent men de plaats ervan vaak nog aan de aanwezigheid van een iets groter venster; ook bevond zich daar wel een schoorsteen aan de achtergevel. Bij de grotere boerderijen werd in de tweede helft van de 19de eeuw een afzonderlijk [[zomerhuis]] naast de boerderij gebouwd, waar men 's zomers verbleef. Hier vond men zowel de ruimte voor de kaasmakerij als het [[karnhuis]], vaak gecombineerd met stalruimte voor jongvee of varkens, of een wagenberging. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Boenhuis===&lt;br /&gt;
Een ander bijgebouw dat men door het gehele weidegebied tegenkomt is het boenhuis of de boenstoep: een klein, aan een sloot grenzend gebouwtje dat aan de kant van het water open is en waar de melkemmers en het overige zuivelgerei dagelijks werden gereinigd. Het boenhok is meestal aangebouwd aan hoofdgebouw, zomerhuis of karnhuis. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Lokale verschillen===&lt;br /&gt;
Afgezien van al deze gemeenschappelijke kenmerken van het Utrechtse weidebedrijf, vertonen de boerderijen in de verschillende delen van dit gebied ook enkele geheel eigen trekken. Zo heeft het achterhuis in het uiterste noordwesten een beduidend lagere en minder steile kap dan in de rest van de provincie. Van tasruimte boven de middenbeuk is in deze gebouwen dan ook geen sprake. Men vindt hier geen ankerbalkgebinten maar een constructie met opgelegde balk en de voerdeel is in opzet onoverzolderd. Dat dit laatste ook in het verleden al het geval moet zijn geweest, blijkt uit de thans zeldzaam geworden maar vroeger veelvuldig voorkomende aanwezigheid in de nok van een primitieve stalventilatie-inrichting, het zogenaamde [[kistluik]]. Oudere boerderijen zijn meestal voorzien van lage zijgevels met mestluiken. Bij de recentere of gemoderniseerde voorbeelden zijn de zijgevels aanzienlijk hoger, wat men bereikte door de gebintbalk aan beide zijden te laten oversteken. &lt;br /&gt;
	Langs het Gein vindt men veel [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|kruk- en T-huisboerderijen]]. In sommige gevallen is het voorhuis bovendien opvallend royaal van afmetingen en voorzien van een imposante, stedelijke architectuur, wat erop duidt dat het hier om een combinatie van herenhuis en pachtboerderij moet zijn gegaan. Het voorhuis was dan geheel of gedeeltelijk voor de landeigenaar gereserveerd als buitenhuis. Ook ziet men wel boerderijen waarbij de opkamer voorzien was van een stookplaats en grote vensters en diende als herenkamer. In de betrekkelijk recente droogmakerijen rond Mijdrecht heeft men vanaf de tweede helft van de19de eeuw ook verschillende niet-traditionele vormen toegepast. Zo kan men hier diverse 'geïmporteerde' vormen aantreffen, zoals [[stolpboerderij|stolpboerderijen]] en [[Zuidhollandse voergangtypen]], maar ook enkele volledig nieuwe boerderij-ontwerpen van rond de eeuwwisseling. &lt;br /&gt;
	De traditionele boerderijen ten zuiden van deze nieuwe polders zijn weer net zoals die in de rest van de provincie Utrecht voorzien van ankerbalkgebinten. Bij de oudste voorbeelden treft men vaak nog sporen aan van een [[zolderbalklaag]] boven de deel. In de streek rond Woerden hebben de boerderijen overwegend een enkelvoudige, langgerekte vorm met [[wolfdak|afgewolfd]] rieten zadeldak. In het achterhuis is het eerste gebintvak achter de brandmuur meestal door een houten schot tot aan de gebintbalk afgescheiden als woonwerktravee; de zolder erboven staat echter nog in open verbinding met de stalruimte.De hoofdtoegang tot het woonhuis bevindt zich in de zijgevel, achter de brandmuur; de lemen vloer van de deel is in veel gevallen vervangen door een klinkerbestrating.&lt;br /&gt;
	In het kleigebied van IJssel en Oude Rijn treft men naast de langgerekte boerderijvorm ook veel kruk- en T-huizen aan. De boerderijen in het westelijke deel van dit gebied, waar het weidebedrijf overheerst, behoren tot de voerdeeltypen, met een smalle staldeur in het midden van de achtergevel en de hooiberg direct achter de stal. Meer naar het oosten toe, waar de akkerbouw van meer belang bleef, vindt men weer de in de rest van de provincie gebruikelijke dubbele inrijdeuren.&lt;br /&gt;
	&lt;br /&gt;
===Lopikerwaard===&lt;br /&gt;
In de Lopikerwaard komen naast enkelvoudige langgerekte huisvormen ook veel boerderijen voor waarvan het voorhuis voorzien is van een grote kelder-opkamer aanbouw. Hoewel hier enkele interessante voorbeelden van de T-huisontwikkeling bewaard zijn gebleven, komen er toch meer krukhuizen voor dan boerderijen met volledig dwars voorhuis. Een bijzonder aspect van de boerderijbouw in deze zeer laag gelegen waard vormen de verschillende soorten [[vloedvoorzieningen]]. In veel gevallen ligt het gebouw zelf op een kunstmatige of natuurlijke verhoging. Bij andere boerderijen is het voorhuis geheel of gedeeltelijk voorzien van een extra hoog vloerniveau, herkenbaar aan de opvallend hoge plaatsing van voordeur en vensters. Ook vindt men hier zware vloedzolders in het achterhuis, waarop vee en hooi in geval van overstroming in veiligheid konden worden gebracht.&lt;br /&gt;
	In zowel de Lopikerwaard als in de omgeving van Woerden vormde tenslotte de [[hennepteelt]] lange tijd een belangrijk onderdeel van het bedrijf. Deze teelt, die al in de loop van de 18de en 19de eeuw verdween, heeft echter geen sporen nagelaten in de boerderijbouw, omdat de verwerking en opslag van dit product niet plaats vond in het hoofdgebouw maar in afzonderlijke schuren. Van deze hennepschuren zijn, voor zover bekend, in het Utrechtse weidegebied thans geen voorbeelden meer overgebleven.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Eemland===&lt;br /&gt;
Een klein maar bijzonder onderdeel van het Utrechtse weidegebied is tenslotte het Eemland, in het uiterste noordoosten van de provincie. Dit kleigebied vormt een enclave binnen de haar aan alle zijden omringende zandgronden. Hier heeft zich te midden van het traditionele halletype voor het gemengde bedrijf in de loop der tijd een eigen voerdeelvariant ontwikkeld, die in verschillende opzichten nauw aansluit bij de boerderijen in het westelijke deel van de provincie.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Bijgebouwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_rivierengebied&amp;diff=7895</id>
		<title>Utrechts rivierengebied</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_rivierengebied&amp;diff=7895"/>
		<updated>2016-02-08T14:59:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:OudegeingemeenteNieuwegein (1).jpg|thumb|right|Boerderij te Nieuwegein, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Oudegein5 gemeente Nieuwegein (2) wagenschuur.jpg|thumb|right|Achterzijde van dezelfde boerderij te Nieuwegein met wagenschuur, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM004198.JPG|thumb|right|Boerderij te Rijnouwen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Paardenstal Rijnouwen.jpeg|thumb|right|Interieur van een paardenstal bij boerderij te Rijnouwen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:CIMG0105.JPG|thumb|right|Boerderij te Odijk, gelegen op een stroomrug, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM001697.JPG|thumb|right|Boerderij Achthoven te Montfoort, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Utrechtse rivierengebied omvat, in letterlijke zin, het gehele zuidelijke deel van de provincie met het Kromme Rijngebied, de Lopikerwaard en het kleigebied van IJssel en Oude Rijn. Dit gebied valt echter, zowel landbouwkundig als wat de boerderijen betreft, uiteen in twee delen. Enerzijds is er het oostelijke gedeelte met het Kromme Rijngebied, dat nauw aansluit bij het Gelderse rivierkleigebied en waar vanouds het gemengde bedrijf met de nadruk op akkerbouw overheerste. Anderzijds is er het westelijke gedeelte, waar al in een vroeg stadium (voor het einde van de 16de eeuw) een zekere specialisatie optrad in de richting van het veeteeltbedrijf ten behoeve van de zuivelproductie. Dit westelijke gebied vormt zowel wat het bedrijf als wat de boerderij-vormen betreft de overgang naar de Utrechts-Hollandse veenweidestreek en zal daarom (in navolging van de indeling in landbouwkundigeoverzichten) worden behandeld als onderdeel van het [[Utrechts weidegebied|weidegebied]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Algemene kenmerken===&lt;br /&gt;
Twee kenmerken komen echter door het hele rivierengebied heen voor. Dit is in de eerste plaats de [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|T-huis-ontwikkeling]]. Net zoals in het aangrenzende [[Gelderse rivierengebied]], vindt men hier veel [[krukhuisboerderij|kruk-]] en [[T-huisboerderij|T-huisboerderijen]], waarvan diverse de sporen dragen van een lange en geleidelijke ontwikkeling. &lt;br /&gt;
	In de tweede plaats kan als karakteristiek voor het rivierengebied als geheel worden genoemd de - vergeleken bij de zandgronden - vroege verstening van de plattelandsgebouwen. De oorzaken daarvoor moeten deels worden gezocht in de overvloedige beschikbaarheid van klei als grondstof voor de baksteenindustrie, deels in de betrekkelijk grote welvaart van deze streek. Daarnaast zijn er ook sociale factoren die op dit proces een gunstige invloed kunnen hebben gehad. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de ruime aanwezigheid in ditzelfde gebied van vroege bakstenen gebouwen in het bezit van de elite, zoals kastelen en ridderhofsteden. Ook van de nabijheid van de bisschopsstad Utrecht en de goede verbindingen met de Hollandse marktsteden kan een stimulerende werking zijn uitgegaan. Een feit is, dat de verstening hier al vóór de tweede helft van de 16de eeuw voor een belangrijk deel zijn beslag moet hebben gehad, al zal voor achterhuizen en bijgebouwen nog lang gebruik zijn gemaakt van natuurlijke materialen. Het ging daarbij om een geleidelijk proces, waarbij aanvankelijk slechts een minderheid van de plattelandsgebouwen - en die dan vaak ook nog slechts gedeeltelijk - uit baksteen zal zijn opgetrokken. &lt;br /&gt;
	Uit bouwsporen blijkt dat het bij deze vroegste stenen bouwdelen in de meeste gevallen moet zijn gegaan om het verdiepte keldergedeelte, eventueel met opkamer. De rest van de boerderij, en dus ook nog een deel van het voorhuis, kan daarnaast nog geruime tijd hebben bestaan uit hout en beleemd [[vitswerk|vlechtwerk]]. Aan deze fase, waarin het grootste deel van het bouwbestand op het platteland nog uit organische materialen was opgetrokken, herinnert de wat mythische benaming 'stenen kamer', die in enkele gevallen als boerderijnaam is overgeleverd. Bij andere, sedert lang volledig uit steen opgetrokken, boerderijen is door bouwhistorisch onderzoek soms een oudere kern aantoonbaar, daterend uit een fase waarin de rest van de boerderij nog van hout was.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===Het Kromme Rijngebied===&lt;br /&gt;
In het Kromme Rijngebied, als meest oostelijke deel van het Utrechtse rivierengebied, is tot ver in de 19de eeuw het gemengde bedrijf met de nadruk op de akkerbouw overwegend gebleven, een bedrijfsvorm waar- voor het traditionele halletype bij uitstek geschikt is. De boerderijen hebben daardoor in het bedrijfsgedeelte de zuivere hallehuisindeling volkomen intact bewaard. Men vindt hier zowel de driebeukige opzet als de constructie met [[gebint|ankerbalkgebinten]], het principe van oogstberging op de zolder boven de middenbeuk en de brede open deel met stallen aan weerszijden en deeldeuren in het midden van de achtergevel. Sinds het einde van de 19de eeuw heeft hier echter een verschuiving plaatsgevonden van akkerbouw naar fruitteelt in combinatie met veeteelt. Dit heeft bij de oudere boerderijen geleid tot een geleidelijke toename in het aantal bijgebouwen en tot het inbouwen in het hoofdgebouw van fruitopslagplaatsen en zuivelruimten. De hoofdopzet van de gebouwen is bij dit alles echter onaangetast gebleven en men vindt hier ook bij de latere voorbeelden nog steeds het traditionele middenlangsdeeltype.	&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Voorhuis===&lt;br /&gt;
Een belangrijk onderdeel van het voorhuis van de boerderijen in dit gebied vormen de soms grote uitgebouwde kelders met opkamer. De oudste kelders zijn meestal met steen overwelfd en hebben de vorm van een [[tongewelf|ton-]] of [[kruisgewelf]]. Recentere voorbeelden werden wel voorzien van smalle [[troggewelf|troggewelfjes]] tussen houten of later ook gietijzeren balken. Daarnaast komt ook een vlakke houten zoldering voor. De kelders werden in deze streek, waar vanaf de tweede helft van de 19de eeuw veel kaas werd gemaakt, dikwijls als kaaskamer (voor rijping en opslag) gebruikt. In de 19de eeuw werden hier tevens veel vaste gemetselde [[pekelbak|pekelbakken]] aangebracht. Ook de opkamers dienden soms als kaaskamer, maar hadden in dit gebied vaker een woon- of slaapfunctie. Het eigenlijke kaas maken gebeurde ofwel in een vrijstaand [[zomerhuis]] ofwel in het achterhuis van de boerderij, aansluitend aan het woongedeelte. Hier was naast de gebruikelijke spoelruimte meestal een afzonderlijk vertrek ingericht voor de kaasmakerij, het zogenaamde wringhuis. Toen vanaf de jaren veertig van deze eeuw het kaasmaken algemeen werd overgenomen door de zuivelfabriek, werden de spoelruimten en wringkamers verbouwd tot keuken cq. dagelijkse woonruimte. &lt;br /&gt;
	De zolder boven het voorhuis had tot ver in de 19de eeuw primair de functie van zaadzolder voor opslag van het gedorste graan. Later werden de woonhuiszolders algemeen gebruikt als berging en slaapruimte, en ten behoeve van deze laatste functie meestal opgedeeld in kleinere vertrekken. Overigens dateren de meeste boerderijen in het Kromme Rijngebied van na 1672; in dat jaar werd een groot deel van deze streek verwoest door de optrekkende Franse legers. Uit de daaraan voorafgaande periode zijn thans, opeen enkele uitzondering na, nog slechts kelders en muurresten bewaard gebleven. Veel boerderijen werden na het Rampjaar weer op de oude fundamenten opgetrokken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bijgebouwen===&lt;br /&gt;
Aan bijgebouwen vindt men in dit gebied in de eerste plaats allerlei schuren, zoals wagenhuizen, jongvee- en varkensstallen en ruimten voor de berging van landbouwgereedschappen en hooi. Daarnaast kwamen ook [[hooiberg|kapbergen]] voor, die (zoals overal in het rivierengebied) vaak voorzien waren van een verhoogde [[tasvloer]], al dan niet ondersteund door een centraal oplegpunt in de vorm van een houten of stenen [[poer|por]]. De ruimte onder de tasvloer werd afgetimmerd om dienst te kunnen doen als extra stal- of opslagruimte. In veel gevallen werd deze ruimte tevens aan één of meer zijden uitgebouwd; de resulterende combinatie van schuur en kapberg wordt schuurberg genoemd. Verder vindt men hier naast de boerderij vaak een vrijstaand zomerhuis of [[bakhuis]], waarin de kaasbereiding plaatsvond en waar men een groot deel van het jaar woonde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Bijgebouwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_Zandgebied&amp;diff=7894</id>
		<title>Utrechts Zandgebied</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_Zandgebied&amp;diff=7894"/>
		<updated>2016-02-08T14:58:35Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Driebergen Sterkenburgerlaan HetGroteStuk (17)Bakhuis en schuur.JPG|thumb|right|Boerderij Het Grote Stuk te Driebergen met bakhuis en schuur, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Driebergen De Eng (3).JPG|thumb|right|Boerderij De Engh te Driebergen met schaapskooi: grote T-huisboerderij met erker en andere stijlkenmerken uit de burgerlijke bouwkunst, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Schaapskooi De Engh.JPG|thumb|right|Schaapskooi bij boerderij De Engh te Driebergen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM004312.JPG|thumb|right|Tabaksschuur (links) en zomerhuis (rechts) bij boerderij Rodestein te Amerongen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Tabak.JPG|thumb|right|Tabak hangt te drogen op hanken in de tabaksschuur bij boerderij Rodestein te Amerongen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het zandgebied behoorde in het verleden niet tot het welvarendste deel van de provincie en de boerderijvormen zijn er over het algemeen betrekkelijk klein, eenvoudig van vorm en dicht bij het uitgangstype gebleven. Men vindt hier overwegend de enkelvoudige, rechthoekige hoofdvorm met lage zijgevels en al dan niet [[wolfdak|afgewolfd zadeldak]]. Zowel in het woongedeelte als in de bedrijfsruimte is de oorspronkelijke driebeukige opzet met de onderverdeling in gebintvakken meestal nog goed herkenbaar. Ook de verstening heeft hier over het algemeen later plaatsgevonden dan in het westelijke deel van de provincie of langs de grote rivieren. Met name voor het bedrijfsgedeelte van de boerderij en voor de bijgebouwen werd nog tot het einde van de 19de eeuw veel gebruik gemaakt van hout. Ook het voorhuis heeft hier lang zijn traditionele opzet met gebintconstructie behouden en in een enkel geval zijn nog sporen van een houtskelet te vinden in de voorgevel. &lt;br /&gt;
	Woon- en bedrijfsgedeelte zijn van elkaar gescheiden door middel van een [[brandmuur|dwarsmuur]], waartegen zich ook de stookplaats bevindt. Het voorhuis behield over het algemeen de enkelvoudige [[Utrechts hallenhuis|hallehuisvorm]] met lage zijgevels, al werden deze in de loop der tijd vaak iets verhoogd ten opzichte van die van het bedrijfsgedeelte. In de zijbeuken vindt men de gebruikelijke kleinere vertrekjes die als berging of slaapplaats dienst deden; de middenruimte bevat de woonkamer. In een van de zijbeuken bevindt zich een ruimte voor huishoudelijke werkzaamheden, de boengoot of spoelruimte. Dit vertrek is meestal gesitueerd op de overgang tussen voor- en achterhuis en heeft daardoor tevens de functie van portaal of verbindingsruimte tussen woon- en bedrijfsgedeelte. In de loop der tijd groeide deze spoelruimte uit tot keuken en dagelijkse woonruimte. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Voorkamer===&lt;br /&gt;
De voorkamer, waar zich tevoren het grootste deel van het dagelijks leven afspeelde, kreeg door de komst van de woonkeuken de functie van pronk- of zitkamer. In veel gevallen ontbreekt een voordeur en vormt een deur in de zijgevel, uitkomend op de keuken, de voornaamste toegang. Daar waar wel een afzonderlijke toegang in de kopgevel aanwezig was, gaf deze vaak nog lang rechtstreeks toegang tot de woonkamer, zonder dat zich hierachter een gang ontwikkelde. Mogelijk had dit te maken met het feit dat men het huis in de praktijk vrijwel altijd via de deur in de zijgevel betrad en de eigenlijke voordeur dus weinig werd gebruikt. De eerder besproken tendens om een toenemend aantal ruimten af te scheiden tussen voor- en achterhuis deed zich ook in dit gebied voor, zij het dat een volledige woon-werk-travee hier minder algemeen voorkomt dan in het westen van de provincie. Hoewel de meeste boerderijen op de zandgronden de enkelvoudige hallehuisvorm behielden, werden vooral in de loop van de 19de eeuw ook verscheidene (meestal grotere) boerderijen gebouwd met dwars voorhuis. Het betreft hier echter geen zelfstandige ontwikkeling, maar een navolging van de T-huisboerderijen uit het rivierengebied, waar dit type in de loop der tijd een zekere statuswaarde had verkregen. Het krukhuis komt slechts bij hoge uitzondering voor. &lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===Bedrijfsvorm===&lt;br /&gt;
Op de zandgronden overheerste vanouds het gemengde bedrijf met de nadruk op [[akkerbouw]], waarbij in Utrecht vooral de [[boekweitteelt]] van belang was. Het bedrijfsgedeelte behield hier tot in deze eeuw de zuivere [[Utrechts hallenhuis|hallehuisindeling met ankerbalkgebinten]], oogstberging op zolder, open middenlangsdeel en stallen in de zijbeuken. Afgezien van een zekere geleidelijke vergroting van het hoofdgebouw en een toename van het aantal bijgebouwen, lijkt de hoofdopzet van de boerderijen tot rondde eeuwwisseling nauwelijks te zijn aangetast door de ontwikkelingen in het landbouwbedrijf. De deel bevindt zich in langsrichting in de midden-beuk en is toegankelijk door de brede inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De koestallen bezaten hier ook in het begin van deze eeuw al algemeen een indeling met [[grup]] en mestgang, vaak in combinatie met mestluiken of -deuren in de zijgevel. In een voorgaand stadium ontbrak de afzonderlijke kruigang en bevond zich achter de koestand alleen een ondiepe mestgoot tot aan de zijgevel. Mogelijk waren de boerderijen hier, zoals ook overal elders op de zandgronden, in een eerder stadium voorzien van verdiepte potstallen. In Utrecht moet deze stalvorm dan echter om bedrijfstechnische redenen al vóór 1800 zijn verdwenen; ook in de vroegste gedocumenteerde voorbeelden werden hiervan (afgezien van de schaapskooien en vrijstaande jongveestallen) geen sporen meer aangetroffen. Als bijgebouwen vindt men vooral kleinere bijschuren, [[hooiberg|kapbergen]] (zowel voor hooi als voor graanberging), varkens- en jongveestallen en [[bakhuis|bakhuisjes]]. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Schaapskooien en tabaksschuren===&lt;br /&gt;
Twee bijzondere soorten gebouwen, die nauw verbonden zijn met de agrarische geschiedenis van het Utrechtse zandgebied, verdienen een aparte vermelding: het zijn de [[schaapskooi|schaapskooien]] en de [[tabaksschuur|tabaksschuren]]. De schapenteelt heeft in dit gebied vanouds onderdeel uitgemaakt van het bedrijf. Enerzijds werden deze dieren gehouden voor hun mest, anderzijds kon de wol worden verkocht ten behoeve van de textielindustrie. De schaapskooien hebben een duidelijk herkenbare vorm, met afgeschuinde hoeken en een laag aflopend rieten schilddak, dat boven de toegangsdeuren in de kopgevel is opgelicht. In tegenstelling tot de schaapskooien op de Veluwe en in Drenthe zijn de Utrechtse voorbeelden meestal voorzien van een inwendige gebintconstructie met ankerbalkgebinten, waardoor uitwendige schoren ontbreken. De oudste voorbeelden hebben geheel houten wanden, vaak op een lage voetmuur van baksteen; recentere schaapskooien zijn ook wel voorzien van volledig stenen muren. &lt;br /&gt;
	De tabaksschuren herinneren aan een bijzondere episode in de agrarische geschiedenis van het Utrechtse zandgebied. De [[tabaksteelt]], die opkwam in de eerste helft van de 17de eeuw, heeft in het oostelijke gedeelte van de provincie, in het gebied rond Amersfoort en ook zuidelijker, rond Amerongen, Leusden en Rhenen, tot ver in de 18de eeuw een belangrijke plaats ingenomen in de economie van het landbouwbedrijf. De tabak, die in kleine beschutte tabakstuinen werd geteeld, werd blad voor blad geoogst en zorgvuldig gedroogd in speciale, goed geventileerde schuren. Deze tabaksschuren hebben een opvallend uiterlijk door hun grote, langgerekte bouwmassa met van pannen voorzien zadeldak en geteerde houten wanden. De draagconstructie bestaat uit een serie ankerbalkgebinten; de gevels zijn boven een lage bakstenen voetmuur meestal van hout, met horizontale of verticale beplanking, waarin zich smalle ventilatiekleppen bevinden. Van binnen waren de tabaksschuren voorzien vaneen ingewikkeld stelsel van droogrekken, de hanken, waarop de tabak aan dunne houten spijlen geregen werd opgehangen. Naast de éénbeukige vorm  vond men in Utrecht vooral ook het driebeukige type met lage zijgevels.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Bijgebouwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Boerderijen_Utrecht&amp;diff=7893</id>
		<title>Boerderijen Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Boerderijen_Utrecht&amp;diff=7893"/>
		<updated>2016-02-08T14:58:10Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:HoevedeBeek Woudenberg.JPG|thumb|right|Hoeve De Beek te Woudenberg in het Utrechtse zandgebied met schuur, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij Nieuwegein.jpg|thumb|right|Boerderij te Nieuwegein in het Utrechts rivierengebied met uitbreidingen in zijwaartse richting en een losstaand bakhuis, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Kockengen (1)Wagendijk met zomerhuis.JPG|thumb|right|Boerderij te Kockengen in het Utrechts weidegebied met een zomerhuis en een hooiberg direct achter de boerderij, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Variaties op één thema.'''&lt;br /&gt;
De boerderijen in de provincie Utrecht vormen geen echt afzonderlijke groep, maar sluiten in vorm, constructie en indeling nauw aan bij die uit de omringende gebieden. Daarbinnen bestaan echter wel de nodige regionale varianten. Door haar situering op het ontmoetingspunt van [[zandgrond|zand-]], [[veengrond|veen-]] en [[rivierkleigronden|rivierkleigrond]] valt de provincie bodemkundig uiteen in drie delen. De bedrijfsvormen en daarmee ook de boerderijtypen binnen deze regio's komen sterk overeen met die in de aansluitende Gelderse en Zuidhollandse landbouwgebieden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Zandgebied===&lt;br /&gt;
Zo vertoont de [[Utrechts Zandgebied|bebouwing op de zandgronden in het midden en oosten van de provincie]] grote overeenkomst met die op de Veluwe. De boerderijen in dit gebied kenmerken zich door een eenvoudige hoofdvorm met al dan niet [[wolfdak|afgewolfd zadeldak]] en lage zijgevels; in het midden van de achtergevel bevinden zich brede deeldeuren. Bijzondere bedrijfsonderdelen zoals de [[tabaksschuur|tabaksteelt]] en de [[schaapskooi|schapenhouderij]] hebben in dit gebied hun sporen nagelaten in de vorm van speciale bijgebouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Rivierengebied===&lt;br /&gt;
Het zuidelijke deel van de provincie, met het Kromme Rijngebied, maakt onderdeel uit van het [[Utrechts rivierengebied|rivierengebied]]. Het exterieur van het bedrijfsgedeelte in deze streek komt in grote lijnen overeen met dat op de zandgronden. Naast de enkelvoudige huisvorm met zadeldak en lage zijgevels vindt men hier echter ook veel boerderijen waarvan het woonhuis aan één of aan beide zijden in dwarsrichting is uitgebouwd: de [[t-huisboerderij|krukhuis- of T-huisboerderij]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Weidegebied===&lt;br /&gt;
In het [[Utrechts weidegebied|westelijke veengebied]] en in de Lopikerwaard heeft zich een boerderijvorm ontwikkeld met lage, langgerekte bouwmassa en afgewolfd zadeldak. Het voorhuis heeft meestal betrekkelijk lage zijgevels, maar is soms aan één zijde voorzien van een hoge aanbouw met [[melkkamer|melkkelder]] en [[opkamer]]. De brede deeldeuren ontbreken hier en in het midden van de achtergevel bevindt zich alleen een smalle doorgang. Direct daarachter staan een of meer hooibergen en naast de boerderijen vindt men [[zomerhuis|zomerhuizen]] en [[boenhuis|spoelhokken]]. In het laaggelegen gebied van de Lopikerwaard is het hoofdgebouw bovendien dikwijls voorzien van allerlei soorten vloedvoorzieningen. In het noordwesten, langs het Gein en in het gebied onder de rook van Amsterdam, bevinden zich veel boerderijen met een opvallend groot en statig voorhuis, dat in het verleden 's zomers dienst deed als buitenhuis voor de landeigenaar. In het uiterste noordoosten tenslotte, in het Eemland, heeft zich een eigen variant voor het weidebedrijf ontwikkeld, die in verschillende opzichten sterk doet denken aan de boerderijvormen uit het westelijke veengebied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Het halletype===&lt;br /&gt;
Ondanks al dergelijke regionale verschillen die zich uiteraard niet beperken tot het exterieur, maar zich ook uitstrekken tot indeling, gebruik en constructie van de gebouwen, behoren de oudere boerderijen in de provincie Utrecht in opzet alle tot dezelfde uitgangsvorm: [[Utrechts hallenhuis|het halletype]]. Deze huisgroep omvat het grootste deel van de Nederlandse boerderijvormen en strekt zich in allerlei variaties uit over het gehele midden van ons land, van de oostgrens tot aan de westelijke kuststreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=De_ontwikkeling_van_het_voorhuis_in_Utrecht&amp;diff=7892</id>
		<title>De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=De_ontwikkeling_van_het_voorhuis_in_Utrecht&amp;diff=7892"/>
		<updated>2016-02-08T14:57:28Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Langhuiskrukhuisdwarshuis.PNG|thumb|right|Verschillende boerderijvormen, Bron: Linten in de leegte. Handboek groene bebouwingslinten in de Utrechtse Waarden, Montfoord2008.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Krukhuis-thuis.PNG|thumb|right|Boerderijvormen: de daknok en niet de plattegrond bepaalt of een boerderij een T-huis is, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Pronkkamer.JPG|thumb|right|Pronkkamer in boerderij Het Gagelgat te Soest]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ontwikkeling voorhuis.PNG|thumb|right|Ontwikkelingsfasen bij het ontstaan van een krukhuisboerderij, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM000934.JPG|thumb|right|Twee ontwikkelingsfasen zichtbaar bij een boerderij te Breukelen: vooraan uitgebreid met volledige kamer en in het midden met een zoldertje, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:De Haan.JPG|thumb|right|Uitbreiding in achterwaartse richting bij boerderij De Haan te Benschop, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Eemnes (7)Wakkerendijk.JPG|thumb|right|Symmetrie, strekken met aanzet- en sluitstenen boven de vensters en bovenlichten met glas-in-lood in de gevel bij een boerderij te Eemnes, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:12Rietveld90 Woerden.JPG|thumb|right|Symmetrie, siermetselwerk in gekleurde baksteen en bogen boven de vensters met aanzet- en sluitstenen bij boerderij 8 is meer dan 1000 te Woerden, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een variant op het halletype die vooral in het rivierengebied, maar ook (zij het in sterk verschillende mate) in een groot deel van de rest van de provincie voorkomt, is de boerderij met dwars voorhuis. Hierbij werden de oorspronkelijk smalle en lage zijbeuken van het woongedeelte aan één of beide zijden opgehoogd en eventueel uitgebouwd. Doordat dit bouwdeel werd voorzien van een afzonderlijke kapconstructie haaks op die van het bedrijfsgedeelte, verkreeg de nok van de boerderij als geheel een L- of T-vorm. De resulterende huisvormen staan respectievelijk bekend als krukhuis en T-huis. Voor deze T-huis-ontwikkeling zijn diverse oorzaken aan te wijzen, zowel op bedrijfskundig en woontechnisch als sociaal vlak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bedrijfskundige oorzaken===&lt;br /&gt;
In praktische zin leidde een uitbreiding aan de kant van de oorspronkelijk kleine kelder tot het verkrijgen van een ruimere melkkelder, wat van belang was bij een groeiende zuivelproductie. Niet alleen konden melk en zuivelproducten in een dergelijke ruimte koel worden bewaard, maar ook vond een deel van het bereidingsproces hier plaats. In de kelder kon men de melk laten opromen voor de boterbereiding, of (wat in Utrecht meer voorkwam) men plaatste hier de pekelbakken voor de [[kaasproductie|kaasmakerij]].Waar de zuivelbereiding een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormde, kon dan ook sprake zijn van een forse zijwaartse uitbouw. Mogelijk stonden bij deze ontwikkeling de grote opkamer-/kelderaanbouwen van het aangrenzende [[Zuidhollandse weidegebied]] model, die daar al in het midden van de 16de eeuw algemeen voorkwamen. Ook op Utrechtse landmeterskaarten uit het einde van die eeuw zijn reeds verscheidene afbeeldingen te vinden van boerderijen met een dergelijke haakse aanbouw. Daar waar de zuivelproductie een minder belangrijke rol speelde, of waar men zich vanouds toelegde op de productie van zoetemelksekaas (waarvoor geen grote [[oproomruimte]] nodig was) volstond een kleinere kelder. De L- of T-vorm strekt zich daarom niet altijd uit tot het grondplan van de gebouwen; deze behielden in Utrecht in veel gevallen hun eenvoudige rechthoekige vorm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Woontechnische oorzaken===&lt;br /&gt;
Op de begane grond betekende het T-huis-principe uiteraard een belangrijke uitbreiding van de woonruimte. De opkamer boven de kelder werd gebruikt als [[kaaskamer]] of als extra slaap- of woonvertrek. De uitbouw aan de andere zijde had meestal een woon- of statusfunctie en werd vaak ingericht als [[pronkkamer]]. &lt;br /&gt;
	Een ander, en minstens zo belangrijk, gevolg van de T-huisontwikkeling was echter dat hierdoor tevens de oppervlakte en dus ook de opslagcapaciteit van de voorhuiszolder sterk werd vergroot. Deze zolder diende bij het oude gemengde bedrijf als bergruimte voor akkerbouwproducten en in het bijzonder voor het gedorste graan. Het met de hand [[dorsen]] van de graanoogst was een tijdrovende bezigheid, die als winterwerk over een langere periode werd uitgespreid. De per keer verkregen hoeveelheden waren te klein om afzonderlijk te markten. Daar kwam nog bij, dat in het verleden in grote delen van het platteland de verbindingen 's winters zeer slecht waren. Het gedorste graan werd daarom gedurende herfst en winter beetje bij beetje op de voorhuiszolder opgeslagen tot een voldoende hoeveelheid was verzameld, die dan ineens naar de markt werd gebracht om te worden verkocht. De uitbreiding die werd verkregen door de ophoging en eventueel verbreding van de zijbeuken vormde een belangrijke vergroting van deze graanzolder. &lt;br /&gt;
	In de loop van de 19de eeuw, toen de verbeterde infrastructuur en de introductie van gemechaniseerde werktuigen voor het dorsen langdurige graanopslag overbodig maakten, kregen de voorhuiszolders een meer algemene opslagfunctie of werden als slaapruimte in gebruik genomen. Dit laatste maakte een betere verlichting van de zolder noodzakelijk. Door middel van een hogere borstwering werd ruimte verkregen voor het aanbrengen van grotere vensters; ook werden hiertoe wel dakkapellen aangebracht. Bij de meest welvarende voorbeelden groeide de zolderruimte soms uit tot een volwaardige verdieping.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Sociale oorzaken===&lt;br /&gt;
Behalve functionele overwegingen hebben bij de T-huisontwikkeling ook statusaspecten en veranderende wooneisen een rol gespeeld. Welvaart en stedelijke invloeden leidden in navolging van ontwikkelingen in de burgerlijke leefwijze in de loop der tijd ook op het platteland tot nieuwe inzichten ten aanzien van wonen en werken. Dit kwam vooral tot uiting in een toenemende differentiatie van de verschillende functies die eertijds alle in dezelfde ruimte plaatsvonden. Wonen, eten, slapen en huishoudelijk werk werden in toenemende mate in afzonderlijke, speciaal daarvoor bestemde vertrekken ondergebracht. Naast de dagelijkse woonruimte deed in brede kring de pronkkamer zijn intrede, die vooral een representatieve functie bezat. Voor het onderbrengen van al deze ruimten bood het T-huis een goede oplossing. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Ontwikkelingsfasen===&lt;br /&gt;
De eerste stap in de T-huisontwikkeling bestond vaak uit niet meer dan een bescheiden ophoging van de zijgevel aan de zijde van de melkkelder. Hierdoor werd onder het schuine dak boven de kelder ruimte verkregen voor een afzonderlijk kamertje, dat bijvoorbeeld als slaapvertrek kon dienen. Verdere ophoging van de zijgevel tot aan het niveau van de voorgevel maakte van dit zolderkamertje een volledige opkamer. Dit gedeelte werd dan voorzien van een dwarskapje dat meestal in verband werd gebracht met de constructie van de hoofdkap en aldus leidde tot het ontstaan van de krukhuisvorm. Later kon ook de andere lage zijde op vergelijkbare wijze worden opgehoogd, waarmee het T-huis een feit was geworden. In veel gevallen moet het hier inderdaad om een geleidelijke ontwikkeling zijn gegaan, die zich over verschillende bouwfasen heeft uitgestrekt. Het metselwerk van de voorgevel van een dergelijke boerderij draagt dan soms nog de sporen van oudere situaties, zoals bijvoorbeeld vlechtingen in het metselwerk, die de oude aflopende daklijn aangeven. Het spreekt echter vanzelf dat niet ieder T-huis al deze fasen heeft doorlopen; vele werden direct al zogebouwd, vooral toen de boerderijvorm met dwars voorhuis meer en meer als statussymbool ging fungeren. &lt;br /&gt;
	De eerste boerderijen die de T-huisvorm aannamen, behoorden alle tot de grotere bedrijven. Deze hadden immers als eerste behoefte aan de bedrijfsmatige uitbreiding van graanzolder en melkkelder, en de middelen om de benodigde vergroting van het voorhuis te realiseren. Ook de overname van nieuwe, stedelijke woonnormen en de behoefte om uitdrukking te geven aan welvaart en status trad uiteraard in deze kringen het eerst naar voren. Het T-huistype werd daarom al snel geassocieerd met welvaart en een hoge sociale status. Daar kwam nog bij dat de brede voorgevel van het T-huis die het bedrijfsgedeelte grotendeels aan het zicht onttrok ook visueel een voorname en rijke uitstraling bezat. Deze statusaspecten in combinatie met de praktische voordelen die het nieuwe huistype bezat, leidden uiteraard tot navolging, eerst onder de middelgrote en later ook onder de kleinere bedrijven. In de loop van de19de eeuw verschenen er tenslotte zelfs grote aantallen [[keuterij|keuterijtjes]] en arbeiderswoningen in deze vorm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Vroege afbeeldingen van Utrechtse T-huizen zijn te vinden op land-meterskaarten uit het Utrechtse Rijksarchief, zoals bijvoorbeeld een kaart van de Meent te Darthuizen uit 1592, van de hofstede Blankenpoel op het Katwijkerveld onder Werkhoven uit 1601, van het dorp Maarssen met enkele buitenplaatsen langs de Vecht uit 1629, of van het goed Wickenburgh in 't Goij onder Houten uit 1641. De meeste nu nog bewaard gebleven voorbeelden dateren echter uit de 18de eeuw en later. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Uitbreiding in achterwaartse richting===&lt;br /&gt;
Naast de ontwikkeling van het voorhuis in de breedte, vond door het gehele hallehuisgebied heen in de loop der tijd ook een uitbreiding van werk- en woonruimten in achterwaartse richting plaats. Huishoudelijke werkzaamheden en activiteiten die in verband stonden met de zuivelproductie werden vooral in het westelijke deel van het hallehuisgebied meestal verricht in het achterhuis, in het eerste gebintvak achter de brandmuur. Ook het dagelijks wonen vond 's zomers voor een belangrijk deel hier plaats. Aanvankelijk gebeurde dit alles nog in open verbinding met de rest van de bedrijfsruimte, maar in de loop der tijd werd achter de brandmuur een toenemend aantal afzonderlijke vertrekjes afgescheiden, zoals een [[spoelruimte]], een [[zomerhuis|zomerwoning]], een [[wringhok]] voor de kaasmakerij of een [[karnmolen|karnplaats]]. In een later stadium ontwikkelde zich achter de brandmuur zelfs een volledig van de stalruimte afgescheiden travee met woon- en werkruimten.&lt;br /&gt;
	Om in dit middengedeelte van het huis meer licht te verkrijgen, werd de lage zijgevel ter plaatse van het voorste gebintvak enigszins opgehoogd of voorzien van een afzonderlijk geveltje. In het geval van een kruk- of T-huisboerderij werd de dwarse kap van het voorhuis ook wel over de keuken naar achteren doorgetrokken. Bij zeer grote, welvarende boerderijen werd het keukentravee tenslotte weer volledig bij het woongedeelte getrokken,waardoor een huisvorm met diep voorhuis ontstond.Vaak herhaalde hetzelfde achterwaarts gerichte proces zich dan in een later stadium, waardoor zich achter het dubbele voorhuis geleidelijk opnieuw een serie afgescheiden woon-werkruimten begon te ontwikkelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Symmetrie in de gevel===&lt;br /&gt;
Een andere tendens die eveneens door het gehele [[Utrechts hallenhuis|hallehuisgebied]] heen kan worden waargenomen, zette in de tweede helft van de 19de eeuw in. Vanaf deze periode, waarin onder meer door de verbeterde infrastructuur sprake was van een sterke uitbreiding van de contacten tussen stad en platteland, raakte de boerderijbouw in toenemende mate beïnvloed door de burgerlijke bouwkunst. Men streefde daarbij onder meer naar een symmetrische architectuur van de voorgevel, iets waarvan in de oudere gebouwen vrijwel nooit sprake was. De muuropeningen in de voorgevel van oudere boerderijen vertonen meestal een onregelmatige plaatsing, mede door het feit dat zich slechts aan één zijde een kelder met opkamer bevindt. Hoewel de asymmetrie in de indeling feitelijk nog lang gehandhaafd bleef, kenmerken veel boerderijen uit het einde van de vorige en het begin van deze eeuw zich desondanks door een symmetrische gevelopbouw. &lt;br /&gt;
	Dit bereikte men meestal door de vloeren van opkamer en overige woonvertrekken zoveel mogelijk op één niveau te plaatsen, waardoor ook de voornaamste vensters op dezelfde hoogte konden worden aangebracht. Alleen een keldervenster onder één van de ramen verraadt dan meestal nog dat de symmetrie van de gevel zich niet uitstrekt tot het interieur. Elders werd het keldervenster aan het oog onttrokken doordat het in de zijgevel werd aangebracht. Een wat ongebruikelijker oplossing, die men vooral in de omgeving van Kamerik aantreft, was om kelder- en opkamervenster in één raamkozijn te verenigen, waardoor de vloer van de opkamer direct achter dit gecombineerde venster langs loopt. Een kenmerkende gevelindeling uit de tweede helft van de 19de eeuw is die met twee hoge zesruits-schuifvensters in het midden, met aan weerszijden een smaller drieruits-venster en een klein zolderraam erboven. In een volgende fase ging men over tot een indeling met drie of vier even grote vensters op de begane grond, met daarboven twee kleinere ramen. Indien sprake was van een voordeur in de kopgevel, dan werd deze bij voorkeur in het midden aangebracht. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Stijlkenmerken uit de burgerlijke bouwkunst===&lt;br /&gt;
Naast het principe van de symmetrische gevelopbouw werden vanaf de tweede helft van de vorige eeuw ook steeds meer andere stijlkenmerken uit de burgerlijke bouwkunst overgenomen. Veel boerderijen uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw werden voorzien van decoratieve [[windveren]], samengestelde zoldervensters, glas-in-loodramen, erkers, aanzet- en sluitstenen, of siermetselwerk van verglaasde of gekleurde baksteen. Deze recentere boerderijen zijn ook uitgerust met beduidend hogere zijgevels dan de oudere gebouwen, waardoor de dakvoet niet meer onderbroken of opgelicht behoeft te worden voor de plaatsing van ramen en deuren. In het bedrijfsgedeelte van dergelijke boerderijen treft men meestal ook geen [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]] meer aan; deze zijn vervangen door een constructie met in de zijgevels opgelegde en door standvinken ondersteunde balken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naast deze meer algemene ontwikkelingen, die vooral het voorhuis van de boerderij betreffen, vindt men binnen de provincie Utrecht, zoals al eerder aan de orde werd gesteld, ook de nodige regionale variaties op het [[Utrechts hallenhuis|halletype]]. De specifieke geografische, landbouwkundige en economische situatie binnen de verschillende regio's heeft hier in de loop der eeuwen geleid tot het ontstaan van een aantal streekgebonden boerderijvormen, die in hoofdopzet, indeling en constructie van vooral het bedrijfsgedeelte in meer of mindere mate afwijken van de uitgangsvorm. De historische [[Boerderijen Utrecht|utrechtse boerderijontwikkeling]] is verder regionaal bepaald met een grove indeling in het [[Utrechts Zandgebied]], het [[Utrechts rivierengebied]] en het [[Utrechts weidegebied]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7891</id>
		<title>Utrechts hallenhuis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7891"/>
		<updated>2016-02-08T14:55:56Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Indeling hallenhuis.png|thumb|right|Indeling hallenhuis. Bron: C. van Groningen, Boereninterieurs, In: Interieurs belicht, Zwolle 2001, p.122.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij De Ark Amerongen.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij De Ark te Amerongen. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gebint Boerderij Vroegh te Bunnik.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij Vroegh te Bunnik. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ankerbalkgebint.png|thumb|right|Ankerbalkgebint. Bron: S.J. van der Molen, Kijk op boerderijen, Amsterdam/Brussel 1979, p.37.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sporenkap en dekbalkjukconstructie.png|thumb|right|Boven: sporenkap, onder: kap met dekbalkjukconstructie. Bron:T. van der Heyden (red), Nederland dichterbij. Boerderijentypes Nederland, Den Haag 1996, p.11.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:3dkap.jpeg|thumb|right|Hallenhuis met ankerbalkgebint. Bron: R. van Acqouy, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, jaarboek 1983.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[hallenhuis|halletype]] komt in Utrecht veelvuldig voor. Aan de hand van een omschrijving door de Stichting Historisch Boerderij-onderzoek van de constructie, de kap, de indeling en de verspreiding wordt de verschijningsvorm van dit type boerderij in Utrecht hieronder uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie=== &lt;br /&gt;
Het halletype bestaat in zijn eenvoudigste opzet uit een compacte, [[beuk|driebeukige]] bouwmassa, waarbij woon- en bedrijfsruimten zich onder hetzelfde dak bevinden. Voor- en achterhuis zijn van elkaar gescheiden door een muur in dwarsrichting. De draagconstructie wordt gevormd door een houtskelet, bestaande uit een aantal op vaste onderlinge afstand geplaatste [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]]. Bij deze constructie bevindt de gebintbalk zich op een wat lager niveau tussen de beide [[stijl| stijlen]] en is daarmee verbonden door een aan de buitenzijde met [[wig|wiggen]] verankerde, doorgaande pen-en-gatverbinding [[pen-en-gatverbinding]]. De afzonderlijke gebinten, die hun stabiliteit in dwarsrichting ontlenen aan de diagonale [[schoor|schoren]], tussenstijlen en balk, staan op stenen [[poer|poeren]] en worden aan de bovenzijde in lengterichting gekoppeld door de [[gebintplaat|gebintplaten]], die de daksporen dragen. Aan weerszijden van de gebinten loopt het dak laag af, de zijmuren hebben bij het halletype over het algemeen een geringe hoogte. Tussen de beide rijen gebintstijlen bevindt zich de hoge [[middenbeuk]], met daarbuiten aan weerszijden de lagere zijbeuken. De gebinten staan op vaste onderlinge afstanden; de ruimte tussen twee gebinten heet een vak en de omvang van boerderijen wordt traditioneel uitgedrukt in het aantal gebintvakken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kapconstructie===&lt;br /&gt;
De kapconstructie bestaat in de oostelijke provincies meestal uit een eenvoudige [[sporenkap]]. In het midden en westen van het land (waaronder de provincie Utrecht) treft men overwegend een  aan, waarbij de sporen halverwege worden ondersteund door platen of gordingen. Hier komt bij de oudere boerderij en vooral de constructie met [[dekbalkgebint|dekbalkjuk]] algemeen voor. Het gewicht van het dak wordt vrijwel geheel gedragen door de gebinten; de wanden hebben hoofdzakelijk een afsluitende functie. De [[gebintconstructie|gebinten]] verlenen het gebouw behalve zijn draagstructuur tevens een onderverdeling in langs- en dwarsrichting. De driebeukige opzet in dwarsrichting en de onderverdeling in gebintvakken in langsrichting vormen tezamen het basisstramien voor de indeling van de boerderij. Dit principe is bij het halletype door het hele gebouw heen terug te vinden. Het woongedeelte beslaat een ruimte ter grootte van één of twee gebintvakken en de scheidingsmuur met het bedrijfsgedeelte bevindt zich ter plaatse van het eerste of tweede gebint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Indeling===&lt;br /&gt;
In het [[voorhuis]] doet de middenbeuk dienst als de voornaamste woonruimte, terwijl de lagere zijbeuken vooral secundaire werk-, slaap-, of bergruimten bevatten. Hier vindt men een kleine kelder, [[spoelruimte]], voorraadkamer, [[bedstede|bedsteden]] of slaapkamertjes. De stookplaats is meestal gesitueerd tegen de scheidingsmuur tussen voor- en achterhuis, die daarom ook wel [[brandmuur]] wordt genoemd. De voornaamste vensters bevinden zich in de kopgevel en vaak vindt men hier ook de voordeur. Het achterhuis bevat het bedrijfsgedeelte, met werkruimte, [[tasruimte]] voor de oogst en stallen voor de levende have. De brede middenbeuk wordt geheel in beslag genomen door de deel, die in de as van het gebouw ligt en daarom midden-langsdeel of [[langsdeel]] wordt genoemd. Op de lemen vloer van de deel vonden bij het oude gemengde bedrijf alle voorkomende werkzaamhedenplaats: hier werd [[dorsen|gedorst]], gevoerd etc. De beide buitenstijl-ruimten bevatten de stallen, met het vee opgesteld met de koppen naar de deel. De oogst werd bewaard op een [[slietenzolder|slietenzoldering]] boven de deel. Het [[dorsen|ongedorste]] graan of het hooi werd op deze zolder gebracht door een luik in de achtergevel of van binnenuit, via een opening in de zolder. De lage zoldertjes boven de stallen in de zijbeuken dienden als bergruimte voor hooi, stro en gereedschap. Deze voor het halletype zo kenmerkende indeling is ook van buitenaf zichtbaar door de plaats van de grote inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De stal- of mestdeuren bevinden zich aan weerszijden van de deeldeuren of ook wel in de zijgevels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verspreiding===&lt;br /&gt;
Deze eenvoudige, van oorsprong laat middeleeuwse huisvorm heeft in opzet een zeer grote verspreiding gekend. In de loop der tijd heeft het halletype zich echter in de afzonderlijke gebieden op sterk verschillende wijze ontwikkeld, al naar gelang de plaatselijke geografische, landbouwkundige, economische en sociale omstandigheden. Indeling, gebruik,constructie en hoofdopzet ondergingen tijdens dit proces meer of minder ingrijpende wijzigingen, waarbij incidenteel zelfs essentiële kenmerken verloren gingen. Voor- en achterhuis hebben zich bovendien grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, waardoor een groot aantal combinaties mogelijk is. Ook binnen de provincie Utrecht bestaan enkele streekgebonden varianten op het uitgangstype. Een aantal aspecten van de hallehuisontwikkeling komt echter door de hele provincie heen voor. Het betreft hier met name de [[de ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|ontwikkeling van woon- en werkruimten in het voorhuis]], waarvan een aantal variaties in de loop der tijd een zeer brede geografische verspreiding heeft gekregen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Utrecht]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Houtconstructies]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_rivierengebied&amp;diff=7890</id>
		<title>Utrechts rivierengebied</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_rivierengebied&amp;diff=7890"/>
		<updated>2016-01-27T10:52:23Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:OudegeingemeenteNieuwegein (1).jpg|thumb|right|Boerderij te Nieuwegein, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Oudegein5 gemeente Nieuwegein (2) wagenschuur.jpg|thumb|right|Achterzijde van dezelfde boerderij te Nieuwegein met wagenschuur, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM004198.JPG|thumb|right|Boerderij te Rijnouwen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Paardenstal Rijnouwen.jpeg|thumb|right|Interieur van een paardenstal bij boerderij te Rijnouwen, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:CIMG0105.JPG|thumb|right|Boerderij te Odijk, gelegen op een stroomrug, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM001697.JPG|thumb|right|Boerderij Achthoven te Montfoort, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het Utrechtse rivierengebied omvat, in letterlijke zin, het gehele zuidelijke deel van de provincie met het Kromme Rijngebied, de Lopikerwaard en het kleigebied van IJssel en Oude Rijn. Dit gebied valt echter, zowel landbouwkundig als wat de boerderijen betreft, uiteen in twee delen. Enerzijds is er het oostelijke gedeelte met het Kromme Rijngebied, dat nauw aansluit bij het Gelderse rivierkleigebied en waar vanouds het gemengde bedrijf met de nadruk op akkerbouw overheerste. Anderzijds is er het westelijke gedeelte, waar al in een vroeg stadium (voor het einde van de 16de eeuw) een zekere specialisatie optrad in de richting van het veeteeltbedrijf ten behoeve van de zuivelproductie. Dit westelijke gebied vormt zowel wat het bedrijf als wat de boerderij-vormen betreft de overgang naar de Utrechts-Hollandse veenweidestreek en zal daarom (in navolging van de indeling in landbouwkundigeoverzichten) worden behandeld als onderdeel van het [[Utrechts weidegebied|weidegebied]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Algemene kenmerken===&lt;br /&gt;
Twee kenmerken komen echter door het hele rivierengebied heen voor. Dit is in de eerste plaats de [[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|T-huis-ontwikkeling]]. Net zoals in het aangrenzende [[Gelderse rivierengebied]], vindt men hier veel [[krukhuisboerderij|kruk-]] en [[T-huisboerderij|T-huisboerderijen]], waarvan diverse de sporen dragen van een lange en geleidelijke ontwikkeling. &lt;br /&gt;
	In de tweede plaats kan als karakteristiek voor het rivierengebied als geheel worden genoemd de - vergeleken bij de zandgronden - vroege verstening van de plattelandsgebouwen. De oorzaken daarvoor moeten deels worden gezocht in de overvloedige beschikbaarheid van klei als grondstof voor de baksteenindustrie, deels in de betrekkelijk grote welvaart van deze streek. Daarnaast zijn er ook sociale factoren die op dit proces een gunstige invloed kunnen hebben gehad. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de ruime aanwezigheid in ditzelfde gebied van vroege bakstenen gebouwen in het bezit van de elite, zoals kastelen en ridderhofsteden. Ook van de nabijheid van de bisschopsstad Utrecht en de goede verbindingen met de Hollandse marktsteden kan een stimulerende werking zijn uitgegaan. Een feit is, dat de verstening hier al vóór de tweede helft van de 16de eeuw voor een belangrijk deel zijn beslag moet hebben gehad, al zal voor achterhuizen en bijgebouwen nog lang gebruik zijn gemaakt van natuurlijke materialen. Het ging daarbij om een geleidelijk proces, waarbij aanvankelijk slechts een minderheid van de plattelandsgebouwen - en die dan vaak ook nog slechts gedeeltelijk - uit baksteen zal zijn opgetrokken. &lt;br /&gt;
	Uit bouwsporen blijkt dat het bij deze vroegste stenen bouwdelen in de meeste gevallen moet zijn gegaan om het verdiepte keldergedeelte, eventueel met opkamer. De rest van de boerderij, en dus ook nog een deel van het voorhuis, kan daarnaast nog geruime tijd hebben bestaan uit hout en beleemd [[vitswerk|vlechtwerk]]. Aan deze fase, waarin het grootste deel van het bouwbestand op het platteland nog uit organische materialen was opgetrokken, herinnert de wat mythische benaming 'stenen kamer', die in enkele gevallen als boerderijnaam is overgeleverd. Bij andere, sedert lang volledig uit steen opgetrokken, boerderijen is door bouwhistorisch onderzoek soms een oudere kern aantoonbaar, daterend uit een fase waarin de rest van de boerderij nog van hout was.&lt;br /&gt;
 &lt;br /&gt;
===Het Kromme Rijngebied===&lt;br /&gt;
In het Kromme Rijngebied, als meest oostelijke deel van het Utrechtse rivierengebied, is tot ver in de 19de eeuw het gemengde bedrijf met de nadruk op de akkerbouw overwegend gebleven, een bedrijfsvorm waar- voor het traditionele halletype bij uitstek geschikt is. De boerderijen hebben daardoor in het bedrijfsgedeelte de zuivere hallehuisindeling volkomen intact bewaard. Men vindt hier zowel de driebeukige opzet als de constructie met [[gebint|ankerbalkgebinten]], het principe van oogstberging op de zolder boven de middenbeuk en de brede open deel met stallen aan weerszijden en deeldeuren in het midden van de achtergevel. Sinds het einde van de 19de eeuw heeft hier echter een verschuiving plaatsgevonden van akkerbouw naar fruitteelt in combinatie met veeteelt. Dit heeft bij de oudere boerderijen geleid tot een geleidelijke toename in het aantal bijgebouwen en tot het inbouwen in het hoofdgebouw van fruitopslagplaatsen en zuivelruimten. De hoofdopzet van de gebouwen is bij dit alles echter onaangetast gebleven en men vindt hier ook bij de latere voorbeelden nog steeds het traditionele middenlangsdeeltype.	&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Voorhuis===&lt;br /&gt;
Een belangrijk onderdeel van het voorhuis van de boerderijen in dit gebied vormen de soms grote uitgebouwde kelders met opkamer. De oudste kelders zijn meestal met steen overwelfd en hebben de vorm van een [[tongewelf|ton-]] of [[kruisgewelf]]. Recentere voorbeelden werden wel voorzien van smalle [[troggewelf|troggewelfjes]] tussen houten of later ook gietijzeren balken. Daarnaast komt ook een vlakke houten zoldering voor. De kelders werden in deze streek, waar vanaf de tweede helft van de 19de eeuw veel kaas werd gemaakt, dikwijls als kaaskamer (voor rijping en opslag) gebruikt. In de 19de eeuw werden hier tevens veel vaste gemetselde [[pekelbak|pekelbakken]] aangebracht. Ook de opkamers dienden soms als kaaskamer, maar hadden in dit gebied vaker een woon- of slaapfunctie. Het eigenlijke kaas maken gebeurde ofwel in een vrijstaand [[zomerhuis]] ofwel in het achterhuis van de boerderij, aansluitend aan het woongedeelte. Hier was naast de gebruikelijke spoelruimte meestal een afzonderlijk vertrek ingericht voor de kaasmakerij, het zogenaamde wringhuis. Toen vanaf de jaren veertig van deze eeuw het kaasmaken algemeen werd overgenomen door de zuivelfabriek, werden de spoelruimten en wringkamers verbouwd tot keuken cq. dagelijkse woonruimte. &lt;br /&gt;
	De zolder boven het voorhuis had tot ver in de 19de eeuw primair de functie van zaadzolder voor opslag van het gedorste graan. Later werden de woonhuiszolders algemeen gebruikt als berging en slaapruimte, en ten behoeve van deze laatste functie meestal opgedeeld in kleinere vertrekken. Overigens dateren de meeste boerderijen in het Kromme Rijngebied van na 1672; in dat jaar werd een groot deel van deze streek verwoest door de optrekkende Franse legers. Uit de daaraan voorafgaande periode zijn thans, opeen enkele uitzondering na, nog slechts kelders en muurresten bewaard gebleven. Veel boerderijen werden na het Rampjaar weer op de oude fundamenten opgetrokken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bijgebouwen===&lt;br /&gt;
Aan bijgebouwen vindt men in dit gebied in de eerste plaats allerlei schuren, zoals wagenhuizen, jongvee- en varkensstallen en ruimten voor de berging van landbouwgereedschappen en hooi. Daarnaast kwamen ook [[hooiberg|kapbergen]] voor, die (zoals overal in het rivierengebied) vaak voorzien waren van een verhoogde [[tasvloer]], al dan niet ondersteund door een centraal oplegpunt in de vorm van een houten of stenen [[poer|por]]. De ruimte onder de tasvloer werd afgetimmerd om dienst te kunnen doen als extra stal- of opslagruimte. In veel gevallen werd deze ruimte tevens aan één of meer zijden uitgebouwd; de resulterende combinatie van schuur en kapberg wordt schuurberg genoemd. Verder vindt men hier naast de boerderij vaak een vrijstaand zomerhuis of [[bakhuis]], waarin de kaasbereiding plaatsvond en waar men een groot deel van het jaar woonde.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Bijgebouwen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=De_ontwikkeling_van_het_voorhuis_in_Utrecht&amp;diff=7889</id>
		<title>De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=De_ontwikkeling_van_het_voorhuis_in_Utrecht&amp;diff=7889"/>
		<updated>2016-01-27T10:47:40Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Langhuiskrukhuisdwarshuis.PNG|thumb|right|Verschillende boerderijvormen, Bron: Linten in de leegte. Handboek groene bebouwingslinten in de Utrechtse Waarden, Montfoord2008.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Krukhuis-thuis.PNG|thumb|right|Boerderijvormen: de daknok en niet de plattegrond bepaalt of een boerderij een T-huis is, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Pronkkamer.JPG|thumb|right|Pronkkamer in boerderij Het Gagelgat te Soest]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ontwikkeling voorhuis.PNG|thumb|right|Ontwikkelingsfasen bij het ontstaan van een krukhuisboerderij, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM000934.JPG|thumb|right|Twee ontwikkelingsfasen zichtbaar bij een boerderij te Breukelen: vooraan uitgebreid met volledige kamer en in het midden met een zoldertje, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:De Haan.JPG|thumb|right|Uitbreiding in achterwaartse richting bij boerderij De Haan te Benschop, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Eemnes (7)Wakkerendijk.JPG|thumb|right|Symmetrie, strekken met aanzet- en sluitstenen boven de vensters en bovenlichten met glas-in-lood in de gevel bij een boerderij te Eemnes, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:12Rietveld90 Woerden.JPG|thumb|right|Symmetrie, siermetselwerk in gekleurde baksteen en bogen boven de vensters met aanzet- en sluitstenen bij boerderij 8 is meer dan 1000 te Woerden, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een variant op het halletype die vooral in het rivierengebied, maar ook (zij het in sterk verschillende mate) in een groot deel van de rest van de provincie voorkomt, is de boerderij met dwars voorhuis. Hierbij werden de oorspronkelijk smalle en lage zijbeuken van het woongedeelte aan één of beide zijden opgehoogd en eventueel uitgebouwd. Doordat dit bouwdeel werd voorzien van een afzonderlijke kapconstructie haaks op die van het bedrijfsgedeelte, verkreeg de nok van de boerderij als geheel een L- of T-vorm. De resulterende huisvormen staan respectievelijk bekend als krukhuis en T-huis. Voor deze T-huis-ontwikkeling zijn diverse oorzaken aan te wijzen, zowel op bedrijfskundig en woontechnisch als sociaal vlak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bedrijfskundige oorzaken===&lt;br /&gt;
In praktische zin leidde een uitbreiding aan de kant van de oorspronkelijk kleine kelder tot het verkrijgen van een ruimere melkkelder, wat van belang was bij een groeiende zuivelproductie. Niet alleen konden melk en zuivelproducten in een dergelijke ruimte koel worden bewaard, maar ook vond een deel van het bereidingsproces hier plaats. In de kelder kon men de melk laten opromen voor de boterbereiding, of (wat in Utrecht meer voorkwam) men plaatste hier de pekelbakken voor de [[kaasproductie|kaasmakerij]].Waar de zuivelbereiding een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormde, kon dan ook sprake zijn van een forse zijwaartse uitbouw. Mogelijk stonden bij deze ontwikkeling de grote opkamer-/kelderaanbouwen van het aangrenzende [[Zuidhollandse weidegebied]] model, die daar al in het midden van de 16de eeuw algemeen voorkwamen. Ook op Utrechtse landmeterskaarten uit het einde van die eeuw zijn reeds verscheidene afbeeldingen te vinden van boerderijen met een dergelijke haakse aanbouw. Daar waar de zuivelproductie een minder belangrijke rol speelde, of waar men zich vanouds toelegde op de productie van zoetemelksekaas (waarvoor geen grote [[oproomruimte]] nodig was) volstond een kleinere kelder. De L- of T-vorm strekt zich daarom niet altijd uit tot het grondplan van de gebouwen; deze behielden in Utrecht in veel gevallen hun eenvoudige rechthoekige vorm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Woontechnische oorzaken===&lt;br /&gt;
Op de begane grond betekende het T-huis-principe uiteraard een belangrijke uitbreiding van de woonruimte. De opkamer boven de kelder werd gebruikt als [[kaaskamer]] of als extra slaap- of woonvertrek. De uitbouw aan de andere zijde had meestal een woon- of statusfunctie en werd vaak ingericht als [[pronkkamer]]. &lt;br /&gt;
	Een ander, en minstens zo belangrijk, gevolg van de T-huisontwikkeling was echter dat hierdoor tevens de oppervlakte en dus ook de opslagcapaciteit van de voorhuiszolder sterk werd vergroot. Deze zolder diende bij het oude gemengde bedrijf als bergruimte voor akkerbouwproducten en in het bijzonder voor het gedorste graan. Het met de hand [[dorsen]] van de graanoogst was een tijdrovende bezigheid, die als winterwerk over een langere periode werd uitgespreid. De per keer verkregen hoeveelheden waren te klein om afzonderlijk te markten. Daar kwam nog bij, dat in het verleden in grote delen van het platteland de verbindingen 's winters zeer slecht waren. Het gedorste graan werd daarom gedurende herfst en winter beetje bij beetje op de voorhuiszolder opgeslagen tot een voldoende hoeveelheid was verzameld, die dan ineens naar de markt werd gebracht om te worden verkocht. De uitbreiding die werd verkregen door de ophoging en eventueel verbreding van de zijbeuken vormde een belangrijke vergroting van deze graanzolder. &lt;br /&gt;
	In de loop van de 19de eeuw, toen de verbeterde infrastructuur en de introductie van gemechaniseerde werktuigen voor het dorsen langdurige graanopslag overbodig maakten, kregen de voorhuiszolders een meer algemene opslagfunctie of werden als slaapruimte in gebruik genomen. Dit laatste maakte een betere verlichting van de zolder noodzakelijk. Door middel van een hogere borstwering werd ruimte verkregen voor het aanbrengen van grotere vensters; ook werden hiertoe wel dakkapellen aangebracht. Bij de meest welvarende voorbeelden groeide de zolderruimte soms uit tot een volwaardige verdieping.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Sociale oorzaken===&lt;br /&gt;
Behalve functionele overwegingen hebben bij de T-huisontwikkeling ook statusaspecten en veranderende wooneisen een rol gespeeld. Welvaart en stedelijke invloeden leidden in navolging van ontwikkelingen in de burgerlijke leefwijze in de loop der tijd ook op het platteland tot nieuwe inzichten ten aanzien van wonen en werken. Dit kwam vooral tot uiting in een toenemende differentiatie van de verschillende functies die eertijds alle in dezelfde ruimte plaatsvonden. Wonen, eten, slapen en huishoudelijk werk werden in toenemende mate in afzonderlijke, speciaal daarvoor bestemde vertrekken ondergebracht. Naast de dagelijkse woonruimte deed in brede kring de pronkkamer zijn intrede, die vooral een representatieve functie bezat. Voor het onderbrengen van al deze ruimten bood het T-huis een goede oplossing. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Ontwikkelingsfasen===&lt;br /&gt;
De eerste stap in de T-huisontwikkeling bestond vaak uit niet meer dan een bescheiden ophoging van de zijgevel aan de zijde van de melkkelder. Hierdoor werd onder het schuine dak boven de kelder ruimte verkregen voor een afzonderlijk kamertje, dat bijvoorbeeld als slaapvertrek kon dienen. Verdere ophoging van de zijgevel tot aan het niveau van de voorgevel maakte van dit zolderkamertje een volledige opkamer. Dit gedeelte werd dan voorzien van een dwarskapje dat meestal in verband werd gebracht met de constructie van de hoofdkap en aldus leidde tot het ontstaan van de krukhuisvorm. Later kon ook de andere lage zijde op vergelijkbare wijze worden opgehoogd, waarmee het T-huis een feit was geworden. In veel gevallen moet het hier inderdaad om een geleidelijke ontwikkeling zijn gegaan, die zich over verschillende bouwfasen heeft uitgestrekt. Het metselwerk van de voorgevel van een dergelijke boerderij draagt dan soms nog de sporen van oudere situaties, zoals bijvoorbeeld vlechtingen in het metselwerk, die de oude aflopende daklijn aangeven. Het spreekt echter vanzelf dat niet ieder T-huis al deze fasen heeft doorlopen; vele werden direct al zogebouwd, vooral toen de boerderijvorm met dwars voorhuis meer en meer als statussymbool ging fungeren. &lt;br /&gt;
	De eerste boerderijen die de T-huisvorm aannamen, behoorden alle tot de grotere bedrijven. Deze hadden immers als eerste behoefte aan de bedrijfsmatige uitbreiding van graanzolder en melkkelder, en de middelen om de benodigde vergroting van het voorhuis te realiseren. Ook de overname van nieuwe, stedelijke woonnormen en de behoefte om uitdrukking te geven aan welvaart en status trad uiteraard in deze kringen het eerst naar voren. Het T-huistype werd daarom al snel geassocieerd met welvaart en een hoge sociale status. Daar kwam nog bij dat de brede voorgevel van het T-huis die het bedrijfsgedeelte grotendeels aan het zicht onttrok ook visueel een voorname en rijke uitstraling bezat. Deze statusaspecten in combinatie met de praktische voordelen die het nieuwe huistype bezat, leidden uiteraard tot navolging, eerst onder de middelgrote en later ook onder de kleinere bedrijven. In de loop van de19de eeuw verschenen er tenslotte zelfs grote aantallen [[keuterij|keuterijtjes]] en arbeiderswoningen in deze vorm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Vroege afbeeldingen van Utrechtse T-huizen zijn te vinden op land-meterskaarten uit het Utrechtse Rijksarchief, zoals bijvoorbeeld een kaart van de Meent te Darthuizen uit 1592, van de hofstede Blankenpoel op het Katwijkerveld onder Werkhoven uit 1601, van het dorp Maarssen met enkele buitenplaatsen langs de Vecht uit 1629, of van het goed Wickenburgh in 't Goij onder Houten uit 1641. De meeste nu nog bewaard gebleven voorbeelden dateren echter uit de 18de eeuw en later. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Uitbreiding in achterwaartse richting===&lt;br /&gt;
Naast de ontwikkeling van het voorhuis in de breedte, vond door het gehele hallehuisgebied heen in de loop der tijd ook een uitbreiding van werk- en woonruimten in achterwaartse richting plaats. Huishoudelijke werkzaamheden en activiteiten die in verband stonden met de zuivelproductie werden vooral in het westelijke deel van het hallehuisgebied meestal verricht in het achterhuis, in het eerste gebintvak achter de brandmuur. Ook het dagelijks wonen vond 's zomers voor een belangrijk deel hier plaats. Aanvankelijk gebeurde dit alles nog in open verbinding met de rest van de bedrijfsruimte, maar in de loop der tijd werd achter de brandmuur een toenemend aantal afzonderlijke vertrekjes afgescheiden, zoals een [[spoelruimte]], een [[zomerhuis|zomerwoning]], een [[wringhok]] voor de kaasmakerij of een [[karnmolen|karnplaats]]. In een later stadium ontwikkelde zich achter de brandmuur zelfs een volledig van de stalruimte afgescheiden travee met woon- en werkruimten.&lt;br /&gt;
	Om in dit middengedeelte van het huis meer licht te verkrijgen, werd de lage zijgevel ter plaatse van het voorste gebintvak enigszins opgehoogd of voorzien van een afzonderlijk geveltje. In het geval van een kruk- of T-huisboerderij werd de dwarse kap van het voorhuis ook wel over de keuken naar achteren doorgetrokken. Bij zeer grote, welvarende boerderijen werd het keukentravee tenslotte weer volledig bij het woongedeelte getrokken,waardoor een huisvorm met diep voorhuis ontstond.Vaak herhaalde hetzelfde achterwaarts gerichte proces zich dan in een later stadium, waardoor zich achter het dubbele voorhuis geleidelijk opnieuw een serie afgescheiden woon-werkruimten begon te ontwikkelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Symmetrie in de gevel===&lt;br /&gt;
Een andere tendens die eveneens door het gehele [[Utrechts hallenhuis|hallehuisgebied]] heen kan worden waargenomen, zette in de tweede helft van de 19de eeuw in. Vanaf deze periode, waarin onder meer door de verbeterde infrastructuur sprake was van een sterke uitbreiding van de contacten tussen stad en platteland, raakte de boerderijbouw in toenemende mate beïnvloed door de burgerlijke bouwkunst. Men streefde daarbij onder meer naar een symmetrische architectuur van de voorgevel, iets waarvan in de oudere gebouwen vrijwel nooit sprake was. De muuropeningen in de voorgevel van oudere boerderijen vertonen meestal een onregelmatige plaatsing, mede door het feit dat zich slechts aan één zijde een kelder met opkamer bevindt. Hoewel de asymmetrie in de indeling feitelijk nog lang gehandhaafd bleef, kenmerken veel boerderijen uit het einde van de vorige en het begin van deze eeuw zich desondanks door een symmetrische gevelopbouw. &lt;br /&gt;
	Dit bereikte men meestal door de vloeren van opkamer en overige woonvertrekken zoveel mogelijk op één niveau te plaatsen, waardoor ook de voornaamste vensters op dezelfde hoogte konden worden aangebracht. Alleen een keldervenster onder één van de ramen verraadt dan meestal nog dat de symmetrie van de gevel zich niet uitstrekt tot het interieur. Elders werd het keldervenster aan het oog onttrokken doordat het in de zijgevel werd aangebracht. Een wat ongebruikelijker oplossing, die men vooral in de omgeving van Kamerik aantreft, was om kelder- en opkamervenster in één raamkozijn te verenigen, waardoor de vloer van de opkamer direct achter dit gecombineerde venster langs loopt. Een kenmerkende gevelindeling uit de tweede helft van de 19de eeuw is die met twee hoge zesruits-schuifvensters in het midden, met aan weerszijden een smaller drieruits-venster en een klein zolderraam erboven. In een volgende fase ging men over tot een indeling met drie of vier even grote vensters op de begane grond, met daarboven twee kleinere ramen. Indien sprake was van een voordeur in de kopgevel, dan werd deze bij voorkeur in het midden aangebracht. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Stijlkenmerken uit de burgerlijke bouwkunst===&lt;br /&gt;
Naast het principe van de symmetrische gevelopbouw werden vanaf de tweede helft van de vorige eeuw ook steeds meer andere stijlkenmerken uit de burgerlijke bouwkunst overgenomen. Veel boerderijen uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw werden voorzien van decoratieve [[windveren]], samengestelde zoldervensters, glas-in-loodramen, erkers, aanzet- en sluitstenen, of siermetselwerk van verglaasde of gekleurde baksteen. Deze recentere boerderijen zijn ook uitgerust met beduidend hogere zijgevels dan de oudere gebouwen, waardoor de dakvoet niet meer onderbroken of opgelicht behoeft te worden voor de plaatsing van ramen en deuren. In het bedrijfsgedeelte van dergelijke boerderijen treft men meestal ook geen [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]] meer aan; deze zijn vervangen door een constructie met in de zijgevels opgelegde en door standvinken ondersteunde balken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naast deze meer algemene ontwikkelingen, die vooral het voorhuis van de boerderij betreffen, vindt men binnen de provincie Utrecht, zoals al eerder aan de orde werd gesteld, ook de nodige regionale variaties op het [[Utrechts hallenhuis|halletype]]. De specifieke geografische, landbouwkundige en economische situatie binnen de verschillende regio's heeft hier in de loop der eeuwen geleid tot het ontstaan van een aantal streekgebonden boerderijvormen, die in hoofdopzet, indeling en constructie van vooral het bedrijfsgedeelte in meer of mindere mate afwijken van de uitgangsvorm. De historische [[Boerderijen Utrecht|utrechtse boerderijontwikkeling]] is verder regionaal bepaald met een grove indeling in het [[Utrechts Zandgebied]], het [[Utrechts rivierengebied]] en het [[Utrechts weidegebied]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=De_ontwikkeling_van_het_voorhuis_in_Utrecht&amp;diff=7888</id>
		<title>De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=De_ontwikkeling_van_het_voorhuis_in_Utrecht&amp;diff=7888"/>
		<updated>2016-01-27T10:42:19Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Langhuiskrukhuisdwarshuis.PNG|thumb|right|Verschillende boerderijvormen, Bron: Linten in de leegte. Handboek groene bebouwingslinten in de Utrechtse Waarden, Montfoord2008.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Krukhuis-thuis.PNG|thumb|right|Boerderijvormen: de daknok en niet de plattegrond bepaalt of een boerderij een T-huis is, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Pronkkamer.JPG|thumb|right|Pronkkamer in boerderij Het Gagelgat te Soest]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ontwikkeling voorhuis.PNG|thumb|right|Ontwikkelingsfasen bij het ontstaan van een krukhuisboerderij, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:IM000934.JPG|thumb|right|Twee ontwikkelingsfasen zichtbaar bij een boerderij te Breukelen: vooraan uitgebreid met volledige kamer en in het midden met een zoldertje, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:De Haan.JPG|thumb|right|Uitbreiding in achterwaartse richting bij boerderij De Haan te Benschop, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Eemnes (7)Wakkerendijk.JPG|thumb|right|Symmetrie, strekken met aanzet- en sluitstenen boven de vensters en bovenlichten met glas-in-lood in de gevel bij een boerderij te Eemnes, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:12Rietveld90 Woerden.JPG|thumb|right|Symmetrie, siermetselwerk in gekleurde baksteen en bogen boven de vensters met aanzet- en sluitstenen bij boerderij 8 is meer dan 1000 te Woerden, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Een variant op het halletype die vooral in het rivierengebied, maar ook (zij het in sterk verschillende mate) in een groot deel van de rest van de provincie voorkomt, is de boerderij met dwars voorhuis. Hierbij werden de oorspronkelijk smalle en lage zijbeuken van het woongedeelte aan één of beide zijden opgehoogd en eventueel uitgebouwd. Doordat dit bouwdeel werd voorzien van een afzonderlijke kapconstructie haaks op die van het bedrijfsgedeelte, verkreeg de nok van de boerderij als geheel een L- of T-vorm. De resulterende huisvormen staan respectievelijk bekend als krukhuis en T-huis. Voor deze T-huis-ontwikkeling zijn diverse oorzaken aan te wijzen, zowel op bedrijfskundig en woontechnisch als sociaal vlak. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bedrijfskundige oorzaken===&lt;br /&gt;
In praktische zin leidde een uitbreiding aan de kant van de oorspronkelijk kleine kelder tot het verkrijgen van een ruimere melkkelder, wat van belang was bij een groeiende zuivelproductie. Niet alleen konden melk en zuivelproducten in een dergelijke ruimte koel worden bewaard, maar ook vond een deel van het bereidingsproces hier plaats. In de kelder kon men de melk laten opromen voor de boterbereiding, of (wat in Utrecht meer voorkwam) men plaatste hier de pekelbakken voor de [[kaasmakerij]].Waar de zuivelbereiding een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormde, kon dan ook sprake zijn van een forse zijwaartse uitbouw. Mogelijk stonden bij deze ontwikkeling de grote opkamer-/kelderaanbouwen van het aangrenzende [[Zuidhollandse weidegebied]] model, die daar al in het midden van de 16de eeuw algemeen voorkwamen. Ook op Utrechtse landmeterskaarten uit het einde van die eeuw zijn reeds verscheidene afbeeldingen te vinden van boerderijen met een dergelijke haakse aanbouw. Daar waar de zuivelproductie een minder belangrijke rol speelde, of waar men zich vanouds toelegde op de productie van zoetemelksekaas (waarvoor geen grote [[oproomruimte]] nodig was) volstond een kleinere kelder. De L- of T-vorm strekt zich daarom niet altijd uit tot het grondplan van de gebouwen; deze behielden in Utrecht in veel gevallen hun eenvoudige rechthoekige vorm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Woontechnische oorzaken===&lt;br /&gt;
Op de begane grond betekende het T-huis-principe uiteraard een belangrijke uitbreiding van de woonruimte. De opkamer boven de kelder werd gebruikt als [[kaaskamer]] of als extra slaap- of woonvertrek. De uitbouw aan de andere zijde had meestal een woon- of statusfunctie en werd vaak ingericht als [[pronkkamer]]. &lt;br /&gt;
	Een ander, en minstens zo belangrijk, gevolg van de T-huisontwikkeling was echter dat hierdoor tevens de oppervlakte en dus ook de opslagcapaciteit van de voorhuiszolder sterk werd vergroot. Deze zolder diende bij het oude gemengde bedrijf als bergruimte voor akkerbouwproducten en in het bijzonder voor het gedorste graan. Het met de hand [[dorsen]] van de graanoogst was een tijdrovende bezigheid, die als winterwerk over een langere periode werd uitgespreid. De per keer verkregen hoeveelheden waren te klein om afzonderlijk te markten. Daar kwam nog bij, dat in het verleden in grote delen van het platteland de verbindingen 's winters zeer slecht waren. Het gedorste graan werd daarom gedurende herfst en winter beetje bij beetje op de voorhuiszolder opgeslagen tot een voldoende hoeveelheid was verzameld, die dan ineens naar de markt werd gebracht om te worden verkocht. De uitbreiding die werd verkregen door de ophoging en eventueel verbreding van de zijbeuken vormde een belangrijke vergroting van deze graanzolder. &lt;br /&gt;
	In de loop van de 19de eeuw, toen de verbeterde infrastructuur en de introductie van gemechaniseerde werktuigen voor het dorsen langdurige graanopslag overbodig maakten, kregen de voorhuiszolders een meer algemene opslagfunctie of werden als slaapruimte in gebruik genomen. Dit laatste maakte een betere verlichting van de zolder noodzakelijk. Door middel van een hogere borstwering werd ruimte verkregen voor het aanbrengen van grotere vensters; ook werden hiertoe wel dakkapellen aangebracht. Bij de meest welvarende voorbeelden groeide de zolderruimte soms uit tot een volwaardige verdieping.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Sociale oorzaken===&lt;br /&gt;
Behalve functionele overwegingen hebben bij de T-huisontwikkeling ook statusaspecten en veranderende wooneisen een rol gespeeld. Welvaart en stedelijke invloeden leidden in navolging van ontwikkelingen in de burgerlijke leefwijze in de loop der tijd ook op het platteland tot nieuwe inzichten ten aanzien van wonen en werken. Dit kwam vooral tot uiting in een toenemende differentiatie van de verschillende functies die eertijds alle in dezelfde ruimte plaatsvonden. Wonen, eten, slapen en huishoudelijk werk werden in toenemende mate in afzonderlijke, speciaal daarvoor bestemde vertrekken ondergebracht. Naast de dagelijkse woonruimte deed in brede kring de pronkkamer zijn intrede, die vooral een representatieve functie bezat. Voor het onderbrengen van al deze ruimten bood het T-huis een goede oplossing. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Ontwikkelingsfasen===&lt;br /&gt;
De eerste stap in de T-huisontwikkeling bestond vaak uit niet meer dan een bescheiden ophoging van de zijgevel aan de zijde van de melkkelder. Hierdoor werd onder het schuine dak boven de kelder ruimte verkregen voor een afzonderlijk kamertje, dat bijvoorbeeld als slaapvertrek kon dienen. Verdere ophoging van de zijgevel tot aan het niveau van de voorgevel maakte van dit zolderkamertje een volledige opkamer. Dit gedeelte werd dan voorzien van een dwarskapje dat meestal in verband werd gebracht met de constructie van de hoofdkap en aldus leidde tot het ontstaan van de krukhuisvorm. Later kon ook de andere lage zijde op vergelijkbare wijze worden opgehoogd, waarmee het T-huis een feit was geworden. In veel gevallen moet het hier inderdaad om een geleidelijke ontwikkeling zijn gegaan, die zich over verschillende bouwfasen heeft uitgestrekt. Het metselwerk van de voorgevel van een dergelijke boerderij draagt dan soms nog de sporen van oudere situaties, zoals bijvoorbeeld vlechtingen in het metselwerk, die de oude aflopende daklijn aangeven. Het spreekt echter vanzelf dat niet ieder T-huis al deze fasen heeft doorlopen; vele werden direct al zogebouwd, vooral toen de boerderijvorm met dwars voorhuis meer en meer als statussymbool ging fungeren. &lt;br /&gt;
	De eerste boerderijen die de T-huisvorm aannamen, behoorden alle tot de grotere bedrijven. Deze hadden immers als eerste behoefte aan de bedrijfsmatige uitbreiding van graanzolder en melkkelder, en de middelen om de benodigde vergroting van het voorhuis te realiseren. Ook de overname van nieuwe, stedelijke woonnormen en de behoefte om uitdrukking te geven aan welvaart en status trad uiteraard in deze kringen het eerst naar voren. Het T-huistype werd daarom al snel geassocieerd met welvaart en een hoge sociale status. Daar kwam nog bij dat de brede voorgevel van het T-huis die het bedrijfsgedeelte grotendeels aan het zicht onttrok ook visueel een voorname en rijke uitstraling bezat. Deze statusaspecten in combinatie met de praktische voordelen die het nieuwe huistype bezat, leidden uiteraard tot navolging, eerst onder de middelgrote en later ook onder de kleinere bedrijven. In de loop van de19de eeuw verschenen er tenslotte zelfs grote aantallen [[keuterij|keuterijtjes]] en arbeiderswoningen in deze vorm.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
* Vroege afbeeldingen van Utrechtse T-huizen zijn te vinden op land-meterskaarten uit het Utrechtse Rijksarchief, zoals bijvoorbeeld een kaart van de Meent te Darthuizen uit 1592, van de hofstede Blankenpoel op het Katwijkerveld onder Werkhoven uit 1601, van het dorp Maarssen met enkele buitenplaatsen langs de Vecht uit 1629, of van het goed Wickenburgh in 't Goij onder Houten uit 1641. De meeste nu nog bewaard gebleven voorbeelden dateren echter uit de 18de eeuw en later. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Uitbreiding in achterwaartse richting===&lt;br /&gt;
Naast de ontwikkeling van het voorhuis in de breedte, vond door het gehele hallehuisgebied heen in de loop der tijd ook een uitbreiding van werk- en woonruimten in achterwaartse richting plaats. Huishoudelijke werkzaamheden en activiteiten die in verband stonden met de zuivelproductie werden vooral in het westelijke deel van het hallehuisgebied meestal verricht in het achterhuis, in het eerste gebintvak achter de brandmuur. Ook het dagelijks wonen vond 's zomers voor een belangrijk deel hier plaats. Aanvankelijk gebeurde dit alles nog in open verbinding met de rest van de bedrijfsruimte, maar in de loop der tijd werd achter de brandmuur een toenemend aantal afzonderlijke vertrekjes afgescheiden, zoals een [[spoelruimte]], een [[zomerhuis|zomerwoning]], een [[wringhok]] voor de kaasmakerij of een [[karnmolen|karnplaats]]. In een later stadium ontwikkelde zich achter de brandmuur zelfs een volledig van de stalruimte afgescheiden travee met woon- en werkruimten.&lt;br /&gt;
	Om in dit middengedeelte van het huis meer licht te verkrijgen, werd de lage zijgevel ter plaatse van het voorste gebintvak enigszins opgehoogd of voorzien van een afzonderlijk geveltje. In het geval van een kruk- of T-huisboerderij werd de dwarse kap van het voorhuis ook wel over de keuken naar achteren doorgetrokken. Bij zeer grote, welvarende boerderijen werd het keukentravee tenslotte weer volledig bij het woongedeelte getrokken,waardoor een huisvorm met diep voorhuis ontstond.Vaak herhaalde hetzelfde achterwaarts gerichte proces zich dan in een later stadium, waardoor zich achter het dubbele voorhuis geleidelijk opnieuw een serie afgescheiden woon-werkruimten begon te ontwikkelen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Symmetrie in de gevel===&lt;br /&gt;
Een andere tendens die eveneens door het gehele [[Utrechts hallenhuis|hallehuisgebied]] heen kan worden waargenomen, zette in de tweede helft van de 19de eeuw in. Vanaf deze periode, waarin onder meer door de verbeterde infrastructuur sprake was van een sterke uitbreiding van de contacten tussen stad en platteland, raakte de boerderijbouw in toenemende mate beïnvloed door de burgerlijke bouwkunst. Men streefde daarbij onder meer naar een symmetrische architectuur van de voorgevel, iets waarvan in de oudere gebouwen vrijwel nooit sprake was. De muuropeningen in de voorgevel van oudere boerderijen vertonen meestal een onregelmatige plaatsing, mede door het feit dat zich slechts aan één zijde een kelder met opkamer bevindt. Hoewel de asymmetrie in de indeling feitelijk nog lang gehandhaafd bleef, kenmerken veel boerderijen uit het einde van de vorige en het begin van deze eeuw zich desondanks door een symmetrische gevelopbouw. &lt;br /&gt;
	Dit bereikte men meestal door de vloeren van opkamer en overige woonvertrekken zoveel mogelijk op één niveau te plaatsen, waardoor ook de voornaamste vensters op dezelfde hoogte konden worden aangebracht. Alleen een keldervenster onder één van de ramen verraadt dan meestal nog dat de symmetrie van de gevel zich niet uitstrekt tot het interieur. Elders werd het keldervenster aan het oog onttrokken doordat het in de zijgevel werd aangebracht. Een wat ongebruikelijker oplossing, die men vooral in de omgeving van Kamerik aantreft, was om kelder- en opkamervenster in één raamkozijn te verenigen, waardoor de vloer van de opkamer direct achter dit gecombineerde venster langs loopt. Een kenmerkende gevelindeling uit de tweede helft van de 19de eeuw is die met twee hoge zesruits-schuifvensters in het midden, met aan weerszijden een smaller drieruits-venster en een klein zolderraam erboven. In een volgende fase ging men over tot een indeling met drie of vier even grote vensters op de begane grond, met daarboven twee kleinere ramen. Indien sprake was van een voordeur in de kopgevel, dan werd deze bij voorkeur in het midden aangebracht. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Stijlkenmerken uit de burgerlijke bouwkunst===&lt;br /&gt;
Naast het principe van de symmetrische gevelopbouw werden vanaf de tweede helft van de vorige eeuw ook steeds meer andere stijlkenmerken uit de burgerlijke bouwkunst overgenomen. Veel boerderijen uit het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw werden voorzien van decoratieve [[windveren]], samengestelde zoldervensters, glas-in-loodramen, erkers, aanzet- en sluitstenen, of siermetselwerk van verglaasde of gekleurde baksteen. Deze recentere boerderijen zijn ook uitgerust met beduidend hogere zijgevels dan de oudere gebouwen, waardoor de dakvoet niet meer onderbroken of opgelicht behoeft te worden voor de plaatsing van ramen en deuren. In het bedrijfsgedeelte van dergelijke boerderijen treft men meestal ook geen [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]] meer aan; deze zijn vervangen door een constructie met in de zijgevels opgelegde en door standvinken ondersteunde balken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Naast deze meer algemene ontwikkelingen, die vooral het voorhuis van de boerderij betreffen, vindt men binnen de provincie Utrecht, zoals al eerder aan de orde werd gesteld, ook de nodige regionale variaties op het [[Utrechts hallenhuis|halletype]]. De specifieke geografische, landbouwkundige en economische situatie binnen de verschillende regio's heeft hier in de loop der eeuwen geleid tot het ontstaan van een aantal streekgebonden boerderijvormen, die in hoofdopzet, indeling en constructie van vooral het bedrijfsgedeelte in meer of mindere mate afwijken van de uitgangsvorm. De historische [[Boerderijen Utrecht|utrechtse boerderijontwikkeling]] is verder regionaal bepaald met een grove indeling in het [[Utrechts Zandgebied]], het [[Utrechts rivierengebied]] en het [[Utrechts weidegebied]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Boerderijen_Utrecht&amp;diff=7887</id>
		<title>Boerderijen Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Boerderijen_Utrecht&amp;diff=7887"/>
		<updated>2016-01-27T10:34:27Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:HoevedeBeek Woudenberg.JPG|thumb|right|Hoeve De Beek te Woudenberg in het Utrechtse zandgebied met schuur, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij Nieuwegein.jpg|thumb|right|Boerderij te Nieuwegein in het Utrechts rivierengebied met uitbreidingen in zijwaartse richting en een losstaand bakhuis, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Kockengen (1)Wagendijk met zomerhuis.JPG|thumb|right|Boerderij te Kockengen in het Utrechts weidegebied met een zomerhuis en een hooiberg direct achter de boerderij, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Variaties op één thema.'''&lt;br /&gt;
De boerderijen in de provincie Utrecht vormen geen echt afzonderlijke groep, maar sluiten in vorm, constructie en indeling nauw aan bij die uit de omringende gebieden. Daarbinnen bestaan echter wel de nodige regionale varianten. Door haar situering op het ontmoetingspunt van [[zandgrond|zand-]], [[veengrond|veen-]] en [[rivierkleigronden|rivierkleigrond]] valt de provincie bodemkundig uiteen in drie delen. De bedrijfsvormen en daarmee ook de boerderijtypen binnen deze regio's komen sterk overeen met die in de aansluitende Gelderse en Zuidhollandse landbouwgebieden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Zandgebied===&lt;br /&gt;
Zo vertoont de [[Utrechts Zandgebied|bebouwing op de zandgronden in het midden en oosten van de provincie]] grote overeenkomst met die op de Veluwe. De boerderijen in dit gebied kenmerken zich door een eenvoudige hoofdvorm met al dan niet [[wolfdak|afgewolfd zadeldak]] en lage zijgevels; in het midden van de achtergevel bevinden zich brede deeldeuren. Bijzondere bedrijfsonderdelen zoals de [[tabaksschuur|tabaksteelt]] en de [[schaapskooi|schapenhouderij]] hebben in dit gebied hun sporen nagelaten in de vorm van speciale bijgebouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Rivierengebied===&lt;br /&gt;
Het zuidelijke deel van de provincie, met het Kromme Rijngebied, maakt onderdeel uit van het [[Utrechts rivierengebied|rivierengebied]]. Het exterieur van het bedrijfsgedeelte in deze streek komt in grote lijnen overeen met dat op de zandgronden. Naast de enkelvoudige huisvorm met zadeldak en lage zijgevels vindt men hier echter ook veel boerderijen waarvan het woonhuis aan één of aan beide zijden in dwarsrichting is uitgebouwd: de [[t-huisboerderij|krukhuis- of T-huisboerderij]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Weidegebied===&lt;br /&gt;
In het [[Utrechts weidegebied|westelijke veengebied]] en in de Lopikerwaard heeft zich een boerderijvorm ontwikkeld met lage, langgerekte bouwmassa en afgewolfd zadeldak. Het voorhuis heeft meestal betrekkelijk lage zijgevels, maar is soms aan één zijde voorzien van een hoge aanbouw met [[melkkamer|melkkelder]] en [[opkamer]]. De brede deeldeuren ontbreken hier en in het midden van de achtergevel bevindt zich alleen een smalle doorgang. Direct daarachter staan een of meer hooibergen en naast de boerderijen vindt men [[zomerhuis|zomerhuizen]] en [[boenhuis|spoelhokken]]. In het laaggelegen gebied van de Lopikerwaard is het hoofdgebouw bovendien dikwijls voorzien van allerlei soorten vloedvoorzieningen. In het noordwesten, langs het Gein en in het gebied onder de rook van Amsterdam, bevinden zich veel boerderijen met een opvallend groot en statig voorhuis, dat in het verleden 's zomers dienst deed als buitenhuis voor de landeigenaar. In het uiterste noordoosten tenslotte, in het Eemland, heeft zich een eigen variant voor het weidebedrijf ontwikkeld, die in verschillende opzichten sterk doet denken aan de boerderijvormen uit het westelijke veengebied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Het halletype===&lt;br /&gt;
Ondanks al dergelijke regionale verschillen die zich uiteraard niet beperken tot het exterieur, maar zich ook uitstrekken tot indeling, gebruik en constructie van de gebouwen, behoren de oudere boerderijen in de provincie Utrecht in opzet alle tot dezelfde uitgangsvorm: [[Utrechts hallenhuis|het halletype]]. Deze huisgroep omvat het grootste deel van de Nederlandse boerderijvormen en strekt zich in allerlei variaties uit over het gehele midden van ons land, van de oostgrens tot aan de westelijke kuststreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7886</id>
		<title>Utrechts hallenhuis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7886"/>
		<updated>2016-01-27T10:32:31Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Indeling hallenhuis.png|thumb|right|Indeling hallenhuis. Bron: C. van Groningen, Boereninterieurs, In: Interieurs belicht, Zwolle 2001, p.122.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij De Ark Amerongen.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij De Ark te Amerongen. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gebint Boerderij Vroegh te Bunnik.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij Vroegh te Bunnik. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ankerbalkgebint.png|thumb|right|Ankerbalkgebint. Bron: S.J. van der Molen, Kijk op boerderijen, Amsterdam/Brussel 1979, p.37.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sporenkap en dekbalkjukconstructie.png|thumb|right|Boven: sporenkap, onder: kap met dekbalkjukconstructie. Bron:T. van der Heyden (red), Nederland dichterbij. Boerderijentypes Nederland, Den Haag 1996, p.11.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:3dkap.jpeg|thumb|right|Hallenhuis met ankerbalkgebint. Bron: R. van Acqouy, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, jaarboek 1983.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[hallenhuis|halletype]] komt in Utrecht veelvuldig voor. Aan de hand van een omschrijving door de Stichting Historisch Boerderij-onderzoek van de constructie, de kap, de indeling en de verspreiding wordt de verschijningsvorm van dit type boerderij in Utrecht hieronder uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie=== &lt;br /&gt;
Het halletype bestaat in zijn eenvoudigste opzet uit een compacte, [[beuk|driebeukige]] bouwmassa, waarbij woon- en bedrijfsruimten zich onder hetzelfde dak bevinden. Voor- en achterhuis zijn van elkaar gescheiden door een muur in dwarsrichting. De draagconstructie wordt gevormd door een houtskelet, bestaande uit een aantal op vaste onderlinge afstand geplaatste [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]]. Bij deze constructie bevindt de gebintbalk zich op een wat lager niveau tussen de beide [[stijl| stijlen]] en is daarmee verbonden door een aan de buitenzijde met [[wig|wiggen]] verankerde, doorgaande pen-en-gatverbinding [[pen-en-gatverbinding]]. De afzonderlijke gebinten, die hun stabiliteit in dwarsrichting ontlenen aan de diagonale [[schoor|schoren]], tussenstijlen en balk, staan op stenen [[poer|poeren]] en worden aan de bovenzijde in lengterichting gekoppeld door de [[gebintplaat|gebintplaten]], die de daksporen dragen. Aan weerszijden van de gebinten loopt het dak laag af, de zijmuren hebben bij het halletype over het algemeen een geringe hoogte. Tussen de beide rijen gebintstijlen bevindt zich de hoge [[middenbeuk]], met daarbuiten aan weerszijden de lagere zijbeuken. De gebinten staan op vaste onderlinge afstanden; de ruimte tussen twee gebinten heet een vak en de omvang van boerderijen wordt traditioneel uitgedrukt in het aantal gebintvakken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kapconstructie===&lt;br /&gt;
De kapconstructie bestaat in de oostelijke provincies meestal uit een eenvoudige [[sporenkap]]. In het midden en westen van het land (waaronder de provincie Utrecht) treft men overwegend een  aan, waarbij de sporen halverwege worden ondersteund door platen of gordingen. Hier komt bij de oudere boerderij en vooral de constructie met [[dekbalkgebint|dekbalkjuk]] algemeen voor. Het gewicht van het dak wordt vrijwel geheel gedragen door de gebinten; de wanden hebben hoofdzakelijk een afsluitende functie. De [[gebintconstructie|gebinten]] verlenen het gebouw behalve zijn draagstructuur tevens een onderverdeling in langs- en dwarsrichting. De driebeukige opzet in dwarsrichting en de onderverdeling in gebintvakken in langsrichting vormen tezamen het basisstramien voor de indeling van de boerderij. Dit principe is bij het halletype door het hele gebouw heen terug te vinden. Het woongedeelte beslaat een ruimte ter grootte van één of twee gebintvakken en de scheidingsmuur met het bedrijfsgedeelte bevindt zich ter plaatse van het eerste of tweede gebint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Indeling===&lt;br /&gt;
In het [[voorhuis]] doet de middenbeuk dienst als de voornaamste woonruimte, terwijl de lagere zijbeuken vooral secundaire werk-, slaap-, of bergruimten bevatten. Hier vindt men een kleine kelder, [[spoelruimte]], voorraadkamer, [[bedstede|bedsteden]] of slaapkamertjes. De stookplaats is meestal gesitueerd tegen de scheidingsmuur tussen voor- en achterhuis, die daarom ook wel [[brandmuur]] wordt genoemd. De voornaamste vensters bevinden zich in de kopgevel en vaak vindt men hier ook de voordeur. Het achterhuis bevat het bedrijfsgedeelte, met werkruimte, [[tasruimte]] voor de oogst en stallen voor de levende have. De brede middenbeuk wordt geheel in beslag genomen door de deel, die in de as van het gebouw ligt en daarom midden-langsdeel of [[langsdeel]] wordt genoemd. Op de lemen vloer van de deel vonden bij het oude gemengde bedrijf alle voorkomende werkzaamhedenplaats: hier werd [[dorsen|gedorst]], gevoerd etc. De beide buitenstijl-ruimten bevatten de stallen, met het vee opgesteld met de koppen naar de deel. De oogst werd bewaard op een [[slietenzolder|slietenzoldering]] boven de deel. Het [[dorsen|ongedorste]] graan of het hooi werd op deze zolder gebracht door een luik in de achtergevel of van binnenuit, via een opening in de zolder. De lage zoldertjes boven de stallen in de zijbeuken dienden als bergruimte voor hooi, stro en gereedschap. Deze voor het halletype zo kenmerkende indeling is ook van buitenaf zichtbaar door de plaats van de grote inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De stal- of mestdeuren bevinden zich aan weerszijden van de deeldeuren of ook wel in de zijgevels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verspreiding===&lt;br /&gt;
Deze eenvoudige, van oorsprong laat middeleeuwse huisvorm heeft in opzet een zeer grote verspreiding gekend. In de loop der tijd heeft het halletype zich echter in de afzonderlijke gebieden op sterk verschillende wijze ontwikkeld, al naar gelang de plaatselijke geografische, landbouwkundige, economische en sociale omstandigheden. Indeling, gebruik,constructie en hoofdopzet ondergingen tijdens dit proces meer of minder ingrijpende wijzigingen, waarbij incidenteel zelfs essentiële kenmerken verloren gingen. Voor- en achterhuis hebben zich bovendien grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, waardoor een groot aantal combinaties mogelijk is. Ook binnen de provincie Utrecht bestaan enkele streekgebonden varianten op het uitgangstype. Een aantal aspecten van de hallehuisontwikkeling komt echter door de hele provincie heen voor. Het betreft hier met name de [[de ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|ontwikkeling van woon- en werkruimten in het voorhuis]], waarvan een aantal variaties in de loop der tijd een zeer brede geografische verspreiding heeft gekregen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Houtconstructies]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7885</id>
		<title>Utrechts hallenhuis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7885"/>
		<updated>2016-01-27T10:31:18Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Indeling hallenhuis.png|thumb|right|Indeling hallenhuis. Bron: C. van Groningen, Boereninterieurs, In: Interieurs belicht, Zwolle 2001, p.122.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij De Ark Amerongen.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij De Ark te Amerongen. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gebint Boerderij Vroegh te Bunnik.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij Vroegh te Bunnik. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ankerbalkgebint.png|thumb|right|Ankerbalkgebint. Bron: S.J. van der Molen, Kijk op boerderijen, Amsterdam/Brussel 1979, p.37.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sporenkap en dekbalkjukconstructie.png|thumb|right|Boven: sporenkap, onder: kap met dekbalkjukconstructie. Bron:T. van der Heyden (red), Nederland dichterbij. Boerderijentypes Nederland, Den Haag 1996, p.11.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:3dkap.jpeg|thumb|right|Hallenhuis met ankerbalkgebint. Bron: R. van Acqouy, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, jaarboek 1983.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[hallenhuis|halletype]] komt in Utrecht veelvuldig voor. Aan de hand van een omschrijving door de Stichting Historisch Boerderij-onderzoek van de constructie, de kap, de indeling en de verspreiding wordt de verschijningsvorm van dit type boerderij in Utrecht hieronder uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie=== &lt;br /&gt;
Het halletype bestaat in zijn eenvoudigste opzet uit een compacte, [[beuk|driebeukige]] bouwmassa, waarbij woon- en bedrijfsruimten zich onder hetzelfde dak bevinden. Voor- en achterhuis zijn van elkaar gescheiden door een muur in dwarsrichting. De draagconstructie wordt gevormd door een houtskelet, bestaande uit een aantal op vaste onderlinge afstand geplaatste [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]]. Bij deze constructie bevindt de gebintbalk zich op een wat lager niveau tussen de beide [[stijl| stijlen]] en is daarmee verbonden door een aan de buitenzijde met [[wig|wiggen]] verankerde, doorgaande pen-en-gatverbinding [[pen-en-gatverbinding]]. De afzonderlijke gebinten, die hun stabiliteit in dwarsrichting ontlenen aan de diagonale [[schoor|schoren]], tussenstijlen en balk, staan op stenen [[poer|poeren]] en worden aan de bovenzijde in lengterichting gekoppeld door de [[gebintplaat|gebintplaten]], die de daksporen dragen. Aan weerszijden van de gebinten loopt het dak laag af, de zijmuren hebben bij het halletype over het algemeen een geringe hoogte. Tussen de beide rijen gebintstijlen bevindt zich de hoge [[middenbeuk]], met daarbuiten aan weerszijden de lagere zijbeuken. De gebinten staan op vaste onderlinge afstanden; de ruimte tussen twee gebinten heet een vak en de omvang van boerderijen wordt traditioneel uitgedrukt in het aantal gebintvakken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kapconstructie===&lt;br /&gt;
De kapconstructie bestaat in de oostelijke provincies meestal uit een eenvoudige [[sporenkap]]. In het midden en westen van het land (waaronder de provincie Utrecht) treft men overwegend een  aan, waarbij de sporen halverwege worden ondersteund door platen of gordingen. Hier komt bij de oudere boerderij en vooral de constructie met [[dekbalkgebint|dekbalkjuk]] algemeen voor. Het gewicht van het dak wordt vrijwel geheel gedragen door de gebinten; de wanden hebben hoofdzakelijk een afsluitende functie. De [[gebintconstructie|gebinten]] verlenen het gebouw behalve zijn draagstructuur tevens een onderverdeling in langs- en dwarsrichting. De driebeukige opzet in dwarsrichting en de onderverdeling in gebintvakken in langsrichting vormen tezamen het basisstramien voor de indeling van de boerderij. Dit principe is bij het halletype door het hele gebouw heen terug te vinden. Het woongedeelte beslaat een ruimte ter grootte van één of twee gebintvakken en de scheidingsmuur met het bedrijfsgedeelte bevindt zich ter plaatse van het eerste of tweede gebint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Indeling===&lt;br /&gt;
In het [[voorhuis]] doet de middenbeuk dienst als de voornaamste woonruimte, terwijl de lagere zijbeuken vooral secundaire werk-, slaap-, of bergruimten bevatten. Hier vindt men een kleine kelder, [[spoelruimte]], voorraadkamer, [[bedstede|bedsteden]] of slaapkamertjes. De stookplaats is meestal gesitueerd tegen de scheidingsmuur tussen voor- en achterhuis, die daarom ook wel [[brandmuur]] wordt genoemd. De voornaamste vensters bevinden zich in de kopgevel en vaak vindt men hier ook de voordeur. Het achterhuis bevat het bedrijfsgedeelte, met werkruimte, [[tasruimte]] voor de oogst en stallen voor de levende have. De brede middenbeuk wordt geheel in beslag genomen door de deel, die in de as van het gebouw ligt en daarom midden-langsdeel of [[langsdeel]] wordt genoemd. Op de lemen vloer van de deel vonden bij het oude gemengde bedrijf alle voorkomende werkzaamhedenplaats: hier werd [[dorsen|gedorst]], [[voeren|gevoerd]] etc. De beide buitenstijl-ruimten bevatten de stallen, met het vee opgesteld met de koppen naar de deel. De oogst werd bewaard op een [[slietenzolder|slietenzoldering]] boven de deel. Het [[dorsen|ongedorste]] graan of het hooi werd op deze zolder gebracht door een luik in de achtergevel of van binnenuit, via een opening in de zolder. De lage zoldertjes boven de stallen in de zijbeuken dienden als bergruimte voor hooi, stro en gereedschap. Deze voor het halletype zo kenmerkende indeling is ook van buitenaf zichtbaar door de plaats van de grote inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De stal- of mestdeuren bevinden zich aan weerszijden van de deeldeuren of ook wel in de zijgevels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verspreiding===&lt;br /&gt;
Deze eenvoudige, van oorsprong laat middeleeuwse huisvorm heeft in opzet een zeer grote verspreiding gekend. In de loop der tijd heeft het halletype zich echter in de afzonderlijke gebieden op sterk verschillende wijze ontwikkeld, al naar gelang de plaatselijke geografische, landbouwkundige, economische en sociale omstandigheden. Indeling, gebruik,constructie en hoofdopzet ondergingen tijdens dit proces meer of minder ingrijpende wijzigingen, waarbij incidenteel zelfs essentiële kenmerken verloren gingen. Voor- en achterhuis hebben zich bovendien grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, waardoor een groot aantal combinaties mogelijk is. Ook binnen de provincie Utrecht bestaan enkele streekgebonden varianten op het uitgangstype. Een aantal aspecten van de hallehuisontwikkeling komt echter door de hele provincie heen voor. Het betreft hier met name de [[de ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|ontwikkeling van woon- en werkruimten in het voorhuis]], waarvan een aantal variaties in de loop der tijd een zeer brede geografische verspreiding heeft gekregen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Houtconstructies]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7884</id>
		<title>Utrechts hallenhuis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7884"/>
		<updated>2016-01-27T10:28:54Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Indeling hallenhuis.png|thumb|right|Indeling hallenhuis. Bron: C. van Groningen, Boereninterieurs, In: Interieurs belicht, Zwolle 2001, p.122.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij De Ark Amerongen.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij De Ark te Amerongen. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gebint Boerderij Vroegh te Bunnik.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij Vroegh te Bunnik. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ankerbalkgebint.png|thumb|right|Ankerbalkgebint. Bron: S.J. van der Molen, Kijk op boerderijen, Amsterdam/Brussel 1979, p.37.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sporenkap en dekbalkjukconstructie.png|thumb|right|Boven: sporenkap, onder: kap met dekbalkjukconstructie. Bron:T. van der Heyden (red), Nederland dichterbij. Boerderijentypes Nederland, Den Haag 1996, p.11.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:3dkap.jpeg|thumb|right|Hallenhuis met ankerbalkgebint. Bron: R. van Acqouy, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, jaarboek 1983.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[hallenhuis|halletype]] komt in Utrecht veelvuldig voor. Aan de hand van een omschrijving door de Stichting Historisch Boerderij-onderzoek van de constructie, de kap, de indeling en de verspreiding wordt de verschijningsvorm van dit type boerderij in Utrecht hieronder uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie=== &lt;br /&gt;
Het halletype bestaat in zijn eenvoudigste opzet uit een compacte, [[beuk|driebeukige]] bouwmassa, waarbij woon- en bedrijfsruimten zich onder hetzelfde dak bevinden. Voor- en achterhuis zijn van elkaar gescheiden door een muur in dwarsrichting. De draagconstructie wordt gevormd door een houtskelet, bestaande uit een aantal op vaste onderlinge afstand geplaatste [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]]. Bij deze constructie bevindt de gebintbalk zich op een wat lager niveau tussen de beide [[stijl| stijlen]] en is daarmee verbonden door een aan de buitenzijde met [[wig|wiggen]] verankerde, doorgaande pen-en-gatverbinding [[pen-en-gatverbinding]]. De afzonderlijke gebinten, die hun stabiliteit in dwarsrichting ontlenen aan de diagonale [[schoor|schoren]], tussenstijlen en balk, staan op stenen [[poer|poeren]] en worden aan de bovenzijde in lengterichting gekoppeld door de [[gebintplaat|gebintplaten]], die de daksporen dragen. Aan weerszijden van de gebinten loopt het dak laag af, de zijmuren hebben bij het halletype over het algemeen een geringe hoogte. Tussen de beide rijen gebintstijlen bevindt zich de hoge [[middenbeuk]], met daarbuiten aan weerszijden de lagere zijbeuken. De gebinten staan op vaste onderlinge afstanden; de ruimte tussen twee gebinten heet een vak en de omvang van boerderijen wordt traditioneel uitgedrukt in het aantal gebintvakken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kapconstructie===&lt;br /&gt;
De kapconstructie bestaat in de oostelijke provincies meestal uit een eenvoudige [[sporenkap]]. In het midden en westen van het land (waaronder de provincie Utrecht) treft men overwegend een  aan, waarbij de sporen halverwege worden ondersteund door platen of gordingen. Hier komt bij de oudere boerderij en vooral de constructie met [[dekbalkjuk]] algemeen voor. Het gewicht van het dak wordt vrijwel geheel gedragen door de gebinten; de wanden hebben hoofdzakelijk een afsluitende functie. De [[gebintconstructie|gebinten]] verlenen het gebouw behalve zijn draagstructuur tevens een onderverdeling in langs- en dwarsrichting. De driebeukige opzet in dwarsrichting en de onderverdeling in gebintvakken in langsrichting vormen tezamen het basisstramien voor de indeling van de boerderij. Dit principe is bij het halletype door het hele gebouw heen terug te vinden. Het woongedeelte beslaat een ruimte ter grootte van één of twee gebintvakken en de scheidingsmuur met het bedrijfsgedeelte bevindt zich ter plaatse van het eerste of tweede gebint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Indeling===&lt;br /&gt;
In het [[voorhuis]] doet de middenbeuk dienst als de voornaamste woonruimte, terwijl de lagere zijbeuken vooral secundaire werk-, slaap-, of bergruimten bevatten. Hier vindt men een kleine kelder, [[spoelruimte]], voorraadkamer, [[bedstede|bedsteden]] of slaapkamertjes. De stookplaats is meestal gesitueerd tegen de scheidingsmuur tussen voor- en achterhuis, die daarom ook wel [[brandmuur]] wordt genoemd. De voornaamste vensters bevinden zich in de kopgevel en vaak vindt men hier ook de voordeur. Het achterhuis bevat het bedrijfsgedeelte, met werkruimte, [[tasruimte]] voor de oogst en stallen voor de levende have. De brede middenbeuk wordt geheel in beslag genomen door de deel, die in de as van het gebouw ligt en daarom midden-langsdeel of [[langsdeel]] wordt genoemd. Op de lemen vloer van de deel vonden bij het oude gemengde bedrijf alle voorkomende werkzaamhedenplaats: hier werd [[dorsen|gedorst]], [[voeren|gevoerd]] etc. De beide buitenstijl-ruimten bevatten de stallen, met het vee opgesteld met de koppen naar de deel. De oogst werd bewaard op een [[slietenzolder|slietenzoldering]] boven de deel. Het [[dorsen|ongedorste]] graan of het hooi werd op deze zolder gebracht door een luik in de achtergevel of van binnenuit, via een opening in de zolder. De lage zoldertjes boven de stallen in de zijbeuken dienden als bergruimte voor hooi, stro en gereedschap. Deze voor het halletype zo kenmerkende indeling is ook van buitenaf zichtbaar door de plaats van de grote inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De stal- of mestdeuren bevinden zich aan weerszijden van de deeldeuren of ook wel in de zijgevels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verspreiding===&lt;br /&gt;
Deze eenvoudige, van oorsprong laat middeleeuwse huisvorm heeft in opzet een zeer grote verspreiding gekend. In de loop der tijd heeft het halletype zich echter in de afzonderlijke gebieden op sterk verschillende wijze ontwikkeld, al naar gelang de plaatselijke geografische, landbouwkundige, economische en sociale omstandigheden. Indeling, gebruik,constructie en hoofdopzet ondergingen tijdens dit proces meer of minder ingrijpende wijzigingen, waarbij incidenteel zelfs essentiële kenmerken verloren gingen. Voor- en achterhuis hebben zich bovendien grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, waardoor een groot aantal combinaties mogelijk is. Ook binnen de provincie Utrecht bestaan enkele streekgebonden varianten op het uitgangstype. Een aantal aspecten van de hallehuisontwikkeling komt echter door de hele provincie heen voor. Het betreft hier met name de [[de ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|ontwikkeling van woon- en werkruimten in het voorhuis]], waarvan een aantal variaties in de loop der tijd een zeer brede geografische verspreiding heeft gekregen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Houtconstructies]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7883</id>
		<title>Utrechts hallenhuis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7883"/>
		<updated>2016-01-27T10:27:17Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Indeling hallenhuis.png|thumb|right|Indeling hallenhuis. Bron: C. van Groningen, Boereninterieurs, In: Interieurs belicht, Zwolle 2001, p.122.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij De Ark Amerongen.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij De Ark te Amerongen. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gebint Boerderij Vroegh te Bunnik.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij Vroegh te Bunnik. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ankerbalkgebint.png|thumb|right|Ankerbalkgebint. Bron: S.J. van der Molen, Kijk op boerderijen, Amsterdam/Brussel 1979, p.37.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sporenkap en dekbalkjukconstructie.png|thumb|right|Boven: sporenkap, onder: kap met dekbalkjukconstructie. Bron:T. van der Heyden (red), Nederland dichterbij. Boerderijentypes Nederland, Den Haag 1996, p.11.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:3dkap.jpeg|thumb|right|Hallenhuis met ankerbalkgebint. Bron: R. van Acqouy, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, jaarboek 1983.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[hallenhuis|halletype]] komt in Utrecht veelvuldig voor. Aan de hand van een omschrijving door de Stichting Historisch Boerderij-onderzoek van de constructie, de kap, de indeling en de verspreiding wordt de verschijningsvorm van dit type boerderij in Utrecht hieronder uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie=== &lt;br /&gt;
Het halletype bestaat in zijn eenvoudigste opzet uit een compacte, [[beuk|driebeukige]] bouwmassa, waarbij woon- en bedrijfsruimten zich onder hetzelfde dak bevinden. Voor- en achterhuis zijn van elkaar gescheiden door een muur in dwarsrichting. De draagconstructie wordt gevormd door een houtskelet, bestaande uit een aantal op vaste onderlinge afstand geplaatste [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]]. Bij deze constructie bevindt de gebintbalk zich op een wat lager niveau tussen de beide [[stijl| stijlen]] en is daarmee verbonden door een aan de buitenzijde met [[wig|wiggen]] verankerde, doorgaande pen-en-gatverbinding [[pen-en-gatverbinding]]. De afzonderlijke gebinten, die hun stabiliteit in dwarsrichting ontlenen aan de diagonale [[schoor|schoren]], tussenstijlen en balk, staan op stenen [[poer|poeren]] en worden aan de bovenzijde in lengterichting gekoppeld door de [[gebintplaat|gebintplaten]], die de daksporen dragen. Aan weerszijden van de gebinten loopt het dak laag af, de zijmuren hebben bij het halletype over het algemeen een geringe hoogte. Tussen de beide rijen gebintstijlen bevindt zich de hoge [[middenschip|middenbeuk]], met daarbuiten aan weerszijden de lagere zijbeuken. De gebinten staan op vaste onderlinge afstanden; de ruimte tussen twee gebinten heet een vak en de omvang van boerderijen wordt traditioneel uitgedrukt in het aantal gebintvakken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kapconstructie===&lt;br /&gt;
De kapconstructie bestaat in de oostelijke provincies meestal uit een eenvoudige [[sporenkap]]. In het midden en westen van het land (waaronder de provincie Utrecht) treft men overwegend een  aan, waarbij de sporen halverwege worden ondersteund door platen of gordingen. Hier komt bij de oudere boerderij en vooral de constructie met [[dekbalkjuk]] algemeen voor. Het gewicht van het dak wordt vrijwel geheel gedragen door de gebinten; de wanden hebben hoofdzakelijk een afsluitende functie. De [[gebintconstructie|gebinten]] verlenen het gebouw behalve zijn draagstructuur tevens een onderverdeling in langs- en dwarsrichting. De driebeukige opzet in dwarsrichting en de onderverdeling in gebintvakken in langsrichting vormen tezamen het basisstramien voor de indeling van de boerderij. Dit principe is bij het halletype door het hele gebouw heen terug te vinden. Het woongedeelte beslaat een ruimte ter grootte van één of twee gebintvakken en de scheidingsmuur met het bedrijfsgedeelte bevindt zich ter plaatse van het eerste of tweede gebint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Indeling===&lt;br /&gt;
In het [[voorhuis]] doet de middenbeuk dienst als de voornaamste woonruimte, terwijl de lagere zijbeuken vooral secundaire werk-, slaap-, of bergruimten bevatten. Hier vindt men een kleine kelder, [[spoelruimte]], voorraadkamer, [[bedstede|bedsteden]] of slaapkamertjes. De stookplaats is meestal gesitueerd tegen de scheidingsmuur tussen voor- en achterhuis, die daarom ook wel [[brandmuur]] wordt genoemd. De voornaamste vensters bevinden zich in de kopgevel en vaak vindt men hier ook de voordeur. Het achterhuis bevat het bedrijfsgedeelte, met werkruimte, [[tasruimte]] voor de oogst en stallen voor de levende have. De brede middenbeuk wordt geheel in beslag genomen door de deel, die in de as van het gebouw ligt en daarom midden-langsdeel of [[langsdeel]] wordt genoemd. Op de lemen vloer van de deel vonden bij het oude gemengde bedrijf alle voorkomende werkzaamhedenplaats: hier werd [[dorsen|gedorst]], [[voeren|gevoerd]] etc. De beide buitenstijl-ruimten bevatten de stallen, met het vee opgesteld met de koppen naar de deel. De oogst werd bewaard op een [[slietenzolder|slietenzoldering]] boven de deel. Het [[dorsen|ongedorste]] graan of het hooi werd op deze zolder gebracht door een luik in de achtergevel of van binnenuit, via een opening in de zolder. De lage zoldertjes boven de stallen in de zijbeuken dienden als bergruimte voor hooi, stro en gereedschap. Deze voor het halletype zo kenmerkende indeling is ook van buitenaf zichtbaar door de plaats van de grote inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De stal- of mestdeuren bevinden zich aan weerszijden van de deeldeuren of ook wel in de zijgevels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verspreiding===&lt;br /&gt;
Deze eenvoudige, van oorsprong laat middeleeuwse huisvorm heeft in opzet een zeer grote verspreiding gekend. In de loop der tijd heeft het halletype zich echter in de afzonderlijke gebieden op sterk verschillende wijze ontwikkeld, al naar gelang de plaatselijke geografische, landbouwkundige, economische en sociale omstandigheden. Indeling, gebruik,constructie en hoofdopzet ondergingen tijdens dit proces meer of minder ingrijpende wijzigingen, waarbij incidenteel zelfs essentiële kenmerken verloren gingen. Voor- en achterhuis hebben zich bovendien grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, waardoor een groot aantal combinaties mogelijk is. Ook binnen de provincie Utrecht bestaan enkele streekgebonden varianten op het uitgangstype. Een aantal aspecten van de hallehuisontwikkeling komt echter door de hele provincie heen voor. Het betreft hier met name de [[de ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|ontwikkeling van woon- en werkruimten in het voorhuis]], waarvan een aantal variaties in de loop der tijd een zeer brede geografische verspreiding heeft gekregen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Houtconstructies]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7882</id>
		<title>Utrechts hallenhuis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7882"/>
		<updated>2016-01-27T10:25:51Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Indeling hallenhuis.png|thumb|right|Indeling hallenhuis. Bron: C. van Groningen, Boereninterieurs, In: Interieurs belicht, Zwolle 2001, p.122.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij De Ark Amerongen.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij De Ark te Amerongen. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gebint Boerderij Vroegh te Bunnik.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij Vroegh te Bunnik. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ankerbalkgebint.png|thumb|right|Ankerbalkgebint. Bron: S.J. van der Molen, Kijk op boerderijen, Amsterdam/Brussel 1979, p.37.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sporenkap en dekbalkjukconstructie.png|thumb|right|Boven: sporenkap, onder: kap met dekbalkjukconstructie. Bron:T. van der Heyden (red), Nederland dichterbij. Boerderijentypes Nederland, Den Haag 1996, p.11.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:3dkap.jpeg|thumb|right|Hallenhuis met ankerbalkgebint. Bron: R. van Acqouy, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, jaarboek 1983.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[hallenhuis|halletype]] komt in Utrecht veelvuldig voor. Aan de hand van een omschrijving door de Stichting Historisch Boerderij-onderzoek van de constructie, de kap, de indeling en de verspreiding wordt de verschijningsvorm van dit type boerderij in Utrecht hieronder uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie=== &lt;br /&gt;
Het halletype bestaat in zijn eenvoudigste opzet uit een compacte, [[beuk|driebeukige]] bouwmassa, waarbij woon- en bedrijfsruimten zich onder hetzelfde dak bevinden. Voor- en achterhuis zijn van elkaar gescheiden door een muur in dwarsrichting. De draagconstructie wordt gevormd door een houtskelet, bestaande uit een aantal op vaste onderlinge afstand geplaatste [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]]. Bij deze constructie bevindt de gebintbalk zich op een wat lager niveau tussen de beide [[stijl (constructie)| stijlen]] en is daarmee verbonden door een aan de buitenzijde met [[wig|wiggen]] verankerde, doorgaande pen-en-gatverbinding [[pen-en-gatverbinding]]. De afzonderlijke gebinten, die hun stabiliteit in dwarsrichting ontlenen aan de diagonale [[schoor|schoren]], tussenstijlen en balk, staan op stenen [[poer|poeren]] en worden aan de bovenzijde in lengterichting gekoppeld door de [[gebintplaat|gebintplaten]], die de daksporen dragen. Aan weerszijden van de gebinten loopt het dak laag af, de zijmuren hebben bij het halletype over het algemeen een geringe hoogte. Tussen de beide rijen gebintstijlen bevindt zich de hoge [[middenschip|middenbeuk]], met daarbuiten aan weerszijden de lagere zijbeuken. De gebinten staan op vaste onderlinge afstanden; de ruimte tussen twee gebinten heet een vak en de omvang van boerderijen wordt traditioneel uitgedrukt in het aantal gebintvakken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kapconstructie===&lt;br /&gt;
De kapconstructie bestaat in de oostelijke provincies meestal uit een eenvoudige [[sporenkap]]. In het midden en westen van het land (waaronder de provincie Utrecht) treft men overwegend een  aan, waarbij de sporen halverwege worden ondersteund door platen of gordingen. Hier komt bij de oudere boerderij en vooral de constructie met [[dekbalkjuk]] algemeen voor. Het gewicht van het dak wordt vrijwel geheel gedragen door de gebinten; de wanden hebben hoofdzakelijk een afsluitende functie. De [[gebintconstructie|gebinten]] verlenen het gebouw behalve zijn draagstructuur tevens een onderverdeling in langs- en dwarsrichting. De driebeukige opzet in dwarsrichting en de onderverdeling in gebintvakken in langsrichting vormen tezamen het basisstramien voor de indeling van de boerderij. Dit principe is bij het halletype door het hele gebouw heen terug te vinden. Het woongedeelte beslaat een ruimte ter grootte van één of twee gebintvakken en de scheidingsmuur met het bedrijfsgedeelte bevindt zich ter plaatse van het eerste of tweede gebint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Indeling===&lt;br /&gt;
In het [[voorhuis]] doet de middenbeuk dienst als de voornaamste woonruimte, terwijl de lagere zijbeuken vooral secundaire werk-, slaap-, of bergruimten bevatten. Hier vindt men een kleine kelder, [[spoelruimte]], voorraadkamer, [[bedstede|bedsteden]] of slaapkamertjes. De stookplaats is meestal gesitueerd tegen de scheidingsmuur tussen voor- en achterhuis, die daarom ook wel [[brandmuur]] wordt genoemd. De voornaamste vensters bevinden zich in de kopgevel en vaak vindt men hier ook de voordeur. Het achterhuis bevat het bedrijfsgedeelte, met werkruimte, [[tasruimte]] voor de oogst en stallen voor de levende have. De brede middenbeuk wordt geheel in beslag genomen door de deel, die in de as van het gebouw ligt en daarom midden-langsdeel of [[langsdeel]] wordt genoemd. Op de lemen vloer van de deel vonden bij het oude gemengde bedrijf alle voorkomende werkzaamhedenplaats: hier werd [[dorsen|gedorst]], [[voeren|gevoerd]] etc. De beide buitenstijl-ruimten bevatten de stallen, met het vee opgesteld met de koppen naar de deel. De oogst werd bewaard op een [[slietenzolder|slietenzoldering]] boven de deel. Het [[dorsen|ongedorste]] graan of het hooi werd op deze zolder gebracht door een luik in de achtergevel of van binnenuit, via een opening in de zolder. De lage zoldertjes boven de stallen in de zijbeuken dienden als bergruimte voor hooi, stro en gereedschap. Deze voor het halletype zo kenmerkende indeling is ook van buitenaf zichtbaar door de plaats van de grote inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De stal- of mestdeuren bevinden zich aan weerszijden van de deeldeuren of ook wel in de zijgevels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verspreiding===&lt;br /&gt;
Deze eenvoudige, van oorsprong laat middeleeuwse huisvorm heeft in opzet een zeer grote verspreiding gekend. In de loop der tijd heeft het halletype zich echter in de afzonderlijke gebieden op sterk verschillende wijze ontwikkeld, al naar gelang de plaatselijke geografische, landbouwkundige, economische en sociale omstandigheden. Indeling, gebruik,constructie en hoofdopzet ondergingen tijdens dit proces meer of minder ingrijpende wijzigingen, waarbij incidenteel zelfs essentiële kenmerken verloren gingen. Voor- en achterhuis hebben zich bovendien grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, waardoor een groot aantal combinaties mogelijk is. Ook binnen de provincie Utrecht bestaan enkele streekgebonden varianten op het uitgangstype. Een aantal aspecten van de hallehuisontwikkeling komt echter door de hele provincie heen voor. Het betreft hier met name de [[de ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|ontwikkeling van woon- en werkruimten in het voorhuis]], waarvan een aantal variaties in de loop der tijd een zeer brede geografische verspreiding heeft gekregen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Houtconstructies]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7881</id>
		<title>Utrechts hallenhuis</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Utrechts_hallenhuis&amp;diff=7881"/>
		<updated>2016-01-27T10:24:41Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Indeling hallenhuis.png|thumb|right|Indeling hallenhuis. Bron: C. van Groningen, Boereninterieurs, In: Interieurs belicht, Zwolle 2001, p.122.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij De Ark Amerongen.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij De Ark te Amerongen. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Gebint Boerderij Vroegh te Bunnik.jpeg|thumb|right|Ankerbalkgebint in boerderij Vroegh te Bunnik. Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Ankerbalkgebint.png|thumb|right|Ankerbalkgebint. Bron: S.J. van der Molen, Kijk op boerderijen, Amsterdam/Brussel 1979, p.37.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Sporenkap en dekbalkjukconstructie.png|thumb|right|Boven: sporenkap, onder: kap met dekbalkjukconstructie. Bron:T. van der Heyden (red), Nederland dichterbij. Boerderijentypes Nederland, Den Haag 1996, p.11.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:3dkap.jpeg|thumb|right|Hallenhuis met ankerbalkgebint. Bron: R. van Acqouy, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, jaarboek 1983.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
Het [[hallenhuis|halletype]] komt in Utrecht veelvuldig voor. Aan de hand van een omschrijving door de Stichting Historisch Boerderij-onderzoek van de constructie, de kap, de indeling en de verspreiding wordt de verschijningsvorm van dit type boerderij in Utrecht hieronder uitgelegd.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Constructie=== &lt;br /&gt;
Het halletype bestaat in zijn eenvoudigste opzet uit een compacte, [[beuk|driebeukige]] bouwmassa, waarbij woon- en bedrijfsruimten zich onder hetzelfde dak bevinden. Voor- en achterhuis zijn van elkaar gescheiden door een muur in dwarsrichting. De draagconstructie wordt gevormd door een houtskelet, bestaande uit een aantal op vaste onderlinge afstand geplaatste [[ankerbalkgebint|ankerbalkgebinten]]. Bij deze constructie bevindt de gebintbalk zich op een wat lager niveau tussen de beide stijlen [stijl (constructie)] en is daarmee verbonden door een aan de buitenzijde met [[wig|wiggen]] verankerde, doorgaande pen-en-gatverbinding [[pen-en-gatverbinding]]. De afzonderlijke gebinten, die hun stabiliteit in dwarsrichting ontlenen aan de diagonale [[schoor|schoren]], tussenstijlen en balk, staan op stenen [[poer|poeren]] en worden aan de bovenzijde in lengterichting gekoppeld door de [[gebintplaat|gebintplaten]], die de daksporen dragen. Aan weerszijden van de gebinten loopt het dak laag af, de zijmuren hebben bij het halletype over het algemeen een geringe hoogte. Tussen de beide rijen gebintstijlen bevindt zich de hoge [[middenschip|middenbeuk]], met daarbuiten aan weerszijden de lagere zijbeuken. De gebinten staan op vaste onderlinge afstanden; de ruimte tussen twee gebinten heet een vak en de omvang van boerderijen wordt traditioneel uitgedrukt in het aantal gebintvakken. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Kapconstructie===&lt;br /&gt;
De kapconstructie bestaat in de oostelijke provincies meestal uit een eenvoudige [[sporenkap]]. In het midden en westen van het land (waaronder de provincie Utrecht) treft men overwegend een  aan, waarbij de sporen halverwege worden ondersteund door platen of gordingen. Hier komt bij de oudere boerderij en vooral de constructie met [[dekbalkjuk]] algemeen voor. Het gewicht van het dak wordt vrijwel geheel gedragen door de gebinten; de wanden hebben hoofdzakelijk een afsluitende functie. De [[gebintconstructie|gebinten]] verlenen het gebouw behalve zijn draagstructuur tevens een onderverdeling in langs- en dwarsrichting. De driebeukige opzet in dwarsrichting en de onderverdeling in gebintvakken in langsrichting vormen tezamen het basisstramien voor de indeling van de boerderij. Dit principe is bij het halletype door het hele gebouw heen terug te vinden. Het woongedeelte beslaat een ruimte ter grootte van één of twee gebintvakken en de scheidingsmuur met het bedrijfsgedeelte bevindt zich ter plaatse van het eerste of tweede gebint. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Indeling===&lt;br /&gt;
In het [[voorhuis]] doet de middenbeuk dienst als de voornaamste woonruimte, terwijl de lagere zijbeuken vooral secundaire werk-, slaap-, of bergruimten bevatten. Hier vindt men een kleine kelder, [[spoelruimte]], voorraadkamer, [[bedstede|bedsteden]] of slaapkamertjes. De stookplaats is meestal gesitueerd tegen de scheidingsmuur tussen voor- en achterhuis, die daarom ook wel [[brandmuur]] wordt genoemd. De voornaamste vensters bevinden zich in de kopgevel en vaak vindt men hier ook de voordeur. Het achterhuis bevat het bedrijfsgedeelte, met werkruimte, [[tasruimte]] voor de oogst en stallen voor de levende have. De brede middenbeuk wordt geheel in beslag genomen door de deel, die in de as van het gebouw ligt en daarom midden-langsdeel of [[langsdeel]] wordt genoemd. Op de lemen vloer van de deel vonden bij het oude gemengde bedrijf alle voorkomende werkzaamhedenplaats: hier werd [[dorsen|gedorst]], [[voeren|gevoerd]] etc. De beide buitenstijl-ruimten bevatten de stallen, met het vee opgesteld met de koppen naar de deel. De oogst werd bewaard op een [[slietenzolder|slietenzoldering]] boven de deel. Het [[dorsen|ongedorste]] graan of het hooi werd op deze zolder gebracht door een luik in de achtergevel of van binnenuit, via een opening in de zolder. De lage zoldertjes boven de stallen in de zijbeuken dienden als bergruimte voor hooi, stro en gereedschap. Deze voor het halletype zo kenmerkende indeling is ook van buitenaf zichtbaar door de plaats van de grote inrijdeuren in het midden van de achtergevel. De stal- of mestdeuren bevinden zich aan weerszijden van de deeldeuren of ook wel in de zijgevels. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verspreiding===&lt;br /&gt;
Deze eenvoudige, van oorsprong laat middeleeuwse huisvorm heeft in opzet een zeer grote verspreiding gekend. In de loop der tijd heeft het halletype zich echter in de afzonderlijke gebieden op sterk verschillende wijze ontwikkeld, al naar gelang de plaatselijke geografische, landbouwkundige, economische en sociale omstandigheden. Indeling, gebruik,constructie en hoofdopzet ondergingen tijdens dit proces meer of minder ingrijpende wijzigingen, waarbij incidenteel zelfs essentiële kenmerken verloren gingen. Voor- en achterhuis hebben zich bovendien grotendeels onafhankelijk van elkaar ontwikkeld, waardoor een groot aantal combinaties mogelijk is. Ook binnen de provincie Utrecht bestaan enkele streekgebonden varianten op het uitgangstype. Een aantal aspecten van de hallehuisontwikkeling komt echter door de hele provincie heen voor. Het betreft hier met name de [[de ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht|ontwikkeling van woon- en werkruimten in het voorhuis]], waarvan een aantal variaties in de loop der tijd een zeer brede geografische verspreiding heeft gekregen.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Boerderijen Utrecht]]: regionale verschillen in Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Houtconstructies]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
	<entry>
		<id>https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Boerderijen_Utrecht&amp;diff=7880</id>
		<title>Boerderijen Utrecht</title>
		<link rel="alternate" type="text/html" href="https://www.agriwiki.nl/index.php?title=Boerderijen_Utrecht&amp;diff=7880"/>
		<updated>2016-01-27T10:04:45Z</updated>

		<summary type="html">&lt;p&gt;Beheerder: &lt;/p&gt;
&lt;hr /&gt;
&lt;div&gt;[[Bestand:Grondverdeling in Utrecht.png|thumb|right|Grondsoorten in de provincie Utrecht. Bron: R. Blijdenstein, Tastbare Tijd. Cultuurhistoriscche atlas vande provincie Utrecht, Utrecht 2005, p. 75; A.A. Brombacher &amp;amp; W. Hoogendoorn, Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, Utrecht 1997, p.65.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:HoevedeBeek Woudenberg.JPG|thumb|right|Hoeve De Beek te Woudenberg in het Utrechtse zandgebied met schuur, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Boerderij Nieuwegein.jpg|thumb|right|Boerderij te Nieuwegein in het Utrechts rivierengebied met uitbreidingen in zijwaartse richting en een losstaand bakhuis, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
[[Bestand:Kockengen (1)Wagendijk met zomerhuis.JPG|thumb|right|Boerderij te Kockengen in het Utrechts weidegebied met een zomerhuis en een hooiberg direct achter de boerderij, Bron: Boerderijen Stichting Utrecht.]]&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
'''Variaties op één thema.'''&lt;br /&gt;
De boerderijen in de provincie Utrecht vormen geen echt afzonderlijke groep, maar sluiten in vorm, constructie en indeling nauw aan bij die uit de omringende gebieden. Daarbinnen bestaan echter wel de nodige regionale varianten. Door haar situering op het ontmoetingspunt van [[zandgrond|zand-]], [[veengrond|veen-]] en [[rivierkleigronden|rivierkleigrond]] valt de provincie bodemkundig uiteen in drie delen. De bedrijfsvormen en daarmee ook de boerderijtypen binnen deze regio's komen sterk overeen met die in de aansluitende Gelderse en Zuidhollandse landbouwgebieden. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Zandgebied===&lt;br /&gt;
Zo vertoont de [[Utrechts Zandgebied|bebouwing op de zandgronden in het midden en oosten van de provincie]] grote overeenkomst met die op de Veluwe. De boerderijen in dit gebied kenmerken zich door een eenvoudige hoofdvorm met al dan niet [[wolfdak|afgewolfd zadeldak]] en lage zijgevels; in het midden van de achtergevel bevinden zich brede deeldeuren. Bijzondere bedrijfsonderdelen zoals de [[tabaksschuur|tabaksteelt]] en de [[schaapskooi|schapenhouderij]] hebben in dit gebied hun sporen nagelaten in de vorm van speciale bijgebouwen. &lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Rivierengebied===&lt;br /&gt;
Het zuidelijke deel van de provincie, met het Kromme Rijngebied, maakt onderdeel uit van het [[Utrechts rivierengebied|rivierengebied]]. Het exterieur van het bedrijfsgedeelte in deze streek komt in grote lijnen overeen met dat op de zandgronden. Naast de enkelvoudige huisvorm met zadeldak en lage zijgevels vindt men hier echter ook veel boerderijen waarvan het woonhuis aan één of aan beide zijden in dwarsrichting is uitgebouwd: de [[t-huisboerderij|krukhuis- of T-huisboerderij]].&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Weidegebied===&lt;br /&gt;
In het [[Utrechts weidegebied|westelijke veengebied]] en in de Lopikerwaard heeft zich een boerderijvorm ontwikkeld met lage, langgerekte bouwmassa en afgewolfd zadeldak. Het voorhuis heeft meestal betrekkelijk lage zijgevels, maar is soms aan één zijde voorzien van een hoge aanbouw met [[melkkamer|melkkelder]] en [[opkamer]]. De brede deeldeuren ontbreken hier en in het midden van de achtergevel bevindt zich alleen een smalle doorgang. Direct daarachter staan een of meer hooibergen en naast de boerderijen vindt men [[zomerhuis|zomerhuizen]] en [[spoelhok|spoelhokken]]. In het laaggelegen gebied van de Lopikerwaard is het hoofdgebouw bovendien dikwijls voorzien van allerlei soorten vloedvoorzieningen. In het noordwesten, langs het Gein en in het gebied onder de rook van Amsterdam, bevinden zich veel boerderijen met een opvallend groot en statig voorhuis, dat in het verleden 's zomers dienst deed als buitenhuis voor de landeigenaar. In het uiterste noordoosten tenslotte, in het Eemland, heeft zich een eigen variant voor het weidebedrijf ontwikkeld, die in verschillende opzichten sterk doet denken aan de boerderijvormen uit het westelijke veengebied.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Het halletype===&lt;br /&gt;
Ondanks al dergelijke regionale verschillen die zich uiteraard niet beperken tot het exterieur, maar zich ook uitstrekken tot indeling, gebruik en constructie van de gebouwen, behoren de oudere boerderijen in de provincie Utrecht in opzet alle tot dezelfde uitgangsvorm: [[Utrechts hallenhuis|het halletype]]. Deze huisgroep omvat het grootste deel van de Nederlandse boerderijvormen en strekt zich in allerlei variaties uit over het gehele midden van ons land, van de oostgrens tot aan de westelijke kuststreek.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Bron===&lt;br /&gt;
Deze tekst is afkomstig uit: Stichting Historisch Boerderij-onderzoek, Landelijke bouwkunst. Utrecht, Arnhem 1993. De mappen Landelijke bouwkunst van de SHBO met opmetingstekeningen zijn in te zien in de bibliotheek van de RCE.&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
===Verder lezen===&lt;br /&gt;
*[[Utrechts hallenhuis]]: algemene boerderijkenmerken in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[De ontwikkeling van het voorhuis in Utrecht]]: T-huisontwikkeling geldend voor de gehele provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts Zandgebied]]: boerderijtypologie op de zandgronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts rivierengebied]]: boerderijtypologie op de kleigronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
*[[Utrechts weidegebied]]: boerderijtypologie op de veengronden in de provincie Utrecht&lt;br /&gt;
&lt;br /&gt;
[[categorie:Boerderijtypologie]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Regionale verschillen]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Erven en landschap]]&lt;br /&gt;
[[categorie:Landschap]]&lt;/div&gt;</summary>
		<author><name>Beheerder</name></author>
	</entry>
</feed>