Wand

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De verschillen die de historische boerderijtypen in Nederland in vorm vertonen zijn vaak groter dan de verschillen in gebruikte bouwmaterialen. De meeste nog bestaande historische boerderijen in Nederland hebben namelijk muren uit baksteen, ofschoon er ook uitzonderingen op die regel zijn. Zo hebben veel stolpen in Noord-Holland, maar ook veel Zeeuwse schuren, houten wanden. Andere uitzonderingen vormen het vakwerk dat vooral in Zuid-Limburg, maar incidenteel ook nog in het oosten van het land bij boerderijen worden aangetroffen, en de natuursteenwanden die in sommige delen van Zuid-Limburg te vinden zijn.

Vitswerk

Een enkele keer, als ergens in Nederland de resten van een vroegmiddeleeuwse of nog oudere boerderij worden opgegraven, blijkt dat de wanden ervan uit beleemd vlechtwerk ofwel vistwerk waren gemaakt. Op regelmatige afstand van elkaar waren eiken- of berkenhouten roeden in de grond gestoken, waaromheen hazelaartwijgen, wilgenteen of latten waren gevlochten. De ruwe rand was daarna met leem bedekt en gladgestreken. Omdat leem nogal brokkelig is als het droogt, werd het vermengd met kort gehakt stro of koemest. Mits goed droog gehouden konden lemen wanden lang meegaan.

Stro

Het waren de armere keuterboeren van de zuidelijke zandgronden en in het oosten van het land die hun woningen van natuurlijke en lokale grondstoffen moesten maken zoals stro. Dit werd ook gebruikt in combinatie met hout of vitswerk.

Vakwerk

Vanaf de elfde eeuw is vervolgens steeds meer vakwerk toegepast, waarbij het vlechtwerk werd opgenomen in een raamwerk van horizontale en verticale balken. De bloeitijd van deze bouwwijze lag in de twaalfde en dertiende eeuw, toen de economie op het platteland floreerde. Waar men moeilijk aan leem kon komen, bekleedde men de wanden ook wel met heide, riet of stro.

Hout

Waar men meer geld had en over voldoende hout beschikte, werden vaak geheel houten wanden gemaakt. Met name in Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland hebben boerderijen en schuren van oudsher vaak houten wanden. In Noord-Holland en Zeeland is houtbouw eeuwenlang een traditie geweest. Wat Noord-Holland betreft is dat niet zo verwonderlijk, want daar was een uitgebreide houtindustrie ten behoeve van de scheepsbouw. Bovendien is hout lichter dan steen en deze eigenschap komt op een drassige, weinig draagkrachtige bodem goed van pas. Houtbouw moet natuurlijk tegen de weersinvloeden worden beschermd. Vanaf de Middeleeuwen en misschien nog wel eerder werd hiervoor houtteer gebruikt.

Baksteen

Uit het einde van de dertiende eeuw dateert de intrede van baksteen in boerderijbouw. Kloosterorden introduceerden dit bouwmateriaal op het platteland, zij het dat het aanvankelijk nog een zeldzaamheid bleef. Pas in de tweede helft van de vijftiende eeuw, in een hernieuwde periode van hoogconjunctuur, zette de toepassing van baksteen in de boerderijbouw door, waarna de verstening van het platteland in het westen, noorden en langs de grote rivieren in de loop van de zestiende eeuw werd voltooid. Elders op het Nederlandse platteland heeft de verstening van het boerderijgebouw zich veel langzamer voltrokken, waarbij het tijdstip van invoering van plaats tot plaats sterk uiteen kan lopen. Factoren als de afstand tot kleivoorkomens en welstand speelden daarbij een rol. De boeren in het westen van Nederland, in de omgeving van de opkomende steden, moesten al snel in een open geldeconomie functioneren, waardoor ze kapitaal opbouwden. Op de zandgronden in het oosten en zuiden overheersten lange tijd meer gesloten landbouwsystemen, waarbij pachten en overige lasten veelal in natura werden betaald. Daar bleef het nog lang gebruikelijk om de wanden van boerderijen uit vakwerk te maken.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • Nederland dichtbij Boerderijen
  • 'Wanden uit stro', Landleven 4e jaargang, nummer 2- maart/april 1999
  • 'Het Onderhoud van Houten Wanden', Landleven 5e jaargang, nummer 5- september/oktober 2000

Links

Verder lezen