Strowand

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Een strowand als topgevel van het kleine los hoes uit Beuningen. Bron: Bos, J.M., Nederlands Openluchtmuseum Museumgids, Arnhem 1977, pag. 63, 110.

In ons land zijn boerderijen met wanden die uit stro zijn gemaakt nagenoeg uit het beeld verdwenen. Slechts hier en daar kom je op het platteland nog een schuur of boerderij met strowanden tegen.

Openlucht Museum

In het Openluchtmuseum in Arnhem staat nog een fraai voorbeeld. Daar is een boerderij uit Beuningen in Overijssel herbouwd. De boerderij heeft rechtopgaande topgevels die zijn beschermd door strovlechtwerk. Het stovlechtwerk is heel kunstig gemaakt en geeft de boerderij een schilderachtig aanzien. Maar het stro getuigt in feite van een harde werkelijkheid: het was een goedkoop bouwmateriaal dat een Beuningse keuterboer en zijn gezin beschermde tegen weer en wind.

De constructie

Stro werd vaak in combinatie met andere bouwmaterialen gebruikt, bijvoorbeeld met hout of vlechtwerk. De wanden van de boerderijen bestonden vroeger vaak uit beleemd vlechtwerk. In Drenthe, Twente en Noord-Brabant werd daarbij stro gebruikt. Van het stro werden bundels gedraaid die om de verticale spijlen in een vakwerkwand werden gevlochten. Het strovlechtwerk werd daarna afgesmeerd met leem. Een andere manier om een strowand te maken was door aan de binnen- en aan de buitenkant van het vakwerk latten te bevestigen. Tussen de latten werden bossen stro gestoken. Daarna werd de wand met kalk of leem afgewerkt. In het verleden werden boerderijen vrijwel uitsluitend met natuurlijke bouwmaterialen zoals hout, leem, riet en ook stro, gebouwd. Baksteen kwam pas in de loop van de Middeleeuwen in gebruik en dan nog maar mondjesmaat. In armere streken, zoals op de Brabantste en Noord-Limburgse zandgronden en in het oosten van ons land, zijn goedkopere bouwmaterialen nog lang in gebruik gebleven.

Schilderachtig

In sommige delen van het land werden de wanden van hooibergen en andere bijgebouwtjes van stro voorzien. Dat gebeurde alleen maar als de achterliggende ruimte wind- en weerdicht moest zijn. Om het stro vast te zetten werden verschillende technieken toegepast. Bij de meest gebruikte, traditionele manier wordt het stro met dunne, buigzame takjes (garden) en tenen op horizontale latten gebonden. Als die latten op het vakwerk zijn gespijkerd wordt ook het houtskelet geheel met stro bedekt. Soms zijn de latten tussen de stijlen van de houtconstructie bevestigd. Hierdoor blijven de stijlen en ook de garden en tenen in het zicht en staan daardoor bloot aan weersinvloeden. Om de duurzaamheid te verhogen worden de knopen vaak afgedekt met zogenaamde waterdoppen of met verticale of ruitvormige strobindingen. Dat levert een heel decoratief, schilderachtig patroon op en wordt daarom meestal als versiering gezien. In de eerste plaats dienen de doppen en bindingen echter als bescherming.

Het einde van de strowanden

Stro wordt al lang niet meer als bouwmateriaal gebruikt. Daar zijn een aantal redenen voor. Eén daarvan is de gestegen welvaart, waardoor men zich duurzamere alternatieven kon permitteren. En hoe gek het ook klinkt: stro is veel te duur geworden. Stro is erg bewerkelijk en heeft een relatief korte levensduur. Het moet regelmatig bijgewerkt of vervangen worden. In het verleden, toen arbeid nog goedkoop was, was dat geen probleem. Tegenwoordig is het voordeliger om in duurdere materialen als baksteen en dakpannen te investeren en arbeidskosten tot een minimum te beperken. Ook is er steeds minder geschikt stro beschikbaar. Door de komst van kunstmest en de grote oogstmachine zijn de stengels van het ‘moderne’ stro niet stevig genoeg of beschadigd. Het alternatief is dungezaaid koren dat op de traditionele manier bemest en met de hand geoogst is. Maar dat is tegenwoordig erg kostbaar.

Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Wanden uit stro', Landleven 4e jaargang, nummer 2- maart/april 1999

Links

Verder lezen