Standgroen

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Op de achterzijde van dit luik is een toverbal gemaakt. De bovenste laag is standgroen. De bladder is donker blauwgrijs en is afkomstig van de voorkant van hetzelfde luik. Omdat de voorkant altijd in de zon staat, is deze kant veel donkerder en blauwer geworden. Foto: Bureau Helsdingen

Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.

Historisch kleurgebruik

Bij een goede restauratie is een op de historie gebaseerde kleurkeuze belangrijk. Om het historisch kleurgebruik te begrijpen, is kennis over de belangrijkste historische pigmenten nodig. Er zijn kleuren waarvoor één pigment gebruikt wordt, maar kleuren kunnen ook gemaakt worden met behulp van meerdere pigmenten. Een daarvan is standgroen.Voor deze kleur is een aantal synoniemen in omloop: grachtengroen, monumentengroen of rijtuiggroen. Standgroen is voor een historische verf de beste naam, omdat het voorvoegsel ‘stand’ iets zegt over de kwaliteit van de verf. In de standverven wordt standolie als bindmiddel toegepast in combinatie met het transparante pigment Bremergroen. Door deze combinatie ontstaat een hele sterke koperverbinding, waardoor de verf lang standhoudt. Tegenwoordig is standgroen een naam van een kleur geworden en niet meer een naam van een kwaliteit.

Geschiedenis en gebruik

Rond 1830 werd er voor het eerst standgroen gemaakt waarvoor er naast Bremergroen en standolie ook Berlijns blauw en gele oker werd gebruikt. Later werd standgroen ook gemaakt met andere gele pigmenten. Deze kleurgroep werd veel toegepast bij grachtenpanden in onder andere Amsterdam, waardoor deze kleurgroep de naam grachtengroen kreeg. Vervolgens werd deze kleurgroep ook buiten de grachten toegepast. In dit geval noemt men deze kleurgroep monumentengroen.

Verkleuren

Het geel in de verf wordt aangetast door zonlicht en neemt in sterkte af. Hierdoor komt het blauw meer naar voren in de verf. De verf verdonkert en krijgt een blauwe gloed. Dit geldt ook voor de moderne synthetische standgroene verven! Als men nu het pand over laat schilderen en de schilder de opdracht geeft: “Dezelfde kleur als er nu op zit”, dan kiest de schilder in feite een donkerder tint dan er in werkelijkheid op zit. Na een eeuw is onbewust de oorspronkelijke middengroene kleur een donkere groenblauwige kleur geworden. Ook komt het voor dat na een restauratie uit onwetendheid voor blauwe ramen of luiken wordt gekozen. Vanwege de inwerking van het licht op deze kleur is het goed om altijd goed achter latjes, in sponningen en in donkere hoekjes te kijken.

Kleurnummers

Met een bepaald pigment kan men een bepaalde kleur maken. Hoe die kleur precies uitpakt is onder andere afhankelijk van het gebruikte bindmiddel, de mengverhouding, de ondergrond en de lichtinval. Daarnaast zijn historische pigmenten vaak natuurlijke stoffen en dus nooit constant van kwaliteit en kleur. Ook zorgen verwering en vervuiling voor het veranderen van de kleuren. De genoemde kleurnummers zijn daarom slechts een indicatie!

Verder kunnen foto’s en beeldschermen onderling sterk verschillen in de weergave van een kleur (dit is goed te zien in een tv-winkel). Ook zijn kleuren in een boek of een folder onbetrouwbaar. Alleen een echte verfwaaier geeft een betrouwbare weergave van een kleur.

Tot slot komen de namen die verffabrikanten aan bepaalde kleuren geven lang niet altijd overeen met de kleuren die verkregen worden als de genoemde pigmenten in olie worden aangemaakt.

De bovenstaande kanttekeningen in acht nemend volgen hieronder toch hier enkele kleurnummers ter indicatie, omdat dit de enige betrouwbare manier is om weer te geven hoe een kleur eruitziet.

Rijtuig- of standgroen (standolie)

ACC code: -

NCS code: S8505-B80G

RAL code: -

Standgroen 1 licht (gele oker, Berlijns blauw) (standolie)

ACC code: K2.10.30, LO.20.20 of J5.16.15

NCS code: S7020-G30Y

RAL code: 6007

Standgroen 2 donker (gele oker, Berlijns blauw) (standolie)

ACC code: QO.20.20, QO.10.20, NO.20.20 of N3.11.17

NCS code: S8010-B50G

RAL code: 6012 iets donkerder

Standgroen 1

ACC code: -

NCS code: S8010-B30G

RAL code: -

Standgroen 2

ACC code: -

NCS code: S8010-B10G

RAL code: -

Standgroen 3

ACC code: QO.05.10

NCS code: S86.02-B82G of S8505-B80G

RAL code: -

Standgroen 4

ACC code: L1.18.14

NCS code: -

RAL code: 6009

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)