Restauratie-ethiek

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Restauratie-ethiek of restauratiefilosofie gaat over de denkbeelden die men heeft over restaureren die bepalen welke keuzes men maakt.

Behouden gaat voor vernieuwen

Bij het restaureren van een historische boerderij gaat er onherroepelijk historisch bouwmateriaal verloren. Het behoud van het historische materiaal is altijd het uitgangspunt. Pas als het echt niet anders kan, moet er gekozen worden voor het vernieuwen.

Neem het gebouw als uitgangspunt

Dat het bestaande gebouw het uitgangspunt is bij een restauratie lijkt een open deur. De praktijk is echter anders. Zeker bij een herbestemming is het altijd puzzelen om de nieuwe functies in het bestaande gebouw te passen. Als het dan niet in een keer past, wat dan? Wordt dan een muur of een raam verplaatst of puzzelt de architect nog even door totdat het wel past. Als er wensen zijn die in conflict komen met het gebouw; worden dan de wensen aangepast of het gebouw? Of zoekt men net zo lang totdat er een oplossing wordt gevonden die zowel de wensen als het gebouw recht doen? Hier zijn geen pasklare antwoorden voor. Iedere boerderij is anders en dat is ook de charme van een oud gebouw. Een goede oplossing voor een lastig probleem is meestal een eenvoudige logische oplossing. Een oplossing waarvan iedereen zegt: natuurlijk doe je het zo. Het ironische is echter dat het vaak extra tijd kost om tot een eenvoudige logische oplossing te komen. Het gebouw als uitgangspunt nemen, betekent dus dat men de tijd neemt om tot een afgewogen plan te komen waarbij de nieuwe functies op een respectvolle en logische manier in het historische pand worden gepast.

Bouwhistorisch onderzoek is de basis van het ontwerp

Bij een bouwhistorisch onderzoek wordt het gebouw grondig onderzocht door een bouwhistoricus. Dit kost in het voorbereidingstraject tijd en geld. Het levert echter wel veel op. Een bouwhistoricus is namelijk geoefend in het ‘lezen’ van het gebouw. Hij ziet dingen die een architect of een aannemer niet zien. Hierdoor wordt de bouwgeschiedenis uitgezocht. Aan de hand hiervan wordt er een waardestelling gemaakt. Aan de hand van deze waardestelling kan een architect beslissingen nemen. Waar kunnen welke ingrepen gedaan worden zodat zij de authenticiteit van het gebouw zo min mogelijk schaden?

Maak van een stal geen paleis

Een historische boerderij is een bedrijfspand. In het voorhuis werd gewoond. In het achterhuis werd gewerkt. Daar stond vee of werd de oogst opgeslagen. Bij een restauratie moeten de nieuwe vormgeving dan ook passen bij de oorspronkelijke functie. Er moet sprake zijn van een eenheid van stijl tussen de bestaande en de nieuwe gebouwonderdelen. Het woongedeelte van een statige, rijke boerderij moet vanzelfsprekend rijker gedetailleerd en afgewerkt worden dan een stal. Een sobere en doelmatige stal of schuur moet sober en doelmatig gerestaureerd worden. Dit is niet zo makkelijk als het lijkt. Er zijn zoveel dingen die leuk en mooi zijn. De vraag die men zich moet stellen is: past dit bij mijn boerderij? In de beperking herkent men de meester. Dit geldt zowel voor de gekozen materialen als de detaillering.

Moderne wensen netjes inpassen

Een oud gebouw heeft veel eigenaren gehad. Maar er zullen er – als het goed is - ook nog veel volgen. Iedere nieuwe generatie zal andere wensen hebben. Wensen die wij nu nog niet kunnen voorzien. Dat betekent dat veel van de aanpassingen die we nu aan een gebouw doen, door de volgende generatie misschien ongedaan gemaakt worden. Dat is de reden dat men moet proberen om bij een restauratie zo min mogelijk historisch bouwmateriaal verloren te laten gaan. Men zegt wel eens: Tien keer restaureren is hetzelfde als nieuw bouwen. Het is ideaal als een nieuwe aanpassing daarom reversibel aangebracht kan worden. Reversibel betekent dat de nieuwe toevoeging weggehaald kan worden zonder dat het historische pand daarvoor aangepast moet worden.

Links