Paarse dodekop

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Een rijk 18de eeuws boerderijinterieur. Veel mangaanpaarse tegeltjes met tableaus en pilasters. Het houtwerk is geschilderd in paarse dodekop en zeegroen en afgewerkt met gouden biesjes. De balken plafonds in boerderijen blijven in het zicht. Hierin volgen boerderijen dus niet de ontwikkelingen in de stad waar stucplafonds in de mode komen. Foto: Bureau Helsdingen
Kleurmonster van paarse dodekop op hout, gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde
Kleurmonster van Appelbloesem 2 op hout, gemengd uit paarse dodekop met wit in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde

Met het pigment paarse dodekop is een kleur te maken die in de historie veel gebruikt is. Het is niet giftig en het is goedkoop, maar voor buiten een minder duurzaam pigment. Elke verf bestaat voor een groot deel uit twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.

Historisch kleurgebruik

Bij een goede restauratie is een op de historie gebaseerde kleurkeuze belangrijk. Om de ontwikkeling van het historisch kleurgebruik te begrijpen, is enige kennis over de belangrijkste historische pigmenten nodig.

Dodekop is een tot de verbeelding sprekende naam. De naam is te verklaren uit het brandingproces. Na het branden heeft de vorm van het residu namelijk enige gelijkenis met doodshoofden. Het is echter gewoon een pigment met een hoog ijzergehalte. Door te variëren bij het branden kunnen verschillende kleuren ontstaan. De rode en de zeer bekende paarse dodekop. In de 17de en 18de eeuw wordt paarse dodekop veel gebruikt. Het kleurt erg mooi bij mangaanpaarse tegels. Ook aan het begin van de 20ste eeuw is het een poosje in de mode geweest.

Kleurnummers

Met een bepaald pigment kan men een bepaalde kleur maken. Hoe die kleur precies uitpakt is onder andere afhankelijk van het gebruikte bindmiddel, de mengverhouding, de ondergrond en de lichtinval. Daarnaast zijn historische pigmenten vaak natuurlijke stoffen en dus nooit constant van kwaliteit en kleur. Ook zorgen verwering en vervuiling voor het veranderen van de kleuren. De genoemde kleurnummers zijn daarom slechts een indicatie!

Verder kunnen foto’s en beeldschermen onderling sterk verschillen in de weergave van een kleur (dit is goed te zien in een tv-winkel). Ook zijn kleuren in een boek of een folder onbetrouwbaar. Alleen een echte verfwaaier geeft een betrouwbare weergave van een kleur.

Tot slot komen de namen die verffabrikanten aan bepaalde kleuren geven lang niet altijd overeen met de kleuren die verkregen worden als de genoemde pigmenten in olie worden aangemaakt.

De bovenstaande kanttekeningen in acht nemend volgen hieronder toch hier enkele kleurnummers ter indicatie, omdat dit de enige betrouwbare manier is om weer te geven hoe een kleur eruitziet.

Paarse dodekop (aangemaakt in lijnolie)

ACC code: B2.10.25 of B2.10.20

NCS code: S7010-R10B

RAL code: -

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)