Groningse herenboerderij

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Groningse platteland wordt gesierd door statige boerderijen die ‘herenboerderijen’ worden genoemd. Toch is er sprake van een apart type want deze boerderijen hebben diverse uitgangsvormen.

Typologie

Het onderverdelen van boerderijen in types stuit wel eens op kritiek. Daarmee wordt namelijk onvoldoende recht gedaan aan de ontwikkeling die ze in de tijd hebben doorgemaakt, vinden de critici. Uit dat oogpunt gezien is het in een apart hokje plaatsen van de Groningse herenboerderijen extra fout. Er wordt dan ook nog voorbijgegaan aan het feit dat ze totaal verschillende uitgangsvormen kunnen hebben.

Kop-hals-rompboerderij

Eén van de uitgangsvormen van de Groningse herenboerderij is de kop-hals-rompboerderij. Toen in de achttiende eeuw de welvaart van de grote Groninger herenboeren toenam, werd de kop (het woongedeelte) vaak verfraaid. Vanaf de negentiende eeuw gebeurde dat veelal onder invloed van het neoclassicisme. Om aan het streven naar symmetrie in de gevels tegemoet te komen, werden deuren en vensters verplaatst. Daarnaast werden belangrijke onderdelen van het gebouw gedecoreerd, werden de klassiek tuitgevels gesloopt en kreeg het dak wolfseinden. Bovendien werd de schoorsteen verplaatst naar het einde van de nok en werden langs de dakranden lijstgoten aangebracht.

Dwarshuis

De volgende stap was het vervangen van de kop door een dwars geplaatst woonhuis. Daardoor ontstond een woning met een breed front, waarvan de gevel volgens neoclassicistische principes symmetrisch werd ingedeeld. In eerste instantie zijn dwarshuizen ontstaan, door de bestaande woonhuizen uit te bouwen. Daarbij werd van de gang naar de woonvertrekken een centrale gang gemaakt, door er aan de buitenkant woonvertrekken aan te bouwen. Maar de meeste dwarshuizen op het Groningse platteland zijn nieuw gebouwd. Soms ter vervanging van een kop en in andere gevallen in het kader van de algehele nieuwbouw van een boerderij. De ‘hals’ waarmee het woonhuis aan de schuur was verbonden, bleef bij deze boerderijen meestal bestaan. De boerderijen met dwarshuizen worden ook wel kimna’s genoemd.

Strenge symmetrie

De dwarshuizen waren meestal streng symmetrisch van opzet, met de entree en een centrale gang achter de voordeur. Rechts en links ervan lagen vertrekken van gelijk grootte. Zowel het exterieur als interieur van deze boerderijen was versierd met klassieke decoraties: onder meer pilasters, frontons, kapitelen en lijsten. Bovendien werd in het interieur vaak marmer of gemarmerd hout toegepast. De symmetrie van deze boerderijen werd veelal nog versterkt, door een dakkapel boven de voordeur aan te brengen. Om het huis nog meer aanzien te geven, werd het bovendien nog onderkelderd en van brede trap naar de voordeur voorzien. De graanzolder kreeg vaak grote vensters. Daarmee werd gesuggereerd dat er zich woonruimtes bevonden.

Oldambtsters boerderij

Een ontwikkeling die vergelijkbaar is met die van de kop-hals-rompboerderij, is te zien bij de Oldambtster boerderijen uit die tijd. In dit in het oosten van Groningen ontstane boerderijtype zijn het woonhuis en de schuur onder één dak samengebracht. Ook veel van deze boerderijen kregen symmetrisch ingedeelde en rijk versierde voorgevels. Die moesten de welvaart van hun bewoners onderstrepen. Vanaf het begin van de twintigste eeuw doet de villabouw zijn intrede op het Groningse platteland. Rijke boeren laten dan het woongedeelte van hun boerderij vervangen door een villa in onder meer de stijl van de Amsterdamse School, de Engelse landhuisstijl of de Jugendstil. Zo ontstond er een nieuwe generatie herenboerderijen.


Bron

De tekst is gebaseerd op:

  • 'Groningse herenboerderijen', Landleven 8e jaargang, nummer – mei/juni 2003

Links

Verder lezen