Groene pigmenten

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.

Historisch kleurgebruik

Bij een goede restauratie is een op de historie gebaseerde kleurkeuze belangrijk. Om het historisch kleurgebruik te begrijpen, is kennis over de belangrijkste historische pigmenten nodig. Een voorbeeld hiervan zijn de groene pigmenten. Er waren vanaf de oudheid twee groenen, groene aarde en Spaansgroen. Voor groen geldt, in mindere mate, hetzelfde als voor blauw. Het is een kleur om rijkdom mee te etaleren.

Groene aarde is niet geschikt in olieverf, het werd wel toegepast in kalkverf. Spaansgroen was dus als enige groenige pigment geschikt voor het schilderen van houtwerk met olieverf. Dit was echter alleen voor de rijken betaalbaar. Spaansgroen is giftig en wordt gemaakt door koperplaten in wijnresten te leggen. Wat giftig is voor mensen, is ook niet gezond voor allerlei houtaantasters en dus goed voor het behoud van het hout. Spaansgroen is een bizar en lastig te verwerken pigment. Het bestaat uit blauwgroene glinsterende korrels. De korrels zijn hard en grof en laten zich niet mooi verdelen in het bindmiddel. Hierdoor blijven de pigmentkorrels meestal met het blote oog zichtbaar in de verf. Het is een wat vreemde onregelmatig dekkende glinsterende verf, die merkwaardig genoeg met loodwit vermengd, zachtblauw wordt. Naast Spaansgroen waren er nog meer giftige koperverbindingen in gebruik. Het blauwgroene Friesgroen en het mooie Schweinfürtergroen. Dit is een zeer giftig koper-arsenicumhoudend pigment. Een echt gifgroen pigment dus.

Bremergroen is weer een belangrijk pigment. Dit keer niet vanwege haar lichtblauwgroenige kleur, maar omdat zij onmisbaar is in standgroene verf. Het is ook een koperverbinding en verwant aan het bekende groenige middel om hout te verduurzamen waarmee tuinschermen en dergelijke zijn behandeld. En dan komt er halverwege de 19de eeuw eindelijk een duurzaam groen pigment op de markt dat niet giftig is, namelijk chroomoxidegroen. Gelukkig kan men de kleur groen ook krijgen door (Berlijns) blauw met geel (gele oker) te mengen. Vanaf het midden van de 19de eeuw komen de bekende standgroene verven op de markt. Standgroene verven waren zeer duurzaam. Zo ontwikkelde groen zich van een dure kleur naar een duurzame kleur en tenslotte naar de algemeen veel toegepaste monumentenkleur.

Overzicht van de belangrijkste gebruikte groene pigmenten en kleuren van 1600-1950

Groene aarde werd van de 17de tot de 19de eeuw gebruikt, waarbij het hoogtepunt in de 18de eeuw lag. Spaansgroen kwam vooral van de 17de eeuw tot aan het eerste kwart van de 19de eeuw voor, daarna werd het tot aan het eind van de 19de eeuw minder gebruikt. Chroomoxidegroen kwam veel voor vanaf de tweede helft van de 19de eeuw tot halverwege de 20ste eeuw. Ook standgroen kwam vanaf het tweede kwart van de 19de eeuw veel voor. Veel gebruikte pigmenten zijn met een volle kleur weergegeven. Minder vaak gebruikte pigmenten zijn gestreept weergegeven in de tabel. Voor een compleet overzicht zie pigmenten.

Overzicht van de belangrijkste gebruikte groene pigmenten en kleuren van 1600-1950.

Verkleuren

Kleuren veranderen onder invloed van licht, warmte, vocht en bepaalde bestanddelen in de lucht. Bij boerderijrestauraties is een duur kleuronderzoek door een deskundige vaak een uitzondering en zodoende zal vaak genoegen genomen moeten worden met een doe-het-zelf kleuronderzoek. Daarom is het goed enige kennis te hebben over het verkleuren van verf. Licht, hitte, vocht, zuurstof, zuren, zwavelwaterstof, hydroxiden, en het bindmiddel in de verf zijn vijanden van de kleurvastheid van kleuren. Groene aarde en standgroen kunnen onder bepaalde omstandigheden verkleuren. Deze kleuren zijn bijvoorbeeld slecht bestand tegen licht. In standgroen wordt chromaatgeel verwerkt. Het geel in de verf wordt aangetast door zonlicht en neemt in sterkte af. Hierdoor komt het blauw meer naar voren in de verf. De verf verdonkert en krijgt een blauwe gloed. Vanwege de inwerking van het licht op deze kleuren is het goed om altijd goed achter latjes, in sponningen en in donkere hoekjes te kijken.

Kleurnummers

Kleurmonster van chroomoxidegroen op hout. Links is chroomoxidegroen gemengd in standolie. Rechts is chroomoxidegroen gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde
Kleurmonster van standgroen of rijtuigengroen op hout (gele oker + Berlijns blauw + Bremer groen), gemengd in standolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde
Kleurmonster van standgroen op hout (gele oker + Berlijns blauw), gemengd in standolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde
Kleurmonster van Spaansgroen op hout. Links is Spaansgroen gemengd in lijnolie. Rechts is Spaansgroen gemengd in standolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde
Kleurmonster van kopergroen op hout, gemengd in standolie (Kopergroen gemaakt van Spaansgroen met loodwit). Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde

Met een bepaald pigment kan men een bepaalde kleur maken. Hoe die kleur precies uitpakt is onder andere afhankelijk van het gebruikte bindmiddel, de mengverhouding, de ondergrond en de lichtinval. Daarnaast zijn historische pigmenten vaak natuurlijke stoffen en dus nooit constant van kwaliteit en kleur. Ook zorgen verwering en vervuiling voor het veranderen van de kleuren. De genoemde kleurnummers zijn daarom slechts een indicatie!

Verder kunnen foto’s en beeldschermen onderling sterk verschillen in de weergave van een kleur (dit is goed te zien in een tv-winkel). Ook zijn kleuren in een boek of een folder onbetrouwbaar. Alleen een echte verfwaaier geeft een betrouwbare weergave van een kleur.

Tot slot komen de namen die verffabrikanten aan bepaalde kleuren geven lang niet altijd overeen met de kleuren die verkregen worden als de genoemde pigmenten in olie worden aangemaakt.

De bovenstaande kanttekeningen in acht nemend volgen hieronder toch hier enkele kleurnummers ter indicatie, omdat dit de enige betrouwbare manier is om weer te geven hoe een kleur eruitziet.

Chroomoxidegroen (lijnolie)

ACC code:

NCS code: S5030-G10Y

RAL code:

Chroomoxidegroen (standolie)

ACC code: K1.41.28

NCS code: S5040-G20Y

RAL code: 6002

Rijtuig- of standgroen (standolie)

ACC code: -

NCS code: S8505-B80G

RAL code: -

Standgroen 1 licht (gele oker, Berlijns blauw) (standolie)

ACC code: K2.10.30, LO.20.20 of J5.16.15

NCS code: S7020-G30Y

RAL code: 6007

Standgroen 2 donker (gele oker, Berlijns blauw) (standolie)

ACC code: QO.20.20, QO.10.20, NO.20.20 of N3.11.17

NCS code: S8010-B50G

RAL code: 6012 iets donkerder

Standgroen 1

ACC code: -

NCS code: S8010-B30G

RAL code: -

Standgroen 2

ACC code: -

NCS code: S8010-B10G

RAL code: -

Standgroen 3

ACC code: QO.05.10

NCS code: S86.02-B82G of S8505-B80G

RAL code: -

Standgroen 4

ACC code: L1.18.14

NCS code: -

RAL code: 6009

Spaansgroen 1 (lijnolie)

ACC code: -

NCS code: -

RAL code: 4352 B

Spaansgroen 2 (standolie)

ACC code: N9.32.20

NCS code: 5308 B

RAL code: 6004

Kopergroen (Spaansgroen en loodwit) (standolie)

ACC code: NO.20.20, NO.20.30 of PO.30.30

NCS code:

RAL code:

Kopergroen (Spaansgroen met loodwit) (standolie)

ACC code: NO.20.30, PO.30.30 of PO. 40.30

NCS code: S5540-B30G, S4550-B30G of S5540-B40G

RAL code:

Boerengroen 1

ACC code: LO.40.30

NCS code: S4550-G10Y

RAL code: -

Boerengroen 2

ACC code: K2.45.20

NCS code: S5540-G20Y

RAL code: -

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)