Blauwe pigmenten

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten.

Inhoud

Historisch kleurgebruik

Bij een goede restauratie is een op de historie gebaseerde kleurkeuze belangrijk. Om het historisch kleurgebruik te begrijpen, is kennis over de belangrijkste historische pigmenten nodig. Een voorbeeld hiervan zijn de blauwe pigmenten. Blauwe pigmenten zijn een bijzonder verhaal. Tot in de 19de eeuw is blauw de duurste kleur. In de oudheid waren er drie verschillende blauwe pigmenten: Lapis lazuli, azuriet en indigo. Lapis lazuli is een half edelsteen die werd vermalen tot (natuurlijke) ultramarijn, wat een prachtige blauwe kleur geeft. Het is duurder dan goud. Azuriet wordt van een blauw gesteente uit Armenië gemaakt. Ook dit is onbetaalbaar. Indigo wordt gemaakt van bloemen uit onder andere India. Het is een pigment dat beter geschikt is om textiel mee te verven. Voor de huisschilder waren er dus geen betaalbare blauwe pigmenten. Blauw is een primaire kleur en dus niet te mengen uit andere kleuren. Vandaar dat men steeds op zoek was naar nieuwe blauwe pigmenten. Noodgedwongen experimenteerde men wel eens met smalt, kleine splintertjes blauw glas. Het is een moeilijk verwerkbaar pigment. Hoe fijner men het maalt, hoe bleker de kleur wordt. In olieverf wordt het grauw en op den duur verliest het alle kleur. Het is een stuk goedkoper dan de hiervoor genoemde pigmenten, maar nog steeds erg duur. De kleur blauw had echter zoveel status dat smalt ondanks haar slechte eigenschappen in de 17de en 18de eeuw door de rijken toch veel werd gebruikt. Smalt en azuriet werden in de 18de eeuw soms ook in kalkverf gebruikt. In de onderzochte boerderijen komt dit pigment niet voor, wat gezien de prijs, niet verbaast. Uiteindelijk wordt Berlijns blauw uitgevonden en vanaf 1720 in verf toegepast. Het is betaalbaar, maar niet geschikt voor buiten. En zoals altijd, wanneer iets eerst erg duur is en plotseling betaalbaar wordt, komt het direct in de mode. Dankzij de ontwikkelingen in de chemie wordt in de 19de eeuw de keus aan blauwe pigmenten groter. Kobaltblauw wordt uitgevonden, maar een nadeel van het pigment is dat het een transparante kleur is. Met gele oker gemengd levert het wel een mooie kleur groen op voor buiten. Ceruleumblauw is een koele lichte blauw, maar is weer te duur. Voor boerderijen is de komst van synthetisch ultramarijn blauw belangrijk. Het is in 1828 uitgevonden. In de tweede helft van de 19de eeuw kwam het in grote hoeveelheden op de markt. Het is veel gebruikt in kalkverven in stallen en woonruimtes van boerderijen. Het belangrijkste voordeel is dat het goedkoop is. Daarnaast weert het vliegen, vandaar de term vliegenblauw. Hierdoor was kaasgereedschap blauw. Het is echter wel gevoelig voor zuren. Onder invloed van (zwakke) zuren verkleurt het naar grijs. In olieverf is het niet zo’n makkelijk pigment en het is ook niet geschikt om buiten toe te passen. Pas na 1935 komt Engels blauw op de markt, dat een prima pigment is voor buitenschilderwerk.

Overzicht van de belangrijkste gebruikte blauwe pigmenten en kleuren van 1600-1950

Lapis lazuli en azuriet kwamen voor in de 17de en 18de eeuw. Smalt werd tot ongeveer halverwege de 18de eeuw gebruikt. Vanaf het tweede kwart van de 18de eeuw gaat men Berlijns blauw gebruiken, tot aan halverwege de 20ste eeuw. Kobaltblauw wordt vanaf de 19de eeuw gebruikt. Synthetisch ultramarijn iets later, vanaf het tweede kwart van de 19de eeuw. Nog iets later, halverwege de 19de eeuw, wordt ook ceruleumblauw gebruikt. Engels blauw gaat men in het tweede kwart van de 20ste eeuw pas gebruiken. Veel gebruikte pigmenten zijn met een volle kleur weergegeven. Minder vaak gebruikte pigmenten zijn gestreept weergegeven in de tabel. Voor een compleet overzicht zie pigmenten.

Overzicht van de belangrijkste gebruikte blauwe pigmenten van 1600-1950.

Kleurnummers

Met een bepaald pigment kan men een bepaalde kleur maken. Hoe die kleur precies uitpakt is onder andere afhankelijk van het gebruikte bindmiddel, de mengverhouding, de ondergrond en de lichtinval. Daarnaast zijn historische pigmenten vaak natuurlijke stoffen en dus nooit constant van kwaliteit en kleur. Ook zorgen verwering en vervuiling voor het veranderen van de kleuren. De genoemde kleurnummers zijn daarom slechts een indicatie!

Verder kunnen foto’s en beeldschermen onderling sterk verschillen in de weergave van een kleur (dit is goed te zien in een tv-winkel). Ook zijn kleuren in een boek of een folder onbetrouwbaar. Alleen een echte verfwaaier geeft een betrouwbare weergave van een kleur.

Tot slot komen de namen die verffabrikanten aan bepaalde kleuren geven lang niet altijd overeen met de kleuren die verkregen worden als de genoemde pigmenten in olie worden aangemaakt.

De bovenstaande kanttekeningen in acht nemend volgen hieronder toch hier enkele kleurnummers ter indicatie, omdat dit de enige betrouwbare manier is om weer te geven hoe een kleur eruitziet.

Berlijns blauw (lijnolie)

Kleurmonster van Berlijns blauw op hout, gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde

ACC code: SO.30.20 maar donkerder

NCS code: S7020-B of S7020-R90B

RAL code: 5004

Synthetische ultramarijn (lijnolie)

Kleurmonster van ultramarijn op hout, gemengd in lijnolie. Let op: de kleuren op een beeldscherm zijn niet betrouwbaar; getoond monster is slechts ter indicatie. Foto: Frits van der Gronde

ACC code: VO.47.19, UO.30.20 of UO.28.15

NCS code: S7020-R70B of 4350-R74B

RAL code: 5002 of 5013

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)
Persoonlijke instellingen