6.0 Kleurgebruik op boerderijen

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
’Voor’ werden de vensters altijd netjes onderhouden. Blauwe plinten zijn waarschijnlijk ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Beter is hardsteenkleurig of zwart. Foto: Beeldbank Stichting Boerderij & Erf.
’Achter’ werd er vaak weinig geschilderd. Foto: Bureau Helsdingen.

Dit artikel gaat over hoe kleuren toegepast werden op boerderijen in het Groene Hart. Om de kleurhistorie van een boerderij te kunnen achterhalen zijn naast kennis over kleuren en kleuronderzoek ook andere dingen van belang. Het is belangrijk om te weten hoe oud de ondergrond van de kleurtrap (kozijn, luik, deur) is. En vervolgens moeten de gevonden kleuren in hun context gezet worden. Dit artikel behandelt de onderwerpen die direct van invloed zijn op het kleurgebruik in boerderijen. Dit zijn de verschillen tussen voor en achter. In 6.1 Oude vensters en deuren worden de verschillende typen oude vensters behandeld.

Voor en achter

Een boerderij is eigenlijk een bedrijf en woning onder hetzelfde dak. Bij de meeste boerderijen ligt het woongedeelte voor aan de weg en het bedrijfsgedeelte achter bij het land. In de 17de eeuw was de brandmuur de grens. In de loop der eeuwen is deze grens meestal naar achteren geschoven, maar het principe veranderde niet. Soms is er een overgangsgebied tussen wonen en werken ontstaan.

Daarnaast konden deze functies ook wel eens van plaats wisselen. Zo werd zomers vaak gewoond op de deel, en lag de kaas te rijpen in het voorhuis. Desondanks is in de inrichting het verschil tussen wonen en werken duidelijk te zien. Dit verschil is heel elementair voor onze boerderijen. Woonruimtes hebben een andere inrichting en een ander kleurgebruik dan werkruimtes. Ook de situering op het erf, de constructie, het materiaalgebruik en zelfs in de tuin waren de verschillen tussen voor en achter te zien. Maar ook het werk voor verschilde met dat van achter. Niet alleen wat er gedaan werd, maar ook hoe, door wie en hoe vaak. Het schilderwerk bijvoorbeeld werd voor netjes en op tijd gedaan, meestal door de schilder.

Achter werd er meer zelf gedaan. Pas als de verf al flink aan het bladderen was, werd er even snel een stoffer over gehaald en kreeg het een likje verf. Schuurpapier is achter een onbekend verschijnsel en een spin die niet op tijd weg is heeft pech. Dit was vroeger zo en is bij agrariërs vaak nog steeds zo. Tijdens het onderzoek is dit onderscheid duidelijk naar voren gekomen. De voorkant van de boerderij wordt tegenwoordig elke 5 tot 10 jaar geschilderd. Maar een kozijn dat achter zit kan ook nu nog rustig 10 tot 20 jaar wachten op de volgende schilderbeurt. Vroeger werd er nog minder vaak geschilderd. Witten en teren werd op de boerderijen wel vaak gedaan, meestal elk jaar.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)