5.4 Carbolineum

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Overzicht van teerachtige producten: Black Varnish, carbolineum, koolteer en een bonk pek. Deze producten worden uitgesmeerd met een ‘bokkepoot’. Foto: Frits van der Gronde

Bij het destilleren van steenkoolteer ontstaat onder andere carbolineum. Dit goedje bevat creosootolie en heeft sterk desinfecterende en houtbederfwerende eigenschappen. Het is bruin van kleur, dun en goed smeerbaar, zodat het goed in het hout trekt en geen laag vormt. Op kaal hout worden meestal een paar lagen carbolineum als eerste laag aangebracht. Daarna komen dan de teerlagen. Carbolineum kan worden gemengd met houtteer of koolteer. Het mengsel wat zo ontstaat is beter smeerbaar en zwarter van kleur.

Alternatief

Sinds 1996 is het, vanwege de milieubezwaren, in Nederland verboden om koolteer, carbolineum of producten waarin dit is verwerkt, zoals black varnish, te verhandelen. De boerengewoonte om zwarte houten schuren in te smeren met de vuile motorolie uit de trekker is ook niet best voor het milieu. Voor het onderhoud van houten wanden van boerderijen moet er daarom gewerkt worden met milieuvriendelijke teervervangers. Bruinoleum wordt gemaakt uit plantaardige en dierlijke vetzuren en maakt het hout vettig en waterafstotend. Bruinoleum is een natuurlijke vervanger voor carbolineum. Bruinoleum kan ook worden gebruikt om houtteer te verdunnen. Het middel geeft het hout een goede bescherming zonder kans op verstikking.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)
  • Piet den Hertog, Teer, teerproducten en teervervangers. In: Nieuwsbrief Boerderij & Erf Alblasserwaard Vijfherenlanden, jaargang 11, nr. 17, maart 2009, pp. 10-11. [1]

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)