4.0 Kalkverf en andere waterachtige verven

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze boerderij had een hoge witte plint die afgewerkt is met een rood biesje. Of de zwarte plint geschilderd is met kalkverf of is geteerd, is niet te zien. Opvallend is dat de karnmolen een gerooiselde voetmuur heeft. (Detail van een aquarel van J. Verheul uit 1931, Vlaardinger-Ambacht). Bron: Gemeentearchief Rotterdam, collectie Verheul.

Stallen van boerderijen in het Groene Hart werden vroeger ieder jaar gewit. Ook de muren van het woongedeelte werden in de 17de eeuw vaak gewit. Hiervoor werd kalkverf of andere waterachtige verf gebruikt.

Er zijn verschillende soorten verf op waterbasis.Voor een goede restauratie is kennis over deze verschillende soorten verf nodig. Elke verf heeft twee belangrijke bestanddelen; het pigment en het bindmiddel. Een pigment is een poedervormige stof die kleur geeft aan de verf. Het bindmiddel zorgt ervoor dat de pigmentdeeltjes aan elkaar en aan de ondergrond hechten. Als bindmiddel kunnen in waterachtige verven de meest uiteenlopende materialen gebruikt worden. Kalk, melk, kwark, caseïne (kaasstof), eieren, zetmeel, cellulose en dierlijke lijmen zijn geschikt om verf van te maken. Deze producten hebben allemaal gemeen dat ze een zekere plakkerigheid hebben (of kunnen krijgen). Die plakkerigheid maakt ze geschikt als bindmiddel voor verf. Ze plakken de pigmentkorrels aan elkaar en aan de ondergrond. Waterachtige verven zijn vooral bekend van het witten van muren. Daarnaast zijn deze verfsoorten ook gebruikt voor het schilderen van metselwerk en pleisterwerk.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)