12.0 Kleur, monumenten en welstand

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Modieus kleurgebruik is niet historisch verantwoord en niet passend in het landelijk gebied. Foto: Beeldbank Stichting Boerderij & Erf.
De eigenaar van deze boerderij heeft meegewerkt aan het kleuronderzoek voor het boek “Kleur op boerderijen”. Binnenkort gaat hij zijn pand schilderen in kleuren die geïnspireerd zijn op de resultaten van dit historisch kleuronderzoek. Foto: Bureau Helsdingen
Kleurvoorstel voor dezelfde boerderij. Gemaakt met Sigma Viewer. Fot: Bureau Helsdingen

In sommige gevallen kunt u niet helemaal zelf bepalen in welke kleuren u uw pand gaat schilderen. De overheid kan zich er mee bemoeien.

Gewoon onderhoud

Het schilderwerk wordt beschouwd als onderhoudswerk aan de woning, en onderhoud is in principe vergunningvrij. Dat betekent dat u - als u alleen gaat schilderen - geen omgevingsvergunning nodig hebt, en dat u in principe vrij bent in de kleurkeuze. Die keuzevrijheid lijkt wel onbeperkt, nu we met synthetische verven vrijwel elke gewenste kleur kunnen maken. Die vrijheid is echter maar betrekkelijk. Door het grote aantal kleuren wordt de keuze moeilijker en zo bestaat het risico dat het verkeerd uitpakt. U wilt natuurlijk dat de kleurkeuze geen afbreuk doet aan uw pand.

Nieuwbouw, verbouw of restauratie

Bij nieuwbouw, verbouw of restauratie, heeft u een omgevingsvergunning nodig. Het schilderwerk is dan een onderdeel geworden van het gehele bouwplan. Daarmee is de kleurkeuze niet meer vergunningvrij. De kleurkeuze wordt dan - net als de bouwkundige ingreep - beoordeeld door de welstandscommissie. De welstandscommissie heeft als taak om te beoordelen of bouwplannen in architectonisch opzicht voldoende kwaliteit hebben. Van de kleurkeuze mag worden verwacht dat de kleur past bij het karakter van het pand en de omgeving. De welstandscommissie laat zich daarbij leiden door de gemeentelijke welstandsnota. Daarin staat aan welke criteria een bouwplan moet worden getoetst. De welstandsnota’s verschillen per gemeente, maar er zijn veel overeenkomsten. In de welstandsnota’s zijn twee soorten criteria te onderscheiden:

  • De gebiedsgerichte criteria, die aangeven of er voor een bepaald gebied speciale eisen gelden. Het kan dan gaan om een kenmerkende manier van situeren van gebouwen, maar ook om een kenmerkende manier van afwerken of schilderen van gebouwen.
  • De objectgerichte criteria, die aangeven hoe een bouwplan moet worden beoordeeld. Meestal bevatten deze criteria wel een passage over ‘materiaal en kleurgebruik’.

Welstandsnota’s zijn maar zelden concreet over kleurgebruik. Na het lezen van Het boek ''Kleur op boerderijen'' zal het u duidelijk zijn dat de kleurkeuze daar te ingewikkeld voor is. Vaak staan er passages als “kleuren bij voorkeur in donkere aardetinten”, of “Oud-Hollandse kleuren”, of “kozijnen licht en roeden donker”. Een enkele keer is een welstandnota heel specifiek: “groen en wit”. In de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden hebben de gemeenten gezamenlijk een welstandsnota opgesteld, zodat er voor de gehele regio een samenhangend beleid is ontstaan.

Monumenten

Wanneer uw boerderij een rijksmonument is of een gemeentelijk monument, dan worden uw bouwplannen niet alleen beoordeeld door de welstandscommissie, maar ook door de monumentencommissie. Voor elke verandering aan het pand is een omgevingsvergunning nodig. Het kiezen voor een andere kleur is eveneens een verandering aan het monument en dit moet u daarom bespreken met de monumentenambtenaar van uw gemeente. Wanneer de kleurkeus heel bewust is gemaakt, bijvoorbeeld na het uitvoeren van een kleuronderzoek, of met gebruik van de aanbevelingen uit het boek “Kleur op boerderijen”, dan zal dat meestal geen probleem opleveren. Bij een vergunningaanvraag zijn er twee mogelijkheden:

  • Voor een gemeentelijk monument wordt advies gevraagd aan de monumentencommissie. Nadat deze commissie heeft geadviseerd, beslissen burgemeester en wethouders (B&W) over de vergunning.
  • Voor een rijksmonument wordt door B&W niet alleen advies gevraagd aan de monumentencommissie, maar soms ook aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, en - bij een pand buiten de bebouwde kom - aan de provincie. Nadat alle adviezen zijn ontvangen, beslissen B&W. Omdat de vergunningaanvraag door dit adviestraject veel tijd vraagt, moet u tijdig starten met de voorbereidingen.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)