10.0 Verkleuren van verf

Uit AgriWiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze lambrisering was geschilderd met een kalkverf in Berlijns blauw. Het Berlijns blauw is bruin/zwart geworden door de inwerking van het bindmiddel en/of door de brand die in dit pand heeft gewoed. Foto: Bureau Helsdingen
Dit plafond met wolkenlucht is gedeeltelijk gevernist. Door de vergeling van de vernis is de oorspronkelijk blauwe lucht bruinig geworden. Foto: Bureau Helsdingen

Terugkerend naar de gemaakte kleurtrap, kan de vraag worden gesteld, of de gevonden kleuren de juiste zijn, zoals het pand die vroeger had. Kleuren veranderen onder invloed van licht, warmte, vocht en bepaalde bestanddelen in de lucht.

De deskundige

Om dit exact uit te zoeken is een kleurendeskundige nodig. Deze kan met behulp van microscopisch onderzoek bepalen of de kleur die gevonden is, ook de originele kleur is. Als u het geluk heeft om een bijzonder stukje schilderwerk in uw pand aan te treffen is het verstandig om hierover contact op te nemen met een deskundige van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Met hem of haar kunt u overleggen hoe het schilderwerk het beste behouden kan blijven, en of nader onderzoek wenselijk is.

De doe-het-zelver

Bij boerderijrestauraties is een kleuronderzoek door een deskundige een grote uitzondering. Het kleurgebruik is meestal niet van dien aard, dat het een dergelijk duur onderzoek rechtvaardigt. De meeste boerderijen zullen het moeten doen met een doe-het-zelf kleuronderzoek. Hoewel het onderzoek beperkt is, zal het vaak een beter resultaat opleveren dan de standaard kleurkeuze die tegenwoordig bij veel restauraties gangbaar is.

Vijanden van kleur

Licht, hitte, vocht, zuurstof, zuren, zwavelwaterstof, hydroxiden, en het bindmiddel in de verf zijn vijanden van de kleurvastheid van kleuren. De volgende kleuren kunnen één van deze vijanden niet goed genoeg weerstaan en kunnen onder sommige omstandigheden verkleuren: alle loodhoudende pigmenten, okers, vermiljoen, smalt, de meeste koperhoudende pigmenten, Berlijns blauw, chromaatgeel, synthetisch ultramarijn, en karmijn.

Teveel licht

Een aantal pigmenten is niet erg bestand tegen licht. Dat zijn chromaatgeel, groene aarde, Berlijns blauw, vermiljoen, natuurlijke kraplak, karmijn en omber. Chromaatgeel wordt verwerkt in de kleur standgroen. Het geel in de verf wordt aangetast door zonlicht en neemt in sterkte af. Hierdoor komt het blauw meer naar voren in de verf. De verf verdonkert en krijgt een blauwe gloed. Karmijn en kraplak worden bleek en verliezen gedeeltelijk hun kleur. Vermiljoen wordt grijszwart. Vanwege de inwerking van het licht op deze kleuren is het goed om altijd goed achter latjes, in sponningen en in donkere hoekjes te kijken.

Gebrek aan licht

Sommige pigmenten verdonkeren als zij afgedekt zijn. Wanneer zij later weer aan het licht blootgesteld worden, krijgen ze hun oude kleur terug. Daarom is het goed om een kleurentrapje na bijvoorbeeld een week nog eens te bekijken om te controleren of de kleuren niet veranderd zijn. Dit verschijnsel is bij een bladderende verflaag heel goed waarneembaar. Op plaatsen waar de verf werd afgestoken was de kleur anders dan op plaatsen waar de verf al uit zichzelf naar beneden was komen dwarrelen.

Hitte

Wanneer er brand heeft gewoed in een pand, wordt kleuronderzoek erg lastig. Loodwit, Berlijns blauw en de okers zijn niet bestand tegen hitte. Gele oker verkleurt door hitte naar rood of bruin.

Vaak verkleurde pigmenten

Berlijns blauw

Berlijns blauw is onder andere gevoelig voor kalkhoudende bindmiddelen en voor hitte en kan hierdoor bruin worden. Dit is eenvoudig vast te stellen met een experiment met Berlijns blauw en gebluste kalk. Doordat Berlijns blauw niet tegen alkaliën bestand is, kleurt het blauw na een dag bruin. Tijdens onderzoek zijn vier verschillende tinten Berlijns blauw opgezet. Vooral de donkere tinten waren prachtig diepblauw van kleur. De volgende dag echter waren ze alle vier bruin geworden. Na een aantal weken keert de blauwe kleur weer wat terug.

Loodwit en andere loodhoudende pigmenten

Loodwit, loodtingeel, Napels geel, chromaatgeel en loodmenie zijn loodverbindingen. Alle loodverbindingen kunnen door zwavelverbindingen verkleuren van lichtgrijs tot diepzwart. Loodwit komt heel veel voor en is dus een belangrijk pigment. Niet alle deskundigen zijn het er over eens of loodwit verkleurt. Bij onderzoek worden regelmatig wittige of crèmewitte lagen gevonden waarin loodwit is verwerkt. Deze lagen zijn niet merkbaar verkleurd, anders waren ze niet meer witachtig geweest.

In kalkverven hebben loodpigmenten last van verkleuring door oxidatie. Het loodhoudende pigment verkleurt dan naar vlekkerig zwart. Tijdens onderzoek is in een boerderij een voorbeeld van verkleuring van loodmenie gevonden (zie afbeelding). De bovenkant van het waterfornuis was geschilderd met een kalkverf met loodmenie als pigment. Deze laag was vlekkerig zwart geworden. Na het afkrabben van de huid kwam de bekende kleur van loodmenie weer te voorschijn.

Ultramarijnziekte

Synthetisch ultramarijnblauw in kalkverf is zeer gevoelig voor zuren en zure atmosferen. Ultramarijn verliest dan zijn kleur en wordt grijs. Dit probleem komt zo vaak voor dat het zelfs een naam heeft gekregen, ultramarijnziekte. In stallen blijkt dit probleem vaak. De oorzaak hiervan is de ammoniak die uit de mest vrijkomt, waardoor soms grijzige vlekkerige witkalklagen ontstaan.

Als synthetische ultramarijn in olieverf verwerkt wordt, kan de verf ook last hebben van zuren. De verf krijgt hierdoor een bruinige transparante kleur. Nu is synthetisch ultramarijn in olieverf toch al niet zo’n succes. Het droogt erg langzaam, dekt slecht en is niet erg weervast. Daarom werd dit pigment niet vaak gebruikt in olieverf.

Vernislagen

Na al deze problemen die voortkomen uit de gebreken van de pigmenten zelf, kunnen we ook nog op het verkeerde been worden gezet door vernislagen. Sommige soorten vernis kunnen sterk vergelen. Een mooi voorbeeld hiervan is te zien in het streekmuseum De Koperen Knop. In de zeer bijzondere opkamer van deze boerderij is het plafond beschilderd met een wolkenlucht. Deze lucht is bruinachtig van kleur. In het plafond zit een wervel die aangeeft dat het venster vroeger een binnenluik had dat naar boven draaide. Op de plaats waar het luik heeft gezeten is het plafond niet gevernist. De lucht is hier duidelijk Berlijns blauw van kleur. Dat het echt om vergeelde vernislagen gaat is goed te zien op een verborgen plekje van het plafond: hier is de schilder duidelijk een stukje vergeten te vernissen.

Verder lezen

Bron

Deze tekst is gebaseerd op:

  • Ineke de Visser, Kleur op boerderijen. In het groene hart van Holland (Hardinxveld-Giessendam 2006)

Deze publicatie is tot stand gekomen door eigen onderzoek en o.a. de volgende bronnen:

  • M. de Keijzer en P. Keune, Pigmenten en bindmiddelen (Amsterdam, 2001)
  • L. Simis, bewerkt door H. Janse, en J. Berghuis jr., Schilder- en Verfkunst (’s-Gravenhage, z.j.)
  • H.J. Zantkuyl, Bouwen in Amsterdam (Amsterdam, 1973-1992 p. 94-108)